In dit boek vertelt Lieve Flour – zelf bewoner – hoe het er écht aan toe gaat in een woonzorgcentrum.
Lieve observeert scherp, schrijft met flair en humor en spaart niemand. Ze deelt wat goed gaat, benoemt wat beter kan, en geeft ondertussen mooie complimenten aan wie dat verdient. Haar boodschap? Zorg draait om meer dan regels en routines – het gaat om respect, betrokkenheid en menselijke waardigheid.
Dit boek is een aanrader voor iedereen die met ouderenzorg in aanraking komt – van zorgverleners en familieleden tot beleidsmakers en geëngageerde lezers. Het staat vol leerrijke reflecties, concrete ervaringen en suggesties voor verbetering. En dat geschreven door iemand die het elke dag zélf beleeft.
Een krachtige stem uit de praktijk, die raakt, prikkelt en inspireert tot empowerment in woonzorgcentra.
Het leven in een WZC geschreven door bewoner Lieve Flour .
In de meeste gevallen als het om dit soort boeken gaat worden deze meestal geschreven door een Zorgmedewerker maar dit keer is het anders.
Het boek is best indrukwekkend maar vaak heb ik deze ook wel met een dubbel gevoel gelezen.. wat Lieve zelf aankaart is het begrip dat sommige Medewerkers die in een WZC tewerk gesteld zijn dit boek niet graag zullen lezen, had ik hier en daar ook een wrang gevoel .. Al geeft Lieve ook vaak sterren en complimenten in het boek ,lezen we ook wel vaak hoe de zorg anders zou kunnen vanuit haar gevoel .. en ik ben het met sommige punten die zij aankaart ook wel eens . Hoe dan ook is het een boek die iedereen wel eens zou moeten lezen zowel mensen die in de zorg staan als daarbuiten. 4*
Wauw. Nog nooit las ik een boek die zo goed onder woorden bracht hoe ik me bij een situatie voel. 'Ik werd kamer 235' vertelt een verhaal dat nog te weinig kan en mag verteld worden.
Zelf was ik een jaar lang jobstudent in de keuken van een wzc en 2,5 jaar lang jobstudent logistiek in datzelfde wzc. De bewoners deelden verhalen met me, omdat ze ze aan niemand anders kwijt konden. Over hoe ze privacy missen, dat iedereen altijd binnen kan lopen in hun kamer. Over hoe weinig variatie er is in de wekelijkse activiteiten (lees: eieren bakken op donderdag en bingo op vrijdag), over hoe je niet kan kiezen naast wie je zit om 's middags te eten en hoe je ook niet meer kan kiezen wat je eet (zelfs soms niet hoeveel je ervan eet). Hoe mensonterend het soms is omdat je leven voor jou bepaald wordt. Ja, onze zorgverleners doen enorm veel en het is loodzwaar werk, maar er is vaak nog een lange weg te gaan om ook de mensen te zien die achter deze zorg zitten.
Het boek leest enorm vlot en ik begon ook na te denken over zaken waar ik in die drieënhalf jaar nog nooit bij stilgestaan had (bv. waarom het personeelsrooster eigenlijk niet met de bewoners gedeeld wordt, zij hebben toch recht om te weten wie er morgen in hun kamer zal staan?). Ik kan dit boek alleen maar aanraden aan iedereen die te maken krijgt met zorg in een wzc, al is het als bewoner, familielid of personeel. Dankjewel Lieve om je verhaal te doen, het is nodig dat dit werd verteld.