Een boek over geld En over mijn ouders die hoog in de hemelen dood aan het zijn zijn
Een boek over ex-geliefden, darkrooms, kilocalorieën, ziekenhuisrekeningen, cruiseschepen, Marc-Marie en andere micro-obsessies, erfenissen, begrafenissen, twitterbots, sterfhuisconstructies, kunst, hyperinflatie
Met de energie van spoken word maar de precisie van poëzie en een nur-code die het de roman maakt die ik altijd al heb willen schrijven
Boek 1 van De Slimste Mens-winnaar Martin Rombouts ligt in België al in de boekhandels. Gelukkig heb ik een gratis exemplaar kunnen bemachtigen, want betalen voor dit lege (letterlijk: nog nooit zoveel wit in een roman gezien), inhoudsloze en uiterst infantiel proza voelt ongeveer alsof je een koffie bestelt en 24,99 moet aftikken (waarom dit boek nóg duurder is dan een gemiddelde roman is helemaal een raadsel). Rombouts, die merkwaardige genoeg elke zin in stukken breekt (om de schijn van poëzie te wekken? omdat hij prozagedichten wil schrijven? omdat hij incapabel is een volzin te formuleren?), gaat de knuffels uit zijn kindertijd af en heeft een voorliefde voor eendjes, waarover hij niet schrijft maar waarvan hij afbeeldingen heeft ingevoegd (waarom zou je in een roman ook iets beschrijven als je gewoon een plaatje erin kan plakken?). Als hij dan toch de letters op zijn toetsenbord weet te vinden om zijn teddybeer te beschrijven, komt er Nijntje-taal uit: 'Ik gebruikte Bruintje als vriendje / Ik gebruikte Bruintje als kussen / Ik gebruikte Bruintje als projectiel om naar mijn moeder te gooien / Ik propte Bruintje in een iets te kleine rugzak voor op vakantie.' En zo gaat het nog even door. Misschien is het een gat in de markt: een roman die je ook aan je peuter kan voorlezen.
Wat ook opvalt in Boek 1 is dat Rombouts niet verder lijkt te komen dan de beschrijving van zijn directe, weinig ontwikkelde ervaring. Vrijwel ieder aforisme begint met Rombouts die iets aan het doen is en een onbenullige gedachte heeft. Na die constatering stopt het ook. Geen reflectie, relativering. Niets. Uit Liefdesleven (V): 'Terwijl ik dit schrijf, denk ik: maar heel veel korte termijnen zijn ook een lange termijn.' Ah, Rombouts heeft tijdsbesef. Uit Mijnenveld (III): 'Soms denk ik: wat ik ook gewoon kan doen, is kleur bekennen / en dat jullie daarvoor klappen.' Ik weet niet of Rombouts met Boek 1 kleur heeft bekend, maar er zal vast een gek zijn die staat te klappen – er zijn ook volwassenen die drie keer per jaar naar de Efteling gaan. Verder denkt Rombouts veel en schrijft dat ook op, dat hij denkt, maar er komen gewoon geen zinnige gedachten op.
Het meest storende is niet eens de gebrekkige taal, de onbenullige onderwerpen of het gebrek aan inhoud, maar het narcisme dat overal in doorschemert. Alleen de flaptekst al: 'Eindelijk is het er dan. [...] Mijn hemelbestormende debuut.' Of de mirror-selfie – blader voor de grap even naar Eendjes (VI) – waarin Rombouts opgewonden lijkt te raken van zijn eigen Badr Hari-blik en opkruipend borsthaar. Het is – zo hoop ik, althans – de kunst van de schrijver om het alledaagse, het banale interessant te maken, de lezer een wereld binnen te lokken, of op zijn minst verslag te doen van gebeurtenissen of gevoelens die doorleefd zijn. In Boek 1 laat Rombouts als een trotse achtjarige zijn kamer zien aan een klasgenootje. Kijk: een knuffel, hij heet Bruintje. Kijk: een eendje, lief he? Kijk: dit is mijn zwemdiploma, ik kan wel tien meter onderwater zwemmen. Een van de redenen waarom ik nooit bij vriendjes wilde spelen.
Toch kijk ik verwachtingsvol uit naar Boek 2. Op dezelfde manier waarop ik 's ochtends ook het nieuws doorspit, op zoek naar het masochistisch genoegen wanneer Trump zijn eigen stupiditeit weer eens heeft overtroffen.
Potver er valt veel over dit boek te zeggen maar vooral dit: lees het.
(En even hè: die AI-gegenereerde pagina’s, daar had ik dus allemaal hartjes bij gezet en toen het later AI-gegenereerd bleek te zijn voelde ik me flink gefopt maar toen werd ik daar weer over aan het denken gezet en dat is wat er bij mij de hele tijd gebeurde; dat ik dacht huh en dan later ohhh en dan later weer snap ik dit nou en dan later weer aaaah jaaaa prachtig en dan later weer ben ik dom en uiteindelijk wauw wat een trip en volgens mij is hier heel goed over nagedacht. Dus lees het.)
(En ook nog even dit: wat er ook over dit boek te zeggen valt/gezegd is/gezegd gaat worden, ik ben heel blij dat het bestaat. Omdat ik het mooi vind - ja - maar ook omdat het met de stijl nieuwe wegen openbreekt (zeg ik dit zo?) in de Nederlandse literatuur. Vind ik.)
(En dikke shout-out naar de mensen die de cover hebben vormgegeven. Je kan het ook kopen omdat het gewoon mooi in je boekenkast staat.)
Goed, ik gun Martin Rombouts al het geld dat hij verdient met dit boek en meer. Ik gun de meeste schrijvers die ik ken überhaupt meer geld en financiële zekerheid. Ik gun de literaire wereld een openhartig, eerlijk en expliciet gesprek over waarde en geld en in hoeverre het de auteur is vs. het boek dat het verkoopbare product is, etc – en laat dit boek daaraan bijdragen.
Maar ik gun mezelf als lezer de poëzie die deze halve bladspiegel me enkel beloofde (en een boek dat me iets laat voelen.)
Dat viel me nog best mee! Had na de leeservaringen van de mensen om mij heen, en de vijf sterren van Thomas 'met-de-jazzy-swag-van-spoken-word' de Veen, lage verwachtingen. Misschien daarom dat ik al met al vrij opgewekt terugkijk op Boek 1 (ondanks bijvoorbeeld overbodig aanvoelende hoofdstukken als 'Ongelijk').
Ik ben onevenredig vaak in de lach geschoten door het cockteasen dat Rombouts doet naar de sensatiebeluste (middenklasse)lezer. De verteller laat steeds merken: ik heb een heel bijzonder en een heel zielig levensverhaal en jij wil het weten. Maar dan komt het steeds niet. Uiteindelijk komt het dan toch als een soort slappe thee en dat is wel jammer.
Aan het einde verzucht de verteller: 'Dat ik hierna misschien wel nooit meer een artistieke of professionele reden heb om over geld of over mijn moeder te schrijven. / Of ik alles wel verteld heb.' Ja, dat laatste lijkt me sowieso niet het geval, en als dat eerste wel zo is, dan is het boek denk ik niet geslaagd. Boek 1 is een omtrekkende beweging, en een schrijver zou alleen omtrekkende bewegingen moeten maken als daardoor het later tot de kern komen meer indruk maakt. Dat gebeurt niet. In Boek 2 misschien?
Mama, ik wil geen goedkope huurwoning. Ik heb mijn hele jeugd rondgekeken in de huizen van ouders die het beter hadden. Mijn hele adolescentie op ze gespuugd vanaf het podium en daarna klapten ze voor me en betaalden me uit in boekenbonnen. (274)
Fuck de waarderingen, de sterren en de ballen schrijft Rombouts. En daar ben ik het wel mee eens.
Dat neemt niet weg dat dit boek echt helemaal niets voor mij is. Dat komt vooral door de extreme focus van de schrijver op zichzelf. Op zijn eigen stijl, zijn eigen uitstraling en zijn eigen grapjes.
Daarmee is dit boek dan misschien wel een perfecte uiting van de tijdsgeest. Maar ik word er gewoon een beetje verdrietig van.
Die dichter/performers en schrijvers/columnisten die zichzelf wekelijks weer in een rijm- of verhaalstructuurbocht wringen om rond de climax spontaan te ontdekken dat dit alles een mening blijkt te ondersteunen die ze daarvoor toch al aangedaan waren en hun publiek ook.
Ik verveel me er kapot mee, als weldenkend mens.
Natuurlijk is alles een systeemfout, maar in hemelsnaam doe er iets mee, maak er wat van.
Geef me desnoods iets om te voelen. Probeer het eens met een verhaal.
Als ik nog één keer zo'n overduidelijk uit de keurige middenklasse afkomstige schrijver/model met een baret op de revolutie zie prediken, echt.
Er zitten zoveel slimme en grappige en soms ook schrijnende en ontroerende dingen in dit boek! Er zit echt heel veel in hele kleine observaties soms:
Ik boog het ijzerdraadje van de stofkap heel voorzichtig terug. Zachtjes, tot het knapte. Voelde jij dat al aankomen?
En toch blijf ik uiteindelijk heel erg op mijn honger zitten omdat het toch voelt alsof het allemaal super prikkelende aanzetten zijn, of aanzetten tot aanzetten zelfs, die worden afgekapt om weer over iets anders te beginnen. Maar Martin heeft ooit een keer ergens gezegd dat het heel leuk is om als literaire belofte te worden bestempeld, maar natuurlijk echt helemaal niet leuk om die belofte dan vervolgens in te moeten gaan lossen. Niet leuk en heel moeilijk ook. En in die context is dit boek natuurlijk briljant, want Martin heeft het onmogelijke gedaan: hij heeft een boek geschreven zonder die belofte in te lossen, maar óók zonder die status, van literaire belofte, te verliezen. Want er zit zoveel in dit boek zonder dat die dingen echt verkend, en daarmee "opgebruikt" zijn! Er kan nog zoveel gebeuren!
Een soort Schrödingers schrijver, maar dan minder duister: een fantastische goocheltruc.
Gekocht omdat een recentie op goodreads zo slecht en prima beargumenteerd was. Het was een hele slechte recentie maar ik denk dat de meneer (denk ik) van de recentie het niet begrijpt. Hij heeft het boek wel gratis gekregen. Ik weet niet of ik het wel begrijp maar ik vind het een goed boek. Vormgegeven als poëzie terwijl ik overduidelijk een lang verhaal lees met onderbrekingen van, van vanalles. Geen verdrietig boek, het is wel lekker duidelijk, dus als het wel poëzie zou zijn wat het niet is, zou het lekker duidelijk zijn. Ik heb het in twee dagen uitgelezen.
Ik schaar me bij de recensie in de Groene Amsterdammer: het lijkt een aantal slagen diepgang te missen. Het lijkt meer de aanzet, dan een boek zelf; en op zich is dat ook interessant, maar ook als opzichzelfstaand ‘experiment’ lijkt het meer een aanzet dan een uitvoering. Naar mijn inzien had de uitgeverij echt veel actiever hierin kunnen handelen; het talent is er, duidelijk, maar een redacteur had (naar mijn inzien) nog wel een groot aantal slagen kunnen maken tot een wat bevredigender Boek (met intentionele hoofdletter). Een roman schrijven is keihard werken met, over het algemeen, niet zoveel beloning (wat geld en/of aandacht betreft). Je doet het grotendeels voor de kunst en de lol van het schrijven zelf. (Wat vervelend is wat (over)leven betreft; anderzijds is het ook bijzonder om een beroep te hebben wat zozeer op je eigen passie vaart.) Het plezier in het schrijven was ook vaak te lezen; wat mij betreft, voor een boek twee, hoop ik dat er nog 3x zoveel geïnvesteerd wordt in het plezier van een roman bouwen - óók, of juist, als Boek 2 weer een meta-boek is.
Nog nooit zoiets gelezen als dit. Maar op de een of andere manier werkte dit erg goed voor mij. Ik begrijp niet echt waarom... Misschien is dat wel de kunst van dit boek.
Misschien ben ik biased, want ik was al fan voordat ik de eerste letter las, maar dit is fantastisch. Ik weet zeker dat ik dit boek nog vijf keer ga herlezen en ik weet ook zeker dat me vijf keer andere dingen gaan opvallen.
“Hoorde dit erbij, Lezer, dat vraag ik me sindsdien vaak af:
douwe (klein broertje-figuur, die niet echt mijn broer is) zei dat hij dit een goed boek vond, dat het had hem geïnspireerd in zijn eigen schrijven en dat zegt denk ik toch iets omdat hij binnenkort in de gids wordt gepubliceerd, hè (niet dat ik piet gerbrandy voor mij laat bepalen wat goed is) ik had dit boek nog niet gelezen en dat wilde ik ook niet (ik denk niet dat iemand die een tv-show wil winnen dingen heeft meegemaakt waar ik een autobiografisch verhaal over wil lezen) dus ik zei echt? en hij zei ja even later kookte douwe voor me ik vroeg na het avondeten of ik hem iets mocht voorlezen om mezelf af te leiden (zijn kamer stond dit keer vol interessantere boeken dan vorige keer dat ik er was) maar hij had geen zin in wat ik voorstelde dus ik vroeg oke wat mag dan wel en hij zei martin rombouts prima ik kan vanavond het sluiten van een compromis aan dacht ik maar ik kon echt niet ophouden met pauzeren om alle voorspelbare taaltrucjes en creative writing clichés af te katten douwe vond dat verrassend vermakelijk dus ik bleef doorgaan na 70 pagina's zei hij dat hij naar een verjaardagsfeestje moest gaan en dat ik ook maar weer moest gaan dus dat deed ik
de volgende keer dat ik douwe zag, vroeg ik of ik het boek een andere keer weer verder kon voorlezen en hij zei nee ik heb bedacht dat het toch niet zo’n goed boek is hij lachte erbij dus ik denk dat hij het niet erg vond dat het geen goed boek meer was ik vroeg of ik het dan nog moest uitlezen want de sunk cost fallacy dringt nooit door tijdens zomertijd en door onze gedeelde ervaring vond ik het ook niet zo erg dat het geen goed boek was hij zei nee, hoef je niet te doen, er zijn toch veel betere boeken waar je je tijd aan kwijt kan?
maar daar luisterde ik niet naar ik heb zijn boek toch uitgelezen dit weekend kon ik er weer om lachen op een feestelijke gelegenheid met iemand die zelf een kritische houding inzette en ik die dus enkel hoefde te delen om daarna samen twee dagen lang crêpes met limoen en kristalsuiker te halen is zeiken op martin rombouts als schrijver (uiteraard niet als persoon, dat was zijn kink denk ik dat hij zei en in zoiets psychoseksueels heb ik echt geen zin) dan eindelijk de lakmoesproef voor of nieuwe mensen gezellig genoeg zijn, de lakmoesproef die ik al die tijd al zoek?
zo ja godzijdank
—
“My grief was partly that my father, whom I loved, was dying. But it was also that I knew already that his death would allow me to feel freer.” (bell hooks, The Will To Change: Men, Masculinity, and Love)
Hoewel ik niet zeker weet of ik het rete-inspirerend vond om elke 10 pagina’s te lezen hoe hij de slimste mens won, was ik toch redelijk gecharmeerd door de rest. Of in iedergeval sommige delen. Het was prima
Dit ging echt alle kanten op. Het ene deel weet veel meer te raken dan het andere, zo vond ik het laatste kwart deel aangrijpend. Ik had graag meer gelezen over de relatie van de auteur met zijn vader en moeder, ipv over bepaalde andere overbodige onderwerpen.
Deze manier van een verhaal vertellen vond ik echt heel leuk en verfrissend. Vooral de dingen over schrijver zijn, wie je wel niet denkt te zijn en hoe interessant je jezelf wel niet vind (en alles over creative writing met deze strekking) vond ik erg leuk en herkenbaar. Einde vond ik een beetje meh, maar goed dan hebben we t ook echt over de laatste strofe.
“Het opvoeden van een kind van nul tot achttien Kost ouders gemiddeld Meer dan een ton En op een schaal van 10 één punt levensgeluk,
Prachtig vormgegeven boek, alleen al t goud op snee Heerlijk om te lezen, meerdere keren hardop gelachen. Mooie zelfspot, zelfreflecties, als lezer voelde ik me zeker ook aangesproken, tot nadenken, aangezet, over schrijverschap, de waarde van het boek, economische maatschappelijke systemen Nu ik t uit heb, bedenk ik me dat ik het te snel geleden heb, ga t zeker nog eens lezen.
Volstrekt eigenzinnig. Dat zijn de twee woorden die het sterkst blijven hangen na het omslaan van de laatste pagina van ‘Boek 1’, het wervelende romandebuut van Martin Rombouts. Het schijnt de meningen nogal te verdelen, zoals ik het om me heen hoor, maar ik behoor gelukkig tot het kamp dat dit “poëzieproza” zeer kan waarderen. Benieuwd naar wat nog komen gaat!
Helpt misschien ook dat ik nog nooit van Rombouts gehoord had en blijkbaar ben ik de enige op de aardkloot.
Het leest heerlijk, zoveel fijne grapjes en ideeën en meta-meta-meta dingen.
Het lijkt voor mij vooral alsof hij een enorm optreden van zichzelf geeft, het is theatertekst, soms bijna stand-up. Daardoor misschien raakt het me niet echt. Het lijkt wel alsof hij de stilte niet toelaat? Is dat bewust? Want ik heb het gevoel dat de mooiheid meer zit in wat hij allemaal niet zegt.
Nu ik dit schrijf: het doet me denken aan hoe ik als twintiger aan iedereen aan het verkondigen was wie ik was en wat ik vond en hoe de wereld werkte. En al m'n vrienden deden hetzelfde. We waren onszelf aan het presenteren, luid en duidelijk. Heldere lijnen: die ben ik en dit vind ik! "ik ben echt zo iemand die..." en dan kwam er wat.
Maar achter al dat getetter waren we nog zó onbekend voor onszelf en zó aan het veranderen dat al die tekst en overtuiging een best doorzichtige poging bleek om de ongevormdheid en onbestemdheid binnenin te verbergen.
Ik denk niet dat Rombouts dat ook doet. Is ie ook veel te groot voor. Maar het deed me er op een prettige manier aan denken.
Boek 2 ga ik zéker ook lezen! Geef me eens ongelijk!
'Ik had geboren kunnen worden als elk mens op deze aarde, misschien zelfs elk organisme, maar ik ben mezelf.'
--- Tijdens het lezen
66 Als ik de helft van de reviews mag geloven, moet ik dit boek tenenkrommend vooringenomen vinden. Maar ik heb tot dusver al een paar keer zo enorm hardop gelachen. En dat ondanks de onderlaag van enorme somberte vanwege het overlijden van een vader en de daaraan voorafgaande onderliggende problematiek - ik ben volledig geïntrigeerd. Let's go verder!
86 'Want als jij dit boek straks na het uitlezen in een van die sympathieke ruilbiebjes van je zet dan lever je daarmee direct en indirect mijn financiële toekomst een vuile, vuile streek.'
Oeps, zeg ik namens degene die dit boek in z'n ruilbiebje zette waar ik het uitviste, I guess. Hoewel ik anders zonder twijfel geen kennis had mogen nemen van dit sublieme werk, dat is een feit.
148 Au.
151 Liever = lieve
152 ❤️
156 'vrijfenveertig' - iemand van halverwege de veertig die graag sekst i guess.
176 Behoort tot de blijkbaar achttien procent vrouwen die het woord piëzo kent ✔️ (maar alsof 52% van de mannen een hoge score is btw)
--- Voor het lezen
Ruilbiebvondst na een lange werkdag! En aangezien ik dankzij Das Mag de banner met een megagrote, intens kijkende Martin binnenkort naast mijn boekenkast mag verwelkomen, ga ik voor het voor die tijd hebben gelezen van zijn boek. Let's go!
Zou dit überhaupt zijn uitgegeven als Martin Rombouts geen BN’er was? Voelt een beetje alsof hij zijn bekendheid inzet om zichzelf wat langer relevant te houden.
Twee sterren omdat ik hier en daar wel mooie stukjes las over zijn vader. Maar hier werd niet genoeg in doorgegraven, waardoor het wat oppervlakkig bleef.
Over de structuur is genoeg geschreven. Geen poëzie maar eerder korte mijmeringen, die in stoten op je af komen. Je moet ervan houden. Ik miste een lijn, een verhaal, een opbouw naar iets groters. Helaas bleef het in mijn beleving vooral bij onzinnige, pretentieuze prietpraat.
Qua stijl redelijk onvergelijkbaar die tot een leesvaart - ook door de opmaak - aanzet. Ik ken de schrijver (dichter) niet maar zijn TV-winst als Nederlandse “Slimste mens ter wereld” zal de vinden van een uitgever wel geholpen hebben. Het verveelt niet, maar de litteraire waarde blijft mij te mager.
Wat een bijzonder boek! Las veel kritiek op de vorm, maar voor mij werkte het wel. Veel witruimte, korte stukken bijna als poëzie. Maar dan toch niet. Scherp, ogenschijnlijk nonchalant en zeer geestig.
ik ben blij dat dit boek er is. Er wordt op redelijk speelse manier een heel aantal onderwerpen aangesneden en de vorm houdt het ondanks sommige thematiek toch luchtig. beetje moeilijk om dit in "sterren" uit te drukken dus dat blijft even leeg LOL.