Ronald Hermelijn is ernstig ziek en kondigt aan dat hij de snel naderende, onontkoombare dood niet wil afwachten en een einde aan zijn leven zal maken. Sinds hij zijn vrienden deze mededeling heeft gedaan, weet niemand van hen waar hij zich ophoudt. Addi Tasso, Ronalds vroegere minnaar, gaat samen met de slagersknecht Krat Bozevang naar Ronald op zoek. Maar het is slechts zelden dat hij iets over hem hoort of een glimp van hem opvangt in het nachtelijk leven in de stad. Ondertussen treurt Krat om Frietje, zijn vriendin, die ervandoor is gegaan met een sieradenkunstenares en naar het buitenland is vertrokken. Meer dan wat zij in korte berichten op prentbriefkaarten vermeldt, verneemt hij niet van haar. En zoals Krat wacht op Frietje, wacht Addi op zijn beurt op Ronald. En zoals hun leven in het teken staat van het wachten op de terugkeer van hun geliefden, dat hen meevoert in een stroom van herinneringen, zo worden ook de oude mannen in het verzorgingstehuis waar Addi werkt - 'de oude jongens' -, teruggevoerd naar hun verleden. Maar het is niet meer de liefde waarop zij wachten. Zij zijn nog slechts in afwachting van de dood.