Rosa en haar vrienden (Jonas, Joya, en Esther) leven een ogenschijnlijk idyllisch leven in het zonnige Portugal. Ze hebben elkaar, hun hondje Scruffy en hun prachtige Geheime Tuin als thuisbasis. Maar het is niet wat het lijkt, Esther is hoogzwanger en ziet op tegen het aanstaande moederschap. Verliefd zijn is makkelijk, maar een relatie onderhouden met zijn vriend Juriaan valt Jonas zwaar. Rosa weet nog steeds niet wat ze met haar toekomst wil, en nu moet ze ook nog zorgen voor haar 14-jarige (!!!) broertje Abel die bij hen vakantie viert. Hoe overleven ze alles wat anders gaat dan ze dachten?
Kortweg, dit boek maakte me boos. Het begon nog redelijk, waardoor ik hoop kreeg dat dit minder frustrerend zou zijn dan het vorige deel. Helaas: de laatste vijftig pagina’s waren net zo erg als dat hele vorige boek bij elkaar. Wat me het meest stoort is dat de serieuze problemen waarmee de personages dealen, alleenstaand moederschap, ingewikkelde relaties, afwezige vaders, niet serieus genomen worden in het narratief. In plaats daarvan krijgen we halfslachtige ‘therapiesessies’ die alles bagatelliseren door onzinnige bijnamen te gebruiken (Zeiksnor, de Eetpolitie, Stekelvarken etc.). En heel eerlijk, ik kan eigenlijk niemand in dit boek uitstaan. Joya met haar zweverige healing-onzin (geen enkel ziekenhuis gaat “energie-healing” inzetten, hou op met me). Neuz, die keer op keer Rosa’s grenzen overschrijdt en nooit sorry zegt, ik wilde hem klappen. Pascalle wordt ondertussen afgeschilderd als de villain, terwijl Neuz nul verantwoordelijkheid neemt. Pascalle did nothing wrong and you can’t change my mind. Jonas blijft zeikerig, Esther totaal ongeloofwaardig als psycholoog, en Abel… waar moet ik beginnen. Dit veertienjarige kind bemoeit zich overal mee en is totaal niet realistisch als tiener. Ik werk met veertienjarigen, ik weet hoe ze praten: zo zelfverzekerd en volwassen zijn ze niet. En dan is hij ook nog eens verliefd op Joya??? Make it stop, please.
Verder klopt er niets van de toon. Deze personages zijn midden twintig, maar gedragen zich alsof ze nog steeds in de brugklas zitten, terwijl Abel juist veel te oud wordt neergezet. Net als in het vorige boek, alles voelt cringey. En alsof dat niet genoeg is, komt het hele plot rond hun “Geheime Tuin” in Portugal en, ik durf het bijna niet te zeggen, lichtelijk koloniaal over. De grote thema’s, relaties, ouderschap, identiteit, zijn allemaal aanwezig, maar worden nooit serieus uitgewerkt. Alles voelt kinderlijk en onecht, ik zweer Francine heeft geen idee hoe twintigers of tieners zich gedragen. Ik heb de laatste vijftig pagina’s uit pure koppigheid gelezen, omdat ik niet kon slapen voordat dit boek voorgoed dicht was. Hoe overleef ik dit boek? Door het nooit meer open te slaan.