Tachtig jaar geleden, op 17 augustus 1945, werd Indonesië onafhankelijk, een datum die tot op heden niet erkend wordt door Nederland. De gelogen kolonie nodigt de lezer uit om mee te reizen naar het nieuwe land – en het koloniale verleden los te laten, dat nog altijd doorklinkt in het heden. Het is een levendige, persoonlijke en tegelijk indringende verkenning van de complexe relatie tussen Nederland en Indonesië, gezien door de ogen van een journalist die onverwacht een nieuw hoofdstuk in zijn leven moet openen. Met een scherp oog voor detail, humor en historische gelaagdheid beschrijft hij niet alleen zijn eigen reis van aarzeling naar acceptatie, maar ook de diepgewortelde sporen van het koloniale verleden in de Nederlandse verbeelding. Met nieuwsgierigheid en verwondering rekent hij af met ‘Indië’, het fantasieland dat nooit heeft bestaan. Het boek is daarmee ook een ode aan het huidige Indonesië als een land van contrasten, schoonheid en strijd, getoond aan de hand van de kleurrijke figuren die Maas ontmoette.
Ik heb me aan dit boek geërgerd. Maas’ wil halsstarrig de mythe van ‘ons Indië’ ontkrachten, maar dit resulteert door de pamfletterige schrijfwijze wat mij betreft in een veel te beperkte en negatieve visie op het huidige Indonesië. Zijn visie op de doorwerking van het kolonialisme komt juist eurocentrisch over, en soms zelfs denigrerend. Hoewel er zeker ook interessante gedachten en passages inzaten en zijn kernboodschap goed is, vond ik het boek bovendien weinig vernieuwend. Maar wel goed geschreven. Tja.
Laat ik vooropstellen; heel goed dat mensen als Michel Maas en Adriaan van Dis (die ook kort in dit boek genoemd wordt) vertellen over hoe zij nu naar Indonesië en de Nederlandse koloniale geschiedenis kijken. ‘De Gelogen Kolonie’ lijkt ook geschreven voor een oudere generatie, die opgroeide met utopische ideeën over ‘de Oost’ en bekend is met dit verleden. Als dit boek deze groep mensen aanspreekt, dan is er zeker al veel winst behaald.
Zelf vond ik vooral dat het boek een redacteur miste. Maas’ verhaal begint bij zijn eerste reis naar Indonesië, in 2001. Veel van de dingen die hij toen meemaakte zijn inmiddels geschiedenis geworden, maar het boek neemt dit wel als uitgangspunt voor het huidige Indonesië. Hierdoor lijkt Maas soms toch die koloniale blik waar hij vanaf wilt, vast te houden. Hier is hij zich tijdens het schrijven wel bewust van, maar voor de inhoud van het boek heeft dit misschien (te) weinig uitgemaakt. Tussendoor bespreekt Maas echter ook zijn ervaringen van jaren later, maar dit gebeurd heel plotseling waardoor je als lezer niet weet wanneer een gebeurtenis zich afspeelt. Ineens lezen we dat hij in een huis woont bijvoorbeeld, terwijl we de hoofdstukken ervoor nog lazen over zijn eerste bezoek aan het hotel waar hij zal verblijven. Dit is extra jammer, omdat ik nu niet weet waarom hij zo lang in Indonesië is gebleven. Wat trok hem aan aan het land? Hoe veranderde zijn blik?
Daarnaast maakt het boek regelmatig sprongen in de tijd en lijkt het zonder reden zijsporen in te slaan. Als Maas ontmoetingen met het staatshoofd beschrijft benoemt hij ook al hoe dit zo’n 20 jaar later zal aflopen, om vervolgens toch weer terug te gaan naar die ontmoeting, vervolgens een zijspoor in te slaan vanwege een opmerking van het staatshoofd, en dan wéér terug te gaan naar die ontmoeting. Door deze structuur valt Maas ook vaak in de herhaling. Zo bevat het inleidende hoofdstuk precies dezelfde informatie als het afsluitende hoofdstuk en het nawoord. Oh, en er staan soms vreemde opmerkingen over vrouwen in (pagina 30 ‘ik weet uit ervaring dat Ambonese meisjes smaken naar nootmuskaat, kruidnagelen en jasmijn’??? Hierna vertelt hij verder over zijn tante, maar die heeft hij toch niet ‘geproefd?’ Dus wat wil hij hiermee zeggen?!).
Het boek had voor mij beter gewerkt als er een heldere scheiding was tussen de eerste kennismaking met het land, vervolgens de jaren erna werden besproken inclusief alle bijzondere gebeurtenissen die toen plaatsvonden, en dan af te sluiten met de terugkeer naar Nederland en reflectie op deze periode. De inhoud is nu zeker nog interessant, maar met een heldere structuur was dit beter uit de verf gekomen.
Blog n.a.v. ‘De gelogen kolonie’ van Michel Maas Indonesië was vroeger ‘ons Indië’, en het gevoel wat daarbij hoorde is gebleven – dat is de strekking van dit boeiende boek van oud-correspondent Michel Maas. Hij woonde achttien jaar in Indonesië, en sprak tal van Indonesiërs. De scherpste vraag die hij hoorde was: ‘Wat doen jullie hier eigenlijk?’ – en dat slaat op elk moment van de koloniale geschiedenis. Nederland heeft de soevereiniteit dan wel overgedragen, maar liet Indonesië, nadat Nederland daar oorlog had gevoerd, flink betalen voor die soevereiniteit. Het is een pijnlijke geschiedenis – die hele koloniale tijd, en ook vandaag nog kijkt Nederland niet echt in de spiegel. Wat mij opviel tijdens het lezen: “De Gordel van Smaragd is een Nederlands verzinsel, opgebouwd uit oude koloniale beelden, een verhaal waarin wij onszelf wijsmaken dat het werkelijkheid is, om niet de pijn te voelen die we hebben veroorzaakt.” “De kolonie word je vanaf je geboorte toegediend. Al die boeken op het Spui, al dat Indië hier en Indië daar, dat gedweep met Tante Lien en nasi goreng: dat zijn druppels van een infuus dat de koloniaal in ieder van ons tevoorschijn heeft geroepen, en in leven gehouden.” “We hadden de kolonie nooit hoeven laten gaan, Nederland deed het daar zo slecht nog niet, de Indonesiërs zouden ons dankbaar moeten zijn, en zijn het eigenlijk ook: kijk maar hoe ze lachen als ze ons zien. (…) Ik weet dat het allemaal niet waar is en dat kolonie en slavernij niet deugen. Mijn ogen zijn geopend door stapeltjes boeken, waarin bewijzen staan die niet meer te weerleggen zijn, maar toch blijkt dit soort kennis bij aankomst minder sterk te zijn dan een gevoel dat gevoed is met leugens. Het hart wint het van de hersenen – hoe vaak komt dat niet voor.” “Met de soevereiniteitsoverdracht van 1949 is Nederland niet alleen de datum in steen gebeiteld, maar is ook het denken verstard.” “De hele kolonie is een leugen geweest, vanaf het moment dat de eerste Nederlander er op 27 juni 1596 voet aan wal zette. (…) De waarheid die ik vind is simpel: Er was nooit iets gezamenlijks, er was nooit een gedeelde geschiedenis. Je had altijd alleen maar wij en zij, van welke kant je het ook bekeek. De gezamenlijke kolonie was van a tot z gelogen.” “In Indonesië begon met op 17 augustus 1945 aan een nieuwe geschiedenis. In Nederland werd de tijd op 27 december 1949 stilgezet.” “Nederland draagt de soevereiniteit over met de zelfverzekerdheid van een oplichter die zojuist een grandioze wisseltruc heeft toegepast.” “Het nieuwe land moet de komende jaren vierenhalf miljard gulden aflossen voor schulden en leningen die Nederland is aangegaan. (…) Het was bijna vier keer zoveel als de hele naoorlogse Amerikaanse Marshallhulp aan Nederland.” “Wat telt is hoe Nederland voor, tijdens en na de soevereiniteitsoverdracht, tot aan de dag van vandaag zijn bij elkaar gelogen beeld van de kolonie levend heeft gehouden en doorgegeven van generatie op generatie.” “Dat Nederland ondanks alle mooie woorden van erkenning nog altijd vasthoudt aan 27 december 1949. 17 augustus 1945 blijft de jure de dag van een toespraak en een feestdag. Meer niet.” “Toen Suharto de macht greep liet hij honderdduizenden mensen vermoorden omdat ze links waren. (…) Suharto brak de moraal, de rug en de mentaliteit van de Indonesiërs, die na het vertrek van de Nederlanders net weer begonnen op te veren. (…) Suharto’s dictatuur zou opnieuw een volk van angsthazen en jaknikkers creëren.” “Pak jenderal: “Ik haatte ze niet, maar ze moesten wegblijven. Ze hadden hier niets te zoeken. Dit was ons land.” De Nederlanders bleven niet weg, ze kwamen terug. Stampend met hun laarzen en schietend met hun Bren. (…) “Waarom kwamen ze terug? Begrepen ze niet dat we eindelijk onafhankelijk waren? Begrepen ze niet dat wij ze hier echt niet meer wilden hebben?” Nee, dat begrepen ze niet en dat begrijpen ze nog steeds niet.” “De verzuchting: ‘Daar werd iets groots verricht.’ Dit zinnetje, dit geval van koloniale grootspraak, dat in de Nederlandse geschiedenisboekjes zou belanden en een van ’s lands grootste leugens zou worden, is ontleend aan de massamoordenaar Jan Pieterszoon Coen. Hij schreef het aan zijn bazen van de VOC in Nederland nadat hij voet aan wal had gezet in Indië en het potentieel van dat land had geroken: “Mijne Heren, daar kan iets groots worden verricht. (…) Hij moordde de bevolking van de Banda-eilanden ut en introduceerde de etnische zuivering. In het spoor van Coen voerde Nederland een apartheidsregime in, en liet het en spoorboekje na voor dictators die willen weten hoe je terreur, slavernij, tot moes geslagen ruggen, platgebrande desa’s, apartheid en verbannen leiders kunt gebruiken voor je eigen doeleinden.” “Het beeld dat Nederlanders van de kolonie hebben is nog steeds een leugen, die eindeloos wordt herhaald in duizend, steeds subtielere varianten van hetzelfde: dat het eigenlijk ‘een beetje van ons’ is.” “Voor mij werden alle vanzelfsprekendheden uiteindelijk onderuitgehaald door een simpele vraag: Wat doen jullie hier eigenlijk?” “Nederland bekijkt Indonesië nog altijd met Nederlandse ogen, dat wil zeggen: als een oud-kolonie, een land dat vroeger ‘van ons’ was. Nooit heeft Nederland begrepen dat het koloniale verleden het verleden was van Nederland zelf, en niet dat van de archipel. Indonesië had er nooit deel aan: als het ’t voor het kiezen had gehad, zou het zich een ander verleden hebben gewenst.”
Ik heb lang getwijfeld tussen drie en vier sterren. Maas is een uitmuntend schrijver. Ik heb altijd zeer van zijn verhalen uit Indonesië en de buurlanden in de krant genoten. Ik denk dat ik op vier was uitgekomen als ik het boek helemaal van papier had gelezen en er niet deels naar had geluisterd. De voorlezer is een beetje eentonig.
Maar het grootste probleem is de structuur. Die is niet logisch, wat doorlezen lastig maakt. De verhalen lijken lukraak achter elkaar gezet.
Maas is boos, op Nederland als kolonisator en het Nederland van nu dat eigenlijk mentaal nog steeds een kolonisator is. Dat lijkt me terecht, maar Maas lijkt ook boos op zichzelf en op de lezer. Ook dat maakt doorlezen lastig. Dat de kolonie niet meer bestaat, maar in de hoofden van de Nederlanders (toeristen en thuis) nog levensecht is, vertelt Maas vooral, hij laat het slechts hier en daar zien.
Ik vind het jammer dat het boek vooral uitdraait op particuliere boosheid en het grotere plaatje slechts zeer ten dele onthult. Ondanks dat Maas weinig over zichzelf en zijn eigen leven vertelt, is het toch meer een memoire dan een boek over Indonesië.
Het thema van dit boek is heel belangrijk, de uitwerking vond ik alleen wat minder. Michel Maas probeert niet alleen zijn eigen familiegeschiedenis, maar ook de geschiedenis van Indonesië en van Nederlands-Indië uit te leggen. En daarnaast te vertellen over zijn correspondentschap in Indonesië en de mensen die in gedurende die 18 jaar allemaal heeft ontmoet. Dat is teveel tegelijkertijd.
Hoewel Michel hele belangrijke punten aanstipt, is het soms toch wat lastig te lezen en komt de boodschap daardoor niet helemaal goed over. Althans, ik heb nu zelf nog een boel vragen.
Dit is een boek waarvan ik blij ben dat het geschreven is. Het geeft een aanvullende kijk, informatie, op en over de rol van Nederland in Indonesië met alle gevolgen die dat heeft gehad. Naast dat het inhoudelijk goed is, is het ook goed geschreven, leest vlot, bevat veel informatie en is toch ook ‘luchtig’. Als het onderwerp je interesseert (en in mijn ogen zou dat voor alle Nederlanders moeten gelden): het lezen meer dan waard.
Maas probeert in zijn boek te schetsen dat er weliswaar sporen in Indonesië zijn die wijzen op een langdurig verblijf van de kolonialisator Nederland, maar dat dit op dit moment in het zelfbewuste Indonesië amper een rol speelt. De Nederlander die terugkeert of als toerist in Indonesië dwaalt denkt nog steeds volgens Maas vanuit de oude patronen. De werkelijkheid laat iets anders zien. Gelezen ter voorbereiding van mijn reis naar Indonesië. Heeft geen baanbrekende nieuwe inzichten gegeven.
Ik twijfel tussen 3 en 4 sterren. Het boek is super interessant, maar de schrijver valt vaak in herhaling. Dat is enerzijds de charme en het doel, maar anderzijds ook snel oud.
Ik had gehoopt op een kritische dekoloniale reflectie op Nederlands discourse en perspectief op Indonesie, maar het las meer als de doldwaze avonturen van de auteur. Ook doorspekt met iets te veel dedain.