Ema Somerman staat aan het roer van profil, een organisatie die deepfakes bestrijdt. In een wereld vol digitale manipulatie heeft ze carrière gemaakt in het onderscheiden van wat wel en niet echt is.
Ema’s jeugd werd getekend door de plotselinge verdwijning van haar vader Sieger, journalist bij een landelijke krant. Wanneer nieuwe informatie opduikt over zijn verdwijning, verandert Ema’s werkterrein in een spiegelpaleis. Wat echt lijkt, wordt verdacht gemaakt. Naarmate ze dichter bij de oorzaak komt, groeit haar afstand tot profil en alles waar ze voor dacht te staan.
Kan een objectieve werkelijkheid bestaan als iedereen zijn eigen versie ervan kan maken? En als de waarheid beschermd wordt, wie controleert dan de waakhonden? De verdwijning van Sieger Somerman is een spannende roman over de kracht van perceptie, trauma en onze afbrokkelende relatie met de waarheid.
Jori Stam (1987) groeide op in de polder en studeerde Nederlandse taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn verhalen verschenen in verschillende literaire tijdschriften. In 2014 werd hij genomineerd voor de Opium Verhalenwedstrijd en de VPRO Bagagedrager en won hij de Kerstprijsvraag van Propria Cures. Een volstrekt nutteloos mens is zijn debuut.
“Ik mis iets. Aja. Een einde. Een einde dat niet leest alsof de auteur niet wist hoe het moest eindigen. En het dus maar laat doodbloeden. Of doodvriezen.
Stam leidt je nochtans vakkundig richting laatste bladzijden, om het dan onverhoeds op te geven.
Losse eindjes blijven los. En dus valt er geen touw aan vast te knopen.”
Dit is wat ik ruim vijf jaar geleden over ‘Oregon’ schreef, de debuutroman van Jori Stam. En kijk… Het is bijna woordelijk wat ik nu weer vind. En voel.
Want ook deze keer neemt Stam mij aanvankelijk stevig bij de hand, trekt hij mij de wondere wereld van deepfake in, boeit en intrigeert hij mij met zijn sprongen in de tijd, verrast hij me zelfs als de Sieger uit de titel lijkt te verschijnen (na zijn verdwijnen) en doet hij mij sneller lezen naarmate het einde nadert.
Maar dan raakt hij plots het spoor bijster.
Verliest hij eerst zijn focus, dan zijn hoofdpersonage en tenslotte mij, de lezer. Wat zorgt voor ’De Verdwijning van een Ster in de Eindafrekening’.
De verdwijning van Sieger Somerman van Jori Stam is een roman over echt-nep, bestaan-verzonnen, zichtbaar-verborgen en kunstmatige intelligentie en wat de mens ermee doet. In de eerste hoofdstukken maakte ik nog aantekeningen vanwege de tijdsprongen, wilde noteren welk detail wanneer aan de lezer werd onthuld. Nu terugkijkend ben ik daar vrij snel mee gestopt en dat is voor een roman een goed teken: het verhaal is er een om dóór te lezen.
Een één ruk uitgelezen. Origineel, spannend, eigentijds, goed geschreven, boeiende thematiek. En een mindfuck à la Shutter Island. Wat een heerlijk boek.
Tja. Het leest lekker weg. En er zitten interessante elementen in. Maar het einde is zo’n enorme anticlimax. Het voelt niet af, raar. Een opbouw die nergens naartoe leidt. Jammer, want de potentie was er.
Ik hou van literatuur die een poging doet om met fictie niet alleen een tijdsbeeld af te geven, maar waar de schrijver ook probeert te doorgronden wat dit met ons als mensen doet. Mensen die fictie lezen kunnen denk ik meer empathie opbrengen dan gemiddeld en dat is echt hard nodig.
Dit boek doet dit als we het hebben over technologische ontwikkelingen als AI, deep fakes, gezichtsherkenning enzovoort. Wat als dit verder doorzet? Het is de overigens meer een boek over de actualiteit dan scifi want alle technologie die benoemd wordt is al in basis beschikbaar.
Het boek ademt op elke pagina urgentie en spanning wat het los van het beklemmende onderwerp waar het over gaat toch tot een heerlijk leesbare roman maakt.
Wat zou je doen als je geliefde op onverklaarbare wijze verdwijnt? In Jori Stams nieuwe roman, vol met prachtige zinnen, overkomt dit Ema Somerman, die haar vader Sieger op deze wijze verliest. Ze moet verder met haar verwaarlozende moeder Lisbet; ‘opgevoed worden’ door haar zou hier namelijk geen juiste formulering zijn. Er zijn allerlei momenten waarop Ema valt of als ‘onhandig’ wordt afgedaan. De harde handen van Lisbet zweven boven deze incidenten.
Ema heeft van kinds aan een interesse in en aanleg voor computers en programmeren. Uiteindelijk weet ze zich op te werken tot een belangrijke medewerker van het (fictieve) techbedrijf PROFIL dat software ontwikkelt om deepfakes van echte content te onderscheiden. Er is ook activisme en tegengeluid in het verhaal, want Big Tech dient bestreden en ter discussie te worden gesteld, net zoals in het echte leven.
De vraag is echter wie het hier bij het juiste eind heeft. Het maakt Stams roman actueel, want we dreigen allen in ‘een verzuiling van de waarheid’ terecht te komen, er is net genoeg science fiction in het verhaal om een dun lijntje vanuit 2025 door te trekken naar een mogelijke, nabije toekomst (de verteltijd in een deel van de roman speelt zich niet later af dan 2035). Ook een mooie chronovondst is het derde deel dat luidt: niet ‘waar’, maar ‘wanneer is Ema Somerman?’ Een interessant motief in het verhaal thematiseert de tijd zelf en welke rol dit speelt in het opbouwen van onze identiteit en de relaties met anderen.
De actualiteit van de roman raakt ook aan thematiek die in onze tijd door oprukkende technologie steeds belangrijker wordt: wat is feit en wat is fictie? Alle wederwaardigheden omtrent de deepfakes zijn de uitwerkingen van deze essentiële vraag. Het is duidelijk dat er sprake is van een steeds problematischer onderscheid tussen feit en fictie. Ook in het persoonlijke leven van de personages – eerst een gezinstragedie van de Somermans – daarna het volwassen (liefdes)leven van Ema en de nasleep ervan, is de vraag hoeveel waars er in de beschrijvingen van hun subjectieve ervaringen voor de lezer overblijft (bij monde van Mats: ‘Dat je geest net zo goed dingen tevoorschijn kan toveren als wegpoetsen.’) Sieger Somerman roept als journalist regelmatig: ‘De waarheid heeft geen weekend!’ Uiteindelijk dreigt hij aan zijn eigen motto ten onder te gaan.
Er zit veel ‘show, don’t tell’ in deze roman. Er wordt gesuggereerd en beschreven, er is zowel genoeg impliciet als er expliciet moet staan om een roman van 300 pagina’s te vullen (inclusief witregels). De verdwijning van Sieger wordt halverwege gespiegeld in een verschijning en een andere verdwijning en wéér een verschijning. Het duizelt de lezer soms als in een spiegelpaleis. Het is knap hoe Stam in staat is bij zoveel suggestie de spanningsboog vol te houden, maar er blijven ook losse eindjes over. De lezer is gewaarschuwd: wie niet van een open einde houdt, laat deze roman liever ongelezen of zal zijn verwachtingen moeten bijstellen.
Is dit een realistische roman? Een simpele vraag, maar je merkt dat je in de loop van de roman je verwachtingen bijstelt, want het lijkt steeds minder over de wereld ‘daarbuiten’ te gaan. De plot verandert tijdens de 300 pagina’s in iets wat het midden houdt tussen een samenzweringstheorie en een lichte dosis science fiction, vol cijfertjes, mysterieuze kunstwerken en portalen. De vraag is wat de lezer hiervan moet maken: is er sprake van geesteszieke personages, hallucinaties, ‘moet’ er sprake zijn van een samenhang in de gebeurtenissen, zoals het personage Mats tegen het einde van het verhaal een aantal keer opmerkt?
De conventionele lezer kan niet anders dan naar die zelfde samenhang zoeken, want het is immers geen experimentele roman. Toch wordt die verwachting niet helemaal ingelost, waardoor ik de roman uiteindelijk licht teleurgesteld sloot, maar het prikkelde wel om erover na te denken. Het zijn van die open eindes en onbetrouwbare vertellers in de traditie van W.F. Hermans, een auteur met wie Stam al vaker in verband is gebracht: na de zoveelste herlezing van ‘De donkere kamer van Damokles’, samen met mijn leerlingen of alleen, vroeg ik me opnieuw af of Dorbeck nu wel of niet had bestaan en of de aanwijzingen hiervoor toch echt niet ergens in Hermans’ meesterwerk te vinden zijn. Zonder te veel te verklappen, speelt dit zelfde gepuzzel rondom de verschijningen en verdwijningen in Stams verhaal. Het vraagt om een actieve leeshouding en de associatie met Hermans is ook om een andere reden niet arbitrair: er hangt een zwaard van Damokles boven de belangrijkste personages in dit verhaal.
Ik bewonder hoe Stam in staat is antipathieke personages neer te zetten: de tech-lui met wie Ema zich omringt, zijn ronduit weerzinwekkend en hun ware aard wordt pas duidelijk in de loop van het verhaal, voor zowel de lezer als Ema. Irshad en Solveigh zijn waarlijk irritante engerds. Er zijn meer antipathieke dan sympathieke personages, wellicht wil Stam hiermee een punt maken? Ook Ema is een anti-heldstatus niet vreemd: zij vecht zich met een hoop leugens en ander bedrog door haar volwassen leven. Mats is het enige personage dat sympathiek overkomt, maar dan op het zielige en meelijwekkende af, zo normáál als wij allemaal zijn, waardoor hij misschien wel de ‘biggest loser’ van deze roman is. Om Mats te leren kennen, hoef je geen roman te lezen: kijk of loop maar gewoon naar buiten.
De titels van sommige, soms ultrakorte hoofdstukjes ogen wat overbodig, maar hebben soms een duidelijk thematische lading. Twee hoofdstuktitels uit het tweede deel vatten de strekking van de roman goed samen: ‘Geloof niet alles wat je hoort, ziet en leest’ versus ‘Hoor, zie en lees alles wat je gelooft’. Stam laat aan zijn roman namelijk een motto voorafgaan, een citaat uit ‘Do Androids Dream of Electric Sheep’ van cultauteur Philip K. Dick (later op beroemde wijze verfilmd als ‘Blade Runner’ door Ridley Scott): ‘Everything is true, he said. Everything anybody has ever thought.’ Het vermengen van feit en fictie en het ronduit paranoïde wereldbeeld van Dick, iets wat ook aan Hermans doet denken, zetten de toon voor de rest van de roman.
Daarmee plaatst Stam zich intertekstueel in een duidelijke, ‘underground’ scifi-traditie en wellicht is dit hoe we deze roman in 2025 tegen het licht moeten houden. Er verschijnt de laatste jaren goede literatuur met scifi-elementen van Nederlandse bodem: ook Stefan Brijs, Auke Hulst en Hanna Bervoets zijn bedreven in het genre, waardoor wat ‘fringe’ is steeds meer mainstream wordt.
Dat is dan tot slot het grootste compliment dat de roman te maken is: het is niet ieder boek gegeven toe te treden tot een dergelijk pantheon, want de beste scifi is tegelijk kritisch op het heden en biedt anderzijds een voorzichtige, hoopvolle visie op de toekomst.
Overrompelende roman over de verzuiling van de waarheid in onze kunstmatig intelligente wereld. Met echter een heel grote bedenking: Stam ging al te nadrukkelijk leentjebuur spelen bij de Netflix-reeks Dark.
Met protagonist Ema Somerman zitten we middenin de AI-hype. Als briljant programmeur en 'CTO' bij het bedrijf PROFIL ontwikkelde Ema mee Minotaur, software waarmee deepfakes in een mum van tijd kunnen worden opgespoord. Ema woont in Oslo met haar partner Mats, ver weg van haar moeder in Nederland. Haar vader Sieger, een onderzoeksjournalist, is al jaren spoorloos: niet dood maar ook niet levend dus.
Wanneer Ema in opspraak komt - haar bedrijf zou ook software verspreiden om deepfakes te maken, om op die manier de eigen productie in stand te houden - ontrafelt ook haar vroegere leven. Via tijdssprongen maken we kennis met de 8-jarige Ema, die zich altijd lijkt te bezeren: op haar voorhoofd heeft ze drie littekens (1-1), ze verliest ook een oog en krijgt een oogprothese. 'Onhandig', beweert haar moeder, die altijd in de buurt is bij deze ongevallen. Of is er meer aan de hand?
Als het schandaal rond PROFIL losbarst, krijgt Ema een telefoontje: haar vader is gevonden, hij verblijft in een psychiatrische kliniek in Nederland. Zijn verhaal lijkt waanzinnig: hij beweert een tijdreiziger te zijn, die ontdekt heeft dat de coördinaten van 6 kunstwerken (o.a. Black Square van Orekhov, Monolitten in Oslo) heel exact bepaald zijn, en samenhangen. Het zijn portalen, langs waar wetenschappers uit de toekomst terugreizen in de tijd om nieuwe ontdekkingen te droppen. In zijn eigen beleving is Sieger nooit vermist geweest. Hij verdwijnt opnieuw, samen met Ema, die de documenten van haar vader aandachtig bestudeert en weet waar ze hem - heel even - kan terugvinden.
En daarmee verdwijnt Ema uit het verhaal. Het derde en laatste deel van het boek is gewijd aan Mats, het vroegere vriendje van Ema, die door haar altijd bewust op een afstand werd gehouden. Mats heeft inmiddels een nieuwe vriendin en een zoontje Jonas, maar is nog steeds geobsedeerd door Ema. Hij bestudeert op zijn beurt de coördinaten die ze hem doorstuurde, en klimt zijn dood tegemoet op de Monolitten, in de hoop op een reünie met Ema.
Fascinerend is dat Stam een patroon in De verdwijning van Sieger Somerman steekt: de drie protagonisten verdwijnen telkens hun geloofwaardigheid in twijfel wordt getrokken. Sieger verdwijnt wanneer zijn betrouwbaarheid als onderzoeksjournalist op de helling staat, Ema wanneer het schandaal rond de deepfakes losbarst, Mats wanneer een door hem gemaakte deepfake-pornovideo openbaar wordt gemaakt. Telkens ook geven zij het stokje door aan een nakomeling: de coördinaten worden door Mats doorgegeven aan zijn zoon Jonas, die het verhaal mogelijk verder zet.
Stam is een begenadigd schrijver met oog voor details die blijven hangen: de oogprothese van Ema, het tuinhuisje waar haar vader in werkte, de geur van haar onderbroek die een obsessie wordt voor Mats. Jammer dan toch dat Stam in het derde deel al te nadrukkelijk leentjebuur gaat spelen bij de briljante Netflix-reeks Dark. De titel van het derde hoofdstuk, 'WaarWanneer is Ema Somerman' is vrij letterlijk plagiaat van de centrale krantenkop uit de reeks: 'WoWann ist Mikkel'? Ook drie namen uit de reeks (Jonas, Magnus en Mikail) worden door Stam gerecycleerd (niet toevallig is Jonas diegene die het tijdreizen in de reeks uiteindelijk opheft). Kan tellen, in een roman over echtheid, waarheid en betrouwbaarheid van bronnen.
Hoe herken je de waarheid in een wereld waar iedereen zijn eigen versie van de werkelijkheid koestert en waar beelden moeiteloos te manipuleren zijn? Die vraag vormt de kern van Jori Stams nieuwste roman, De verdwijning van Sieger Somerman.
Centraal staat Ema Somerman, die als kind al beter met computers dan met mensen overweg kan. Terwijl haar leeftijdsgenoten zich verliezen in school en spel, ontdekt zij de logica van programmeertalen. Haar vroege fascinatie voor technologie loopt echter parallel met een moeizame thuissituatie. Haar vader, de ambitieuze onderzoeksjournalist Sieger, verliest zijn geloofwaardigheid na beschuldigingen van verzonnen getuigenissen en verdwijnt spoorloos. Haar moeder Lisbet biedt nauwelijks houvast: achter haar façade van kilte en zogenaamd ongeluk gaat eerder geweld schuil dan zorg.
Deze jeugdervaringen tekenen Ema en drijven haar uiteindelijk weg uit Nederland. In Oslo bouwt ze een leven op en raakt ze betrokken bij PROFIL, een technologiebedrijf dat software ontwikkelt om deepfakes van authentieke beelden te onderscheiden. Professioneel staat ze midden in de actualiteit, maar privé blijft ze achtervolgd door de vraag of ze ooit nog grip zal krijgen op het verhaal van haar eigen familie.
Stam verweeft deze twee lijnen – het intieme familieverhaal en de bredere maatschappelijke zoektocht naar waarheid – op knappe wijze. De roman speelt met tijd en perspectief: herinneringen, hallucinaties en speculaties vloeien in elkaar over. Als lezer word je telkens opnieuw gedwongen om je af te vragen wat betrouwbaar is en wat niet. De titel verwijst niet alleen naar de vader die verdween, maar ook naar het steeds wegvallen van zekerheden.
Wat de roman sterk maakt, is de manier waarop Stam spanning creëert zonder te vervallen in sensationele plotwendingen. Het zijn eerder suggesties, spiegelingen en verdubbelingen die de lezer desoriënteren. Verschijningen en verdwijningen wisselen elkaar af als in een spiegelpaleis: fascinerend, maar ook verwarrend. Niet alles wordt opgelost, en dat lijkt precies de bedoeling.
De personages dragen bij aan dit gevoel van ongemak. Sympathie is schaars in dit boek: de technocratische collega’s van Ema zijn ronduit onaangenaam, en ook zijzelf is eerder een antiheldin dan een held. Enkel Mats, een secundair personage, biedt wat herkenbare warmte, al balanceert ook hij op de rand van meelijwekkendheid.
Met De verdwijning van Sieger Somerman schrijft Stam geen conventionele roman. Hij zoekt de grens op tussen realisme, sciencefiction en existentiële roman. Het boek stelt grote vragen – over waarheid, identiteit en de rol van technologie – maar laat de lezer vaak zelf puzzelen en interpreteren. Dat kan frustreren, maar het is tegelijk de kracht van het verhaal: Stam neemt zijn lezers serieus en verwacht van hen een actieve houding.
Het resultaat is een roman die je moeiteloos meesleept: spannend en gelaagd, zonder dat het een klassieke pageturner pretendeert te zijn. Stam raakt grote thema’s aan – van big tech en de dunne grens tussen waarheid en leugen tot subtielere motieven als controle en stalking – maar laat ze nooit de menselijke kern van het verhaal overschaduwen. De verdwijning van Sieger Somerman is daarmee een intrigerende spiegel van onze eigen tijd, waarin AI en fake news de werkelijkheid steeds moeilijker te onderscheiden maken.
Ema Somerman groeit op in een gezin met een vader als journalist die 24/7 werkt en een pathologische moeder. Als haar vader plots verdwijnt zoekt Ema haar toevlucht in programmeren dat ze zichzelf aanleert op de computer die ze samen met haar vader bouwde. Als ze oud genoeg is ontvlucht ze het ouderlijk huis en gaat in Oslo studeren. Wanneer ze wordt geheadhunt door Profil, een startup die software ontwikkelt en uitgroeit tot een van de meest invloedrijke bedrijven in het detecteren van deepfakes, start het spel van echt en nep.
'Kan een objectieve werkelijkheid bestaan als iedereen er zijn eigen versie van kan maken?'
Jori Stam schrijft met de verdwijning van Sieger Somerman een ontzettend spannend boek en laat veel aan de verbeelding over. Ik heb erg genoten van het verhaal. Als lezer ga je snel twijfelen aan wat nu echt is en wat niet. Wat is er gebeurd met Sieger? Komt hij nog terug? En wat gebeurt er allemaal met Ema?
Met de huidige technologie van AI raakt dit verhaal sterk aan de werkelijkheid. Het geeft veel stof tot nadenken en dat komt niet alleen door het open einde.
In het jaar dat AI een enorme groeispurt lijkt te hebben gemaakt en het echte soms niet meer van het onechte te onderscheiden is, laat Stam je op bijna elke pagina weer twijfelen: klopt dit wel? Wie moet ik nu geloven? De verdwijning van Sieger Somerman is een boek dat je moeilijk kunt wegleggen, juist omdat die vragen worden opgeroepen: hopelijk geeft de volgende pagina het antwoord. De schrijver weet heel goed emoties aan te spreken, je wil je als lezer soms bijna mengen in gesprekken om de personages bij te staan. Waar deze spanning je de bladzijdes laat verslinden, zitten er naar mijn mening een aantal losse eindjes in verhaallijnen die het voor mij soms als onaf laten voelen, misschien wel met opzet? Het verhaal inclusief zijn losse eindjes geven de fantasie vrij spel; soms inspirerend, soms onbevredigend. Al met al is De verdwijning van Sieger Somerman een prikkelend boek en heeft Jori Stam me weten te boeien met zijn schrijfkunst.
Echt een onwijs spannend boek, in één ruk uitgelezen. De Verdwijning van Sieger Somerman laat op een indrukwekkende manier zien hoe gevaarlijk AI en deepfake-technologie kunnen zijn. Maar wat ik het knapst vond, is dat het verhaal gaandeweg van toon verandert en een diepere laag krijgt, waarin jeugdtrauma en de manier waarop dat je blijft achtervolgen centraal staan en hoe die trauma's ervoor zorgen dat je je hele leven problemen hebt met vertrouwen: op de waarheid, op jezelf, op anderen.
Ik had aanvankelijk moeite met het einde, maar na het laten bezinken voelde het juist onvermijdelijk en passend. Het is een boek dat nog lang in je hoofd blijft hangen. Stiekem hoop ik op een vervolg.
"Een leugen rent de wereld rond voordat de waarheid zijn veters kan strikken."
Heerlijk verwarrend boek over onze relatie met de waarheid. Vlotte stijl, interessante personages tegen de achtergrond van moderne technologie. Ik las het razendsnel uit. Ongetwijfeld zal het einde niet voor iedereen bevredigend zijn, maar ik heb gesmuld. Het mocht wel een stuk langer. Ik wilde nog langer in dit gekke verhaal op het verkeerde been gezet worden.
Mooi, actueel boek over de gevaren van AI. Het voortdurende gevoel dat je tijdens het lezen hebt wat wel en niet echt is resoneert bij de tijd van nepnieuws en deepfakes. Lekker geschreven ook, in 1 dag gelezen.