Deze bundel grijpt terug op het Oude Testament. Het eerste deel heeft als motto, ‘ Vrijspraak voor Kain’. Een belangrijk thema in het boek is het verlies van een kind, zoals het afstand doen van het Aards Paradijs. Je voelt de schrijnende pijn.
Er is altijd een eerste missen zoals je nog nooit. Ongenaakbaar
ligt schaduw onder de bomen, steeds minder schaduw en telkens meer
ritsel in nerf en oker. Sta je
met die hele santenkraam aan een leven met horten en stoten weg uit de baarmoederluwte
toch nog plots in het winderige zero. Rijp aan de takken, je wist het eerste
wit uit je ogen en straks stuitert ook jouw laatste parlando stottert
-pax mundi-het wak in.
Dit gedicht is deel van de cyclus ‘ Er is altijd’, het tweede en laatste deel van de bundel. Het is een bundel om rustig te verkennen. Het verdriet om het verlies ligt niet aan de oppervlakte maar is in de huid gekropen. Er is daarbij ook verzoening met het leven. Een mooie bundel.
Had deze een tijd terug al in huis maar pas recent weer geleend en nu niet zeker waarom. Kan niet echt vat krijgen op dit oud-aards (midden-aards?) paradijs met vreemde onthechte figuren en hun bizarre gedachten en rituelen.
Talig zeer sterk (dat wel uiteraard) en met enkele favorieten, maar met het hier opgeroepen universum weet ik geen blijf; de thematiek gaat aan me voorbij. Oude wijsheden, versteende gedachten, dingen uit een andere tijd en plaats. Ik lees dit zoals ik naar de pre-rafaëlieten kijk: met een vage weemoed — en een geïnteresseerde bewondering voor het vrome, het delicate — maar met volstrekte ontkoppeling. Niet mijn wereld.
Een andere lezing, in een andere tijd, een andere plaats in de toekomst, brengt misschien ander inzicht.