Van de makers van 'Toen het oorlog was' is er nu 'Het begon met peper', een van de eerste boeken voor kinderen over de geschiedenis van Indonesië. In augustus 2025 is het 80 jaar geleden dat Indonesië de onafhankelijkheid uitriep. Toch is er in Nederland, ondanks de gedeelde geschiedenis en Indische invloeden in taal en eten, weinig kennis over dit verleden.
Waarom gebruiken we Indische woorden zoals banjeren? En waarom hebben we altijd speculaasjes in huis? Elke dag zie je de sporen van de geschiedenis van Indonesië en Nederland. 'Het begon met peper' vertelt op een toegankelijke manier over deze complexe, vaak verzwegen geschiedenis. Door thematische hoofdstukken, persoonlijke verhalen en portretten van belangrijke figuren zoals Tjalie Robinson en Joop Hueting, krijgen kinderen (vanaf 11 jaar) een helder overzicht. In duidelijke taal leren kinderen alles over deze ingewikkelde geschiedenis, waarbij de duistere bladzijden niet worden geschuwd.
Marrit Boogaars, Annemiek de Groot, Juul Lelieveld, Liesbeth Rosendaal weten als geen ander de geschiedenis begrijpelijk over te brengen aan kinderen. Hun boeken 'Toen het oorlog was 1914-1918' en 'Toen het oorlog was 1939-1945' zijn bekroond met respectievelijk de Bronzen en Zilveren Griffel. Dido Drachman is freelance illustrator en beeldverhaal-auteur. Diens onmisbare illustraties brengen meer dan vier eeuwen geschiedenis prachtig in beeld. Dido's werk is schilderachtig en kleurrijk en wordt gekenmerkt door een scherp oog voor detail en historische juistheid.
'Het begon met peper' is een waardevol boek om zelfstandig te lezen of in de klas te behandelen (vanaf groep 8 of voortgezet onderwijs).
Ik ben het wel eens met de uitspraak die achterin staat: “we weten zeker dat dit een ander boek was geworden als schrijvers die nu in Indonesië wonen het hadden gemaakt”. Dat kun je op twee manieren uitleggen maar ik hoop met de auteurs mee dat er meer verhalen door Indonesiërs over hun land op papier gezet worden die Nederland bereiken. In Het begon met peper kun je lezen dat dit land en haar volk dat verdient.
Wat een prachtig en indrukwekkend boek over het vaak verzwegen verleden tussen Nederland en Indonesië. Het neemt je eerst mee naar het Indonesië van nu, om vervolgens dieper in te gaan op de gedeelde, maar pijnlijke geschiedenis.
De prachtige tekeningen en ooggetuigenverslagen maken het verhaal levendig en aangrijpend. Ook de invloed van de Indische cultuur in het huidige Nederland komt mooi aan bod. Van patat met pindasaus tot woorden als bakkeleien, pienter en rimboe. Toch is het gek om te lezen dat de Indische cultuur eigenlijk hoort bij een land dat nu niet meer bestaat.
De heldere schrijfstijl maakt het boek zeer geschikt voor kinderen, maar het is minstens zo waardevol voor volwassenen die weinig weten over deze periode in onze geschiedenis. Een absolute aanrader!
Een opvallend en belangrijk boek over het koloniale verleden van Nederland!
‘Het begon met peper – De geschiedenis van Indonesië’ en Nederland is een opvallend en belangrijk boek dat op een toegankelijke manier een vaak vergeten hoofdstuk uit de Nederlandse geschiedenis belicht.
In augustus 2025 is het precies tachtig jaar geleden dat Indonesië de onafhankelijkheid uitriep. Toch is er in Nederland, ondanks eeuwenlange banden, nog altijd weinig kennis over deze gedeelde geschiedenis.
Dit boek, gemaakt door het team achter de bekroonde titels ‘Toen het oorlog was 1914-1918’ en ‘Toen het oorlog was 1939-1945’, probeert daar verandering in te brengen. De auteurs – Marrit Boogaars, Annemiek de Groot, Juul Lelieveld en Liesbeth Rosendaal – slagen er mijns inziens heel erg goed in om een complex, gevoelig en vaak verzwegen verleden helder uit te leggen aan kinderen, zonder te simplificeren of te verbloemen.
De titel van het boek verwijst naar het beginpunt van de koloniale relatie tussen Nederland en Indonesië: de handel in specerijen en in het bijzonder peper. Wat begon als een economische onderneming groeide uit tot eeuwenlange overheersing, uitbuiting en uiteindelijk een bittere strijd voor onafhankelijkheid. Het boek vertelt niet alleen over deze historische feiten, maar verbindt het verleden slim met het heden. Waarom gebruiken we Indische woorden als banjeren? Waarom eten we sambal bij onze friet of staat er spekkoek bij de koffie? Op een speelse maar doordachte manier laat het boek zien hoe het koloniale verleden nog altijd aanwezig is in ons dagelijks leven, vaak zonder dat we erbij stilstaan.
De kracht van het boek zit volgens mij in de thematische opbouw. Elk hoofdstuk belicht immers een ander aspect van de geschiedenis: van de tijd van de VOC en de plantages tot de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog, van de onafhankelijkheidsstrijd tot het leven van Indische Nederlanders in Nederland. Door deze aanpak raken kinderen zeker niet verdwaald in een wirwar van data en gebeurtenissen, maar krijgen ze grip op de grote lijnen en de achterliggende verbanden. Daarnaast wordt het grote verhaal regelmatig afgewisseld met persoonlijke getuigenissen, portretten van historische figuren en kleine verhalen die het geheel menselijk en tastbaar maken. Zo maken we kennis met Tjalie Robinson, die streed voor de erkenning van de Indische identiteit en met Joop Hueting, de man die als eerste openlijk sprak over het geweld dat Nederlandse militairen pleegden in Indonesië. Zulke verhalen brengen nuance, empathie en spanning in het boek en zorgen ervoor dat de geschiedenis ook echt binnenkomt bij jonge lezers.
Een andere grote troef van ‘Het begon met peper’ zijn de illustraties van Dido Drachman. Hij heeft een schilderachtige stijl die gedetailleerd, sfeervol en altijd historisch correct is. De tekeningen verrijken het verhaal zonder het te domineren. Ze geven visuele context aan moeilijke scènes, helpen bij het begrijpen van de tijdsgeest en zorgen voor rust en afwisseling in de tekst. Van drukke marktpleinen tot confrontaties tussen soldaten, van het dagelijks leven in Batavia tot migratiegolven naar Nederland – elke illustratie draagt bij aan het grotere geheel en spreekt tot de verbeelding. De beeldtaal maakt het boek ook toegankelijk voor lezers die visueel zijn ingesteld of nog moeite hebben met langere teksten.
Wat dit boek bovendien ook bijzonder maakt, is de eerlijke toon. De makers schuwen de pijnlijke kanten van de geschiedenis niet. Ze benoemen het geweld, de ongelijkheid, het racisme en de onrechtvaardigheid die onlosmakelijk verbonden zijn met kolonialisme. Maar ze doen dat zonder vingerwijzen of schuldgevoelens op te leggen. In plaats daarvan kiezen ze voor uitleg, context en ruimte voor vragen. Daardoor voelt het boek niet zwaar, maar wel verantwoordelijk. Het boek is geschikt om zelfstandig te lezen, maar ook perfect inzetbaar in het klaslokaal, want het boek biedt volop aanknopingspunten voor gesprekken over identiteit, afkomst, migratie en de doorwerking van geschiedenis in het heden.
Dat er tot nu toe nauwelijks kinderboeken bestonden over deze gedeelde geschiedenis vind ik eigenlijk schrijnend. ‘Het begon met peper’ vult die leegte niet alleen op, het doet dat met veel overtuiging, zorg en inhoudelijke rijkdom. Het boek biedt geen simpele antwoorden, maar geeft wel richting, inzicht en vooral: stof tot nadenken. Voor veel jonge lezers zal dit boek de eerste kennismaking zijn met onderwerpen die te lang buiten beeld zijn gebleven. Voor volwassen lezers biedt het verrassend veel aanknopingspunten om eigen inzichten aan te scherpen.
‘Het begon met peper’ is een belangrijk en prachtig uitgewerkt boek over een gedeeld, maar vaak vergeten verleden. Het is inhoudelijk sterk, visueel aantrekkelijk en geschreven met respect voor de doelgroep. Het biedt jonge lezers een heldere blik op de geschiedenis van Indonesië en Nederland en maakt die geschiedenis voelbaar en relevant. Een aanrader voor thuis, voor in de klas en voor iedereen die vindt dat geschiedenis eerlijk verteld moet worden – ook als die begint met iets ogenschijnlijk onschuldigs als peper!
Bijna twee miljoen Nederlanders hebben een band met Indonesië. Indonesië was eeuwenlang een kolonie van Nederland. De meeste mensen weten daar heel weinig over, en ook niet over de gevolgen daarvan. Het is belangrijk dat dit verhaal verteld word, daarom ben ik zo blij met dit boek!
het boek bevat veel beeldmateriaal. Mooi ook zijn de doordenk vragen aan het einde van een hoofdstuk. Dit nodigt uit om hierover in gesprek te gaan met kinderen.
Het is een informatieboek voor kinderen, maar ik heb hier zoveel van geleerd! Ben vandaag nog met mijn zoon naar het Indisch herdenkingsmonument (voor de gevallen Nederlandse militairen!!!) geweest en hem uitgelegd wat we echt moeten herdenken
Er is al een hoop gezegd en geschreven over dit boek, en dat is terecht. Dit is een boek dat thuishoort in elke schoolbibliotheek. Perfecte ondersteuning van de geschiedenislessen over onze Gouden Eeuw (die dus alleen voor ‘ons’ Goud waren, maar waar een heleboel bloed en ellende aan kleeft)
Een fijn boek met duidelijke teksten en mooie illustraties. Alles wat je wilt en moet weten over de kolonisatie, de VOC, Indonesië vroeger en nu, het geloof, en de cultuur. Zeker als je zoals ik in Hoorn lesgeeft, is het belangrijk om uit te leggen aan de kinderen waarom er zoveel ophef is over het standbeeld midden in de stad. Jan Pieterszoon Coen heeft Hoorn rijk gemaakt, maar wel over de ruggen (en door het vermoorden) van een heleboel mensen.
Wat ik mooi vind, is dat dit boek alles bekijkt vanuit de vragen van kinderen. Daardoor spreek je kinderen aan en voelen ze zich gehoord. Doordat het allemaal korte stukjes tekst zijn met veel afbeeldingen en foto’s leest het makkelijk en snel. Er staan ook enorm veel weetjes en feitjes in waar ik nog nooit van gehoord had. Neem nou het meten van schedels; hoe groter de schedel, hoe meer hersenen, hoe slimmer de persoon was…
Ook staat in elk hoofdstuk een belangrijk persoon uitgelicht zoals Hella Haase, Eduard Douwes Dekker maar ook vele ‘onbekende’ Nederlanders zoals een jongen die in een kamp zat of een soldaat in het leger.
Er staan heel veel stellingen in (“Om over na te denken”) die perfect zijn om in de bovenbouw te gebruiken bij debatteren. Bijvoorbeeld: “Hoe kan het dat helden en vijanden dezelfde personen zijn?” of “Zijn excuses genoeg?”.