Het is 1993. Ooit had Ronny Van De Kieboom een vrouw, een kind en een eigen zaak. Tegenslag, een voorliefde voor drank en een koppig karakter brachten hem van een nieuwbouwverkaveling naar de straten van Antwerpen. Hij slaapt onder gevonden vodden en lorren, probeert zijn maag en zijn zakken te vullen met kleine criminaliteit en lest zijn dorst in Het nachtlicht, bij Marie-Louise, een cafébazin met een groot hart.
Kompanen Half-Zeven-Donker, Johnny Cash en Dikke Freddy zijn samen met de jukebox en de vers getapte pinten de laatste houvast die Ronny in zijn bestaan lijkt te hebben. De komst van de jonge getroebleerde straatmadelief Nicky lijkt daar verandering in te brengen. Maar de straat uit een mens krijgen is niet evident.
Het Nachtlicht werpt een ontluisterende blik op de onderkant van onze samenleving. Erik Vlaminck schetst met mededogen en humor een scherp beeld van dak- en thuislozen die kansloos de rafelranden van onze maatschappij bewandelen.
Erik Vlaminck is een Vlaamse roman- en theaterauteur. Hij is geboren op 2 juli 1954 in Kapellen (België). Hij leidde de Antwerpse SchrijversAcademie en de Vlaamse Auteursvereniging en hij is voorzitter van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
Ik heb weer gesmuld van de nieuwe roman van de Vlaamse schrijver Erik Vlaminck. In Het Nachtlicht schrijft hij over de tragische figuur Ronny Van De Kieboom, die door ongeluk, onvoorzichtigheid en drankzucht in de goot belandt. Hij wordt een vaste bezoeker van café Het Nachtlicht in Antwerpen, waar alle daklozen en prostituées terechtkunnen voor een glas, warmte en enkele uren slaap. En hij leert het kindhoertje Nicky kennen.
Erik Vlaminck schrijft meesterlijk grappig en vol mededogen over figuren aan de rand van de samenleving, in een heerlijk sappig Vlaams. En hij weet waarover hij schrijft: hij werkte vroeger als hulpverlener en straathoekwerker in de buurt.
Het Nachtlicht is de eerste uitgave van de nieuwe coöperatieve uitgeverij Weerwoord, opgericht door Gert De Bie van boekhandel Het Voorwoord in Heist-op-den-Berg.
PS: Café Het Nachtlicht bestaat niet meer. Nu is café St Jan er gevestigd, op de hoek van het Sint-Jansplein en de Rotterdamstraat in Antwerpen.
Even in alle objectiviteit meegeven dat dit een uitstekend boek is, waarin Erik Vlaminck in een vlotte stijl vol sappige taal het tragische verhaal vertelt van Ronny, die dakloos werd. Een unieke blik op een stuk van de samenleving dat we zelden zien, nog minder willen zien. Geen ander auteur schrijft met zoveel mededogen over de zelfkant van de maatschappij en houdt het draaglijk door zijn droge humor. Heerlijk boekje.
Mooi boek over mensen aan de zelfkant van de maatschappij. Het schrijnend geploeter en de miserie wordt op een menselijke manier verteld zodat inleven in de personages gemakkelijk gaat. Dat ik veel van de buurten ken en ik ook heb deelgenomen aan het nachtleven in Antwerpen in mijn jeugd, vergroot het plezier om van het boek te genieten. Ook leuk dat mijn eerste werkgever, Fouquet’s op de De Keyserlei, even deel uitmaakt van een kleine anekdote.
Ik hou van de boeken van Erik Vlaminck. Hij weet als geen ander mensen aan de onderkant van de maatschappij te beschrijven. Dit keer vertelt hij over Ronny Van De Kieboom, die door omstandigheden in Antwerpen op straat belandde en probeert te overleven. In café Het Nachtlicht van uitbaatster Jeanne vinden alle verschoppelingen een warme plek, een plek om even tot rust te komen. Erik Vlaminck schrijft met veel mededogen, soms met een knipoog. De sappige dialogen zijn om te smullen. Slotconclusie: dit boek is aangrijpend, ontroerend en groots in zijn eenvoud.
Iets te vintage Vlaminck, uiteraard is het prima geschreven, hard tot op het bot. Maar het mist iets en het thema is ook iets te klassiek. Een Vlaminck die de strijd aangaat met marginalen uit Schilde in tesla’s ofzo, dat zou ook eens mogen.
Als de wereld een schouwtoneel is, dan richt Erik Vlaminck zijn zoeklicht bij voorkeur op de acteurs die in de schaduw staan of bijna naast het podium vallen. In 'Het Nachtlicht' geeft Vlaminck een inkijk in de groezelige maatschappelijke onderbuik van Antwerpen begin jaren ‘90. Via de tragikomische figuur van ‘straatloper’ Ronny Van De Kieboom maakt de lezer niet alleen kennis met junks, criminelen en prostituees, maar ook met een unieke microkosmos van samenhorigheid en mededogen die kan ontstaan in een volkscafé zoals Het Nachtlicht.
Het is een wereld die de Vlaamse auteur Erik Vlaminck (1954) zelf goed gekend heeft. Vlaminck werkte begin jaren ‘90 als straathoekwerker in Antwerpen, onder andere in de buurt van het Sint-Jansplein en van café Het Nachtlicht, dat ook echt bestaan heeft. Je proeft als lezer de levensechtheid: de dikke walmen sigarettenrook, de bitterzoete geur van het verschraald bier, de jukebox waarop levensliederen van Jo Leemans of Frank Sinatra grijs worden gedraaid en de cafébazin die als een soort gemeenschappelijke moeder met een natuurlijk gezag waakt over haar klanten.
Het is tegen die achtergrond dat Vlaminck vertelt over de ondergang van Ronny Van De Kieboom. Of beter: hij laat Ronny zelf het verhaal doen. Een verhaal van iemand die aan lagerwal geraakt door een opeenstapeling van ellende en slechte keuzes. Een scheiding, een faillissement en een groeiend alcoholprobleem: voor hij het goed en wel zelf beseft, sukkelt schilder Ronny in een daklozenbestaan waarbij hij broodkorsten van de grond moet rapen ‘die voor de duiven waren gestrooid’ en waarbij hij om te overleven – en voor het financieren van zijn drankverslaving – moet bedelen en geld moet zoeken in kleine criminaliteit zoals het stelen van airbags.
In de grauwe rafelranden van Antwerpse maatschappij komt Ronny niet alleen in contact met kleurrijke figuren met namen zoals Zwarte Stanny, Dikke Freddy (de briefschrijver die bekend is uit ander werk van Vlaminck en die hier een bijrol krijgt), Half-Zeven Donker en Johnny Cash, maar ook met Nicky. Nicky is een 17-jarige knokige prostituee die opgroeide als ‘villakind’ in de rijkere rand rond Antwerpen maar ook in de miserie belandt. Ronny probeert zich op te werpen als de beschermengel van Nicky. Het is een wanhopige poging om in het reine te komen met de verkwanselde band met zijn eigen zoon. "Hij heeft het in zijn hoofd gehaald dat hij me gaat redden. Hij kan zichzelf niet eens redden", zo vat Nicky het treffend samen.
Niemand laat arme sukkelaars en maatschappelijke outcasts zo mooi en elegant over het leven en over zichzelf struikelen als Vlaminck. De humor is vaak wrang en bijna bij elke lach loeren pijn, schaamte of verdriet om de hoek.
Bij momenten legt hij het er iets te dik op en ook de opeenstapeling van dramatische gebeurtenissen aan het slot voelt wat aangedikt of ‘gechargeerd’. Maar er zit absoluut iets van schoonheid in de momenten waarop Vlaminck een zonnestraal laat reflecteren in een donkere regenplas. Het gaat dan om de kleine daden van mededogen en (mede)menselijkheid op momenten van bittere miserie. Soms zit het in een klein gebaar zoals een hand op een schouder op het juiste moment of in het aanbieden van een nieuwe kans na een resem gemiste kansen, of in iemand gemeend een ‘serieuze mens’ noemen of zelfs maar het opstaan in de tram om plaats te maken voor een "oud vrouwtje met een poedeltje".
'Het Nachtlicht' is de eerste uitgave van de nieuwe coöperatieve uitgeverij Weerwoord, een initiatief van boekhandelaar Gerd De Bie. In oktober verschijnt ook Vlucht van Elvis Peeters bij de uitgeverij.
Elke keer wanneer er een nieuw boek van Erik Vlaminck verschijnt, belandt het bovenop mijn leesstapel. Ik ben een grote fan van (en stiekem ook een beetje jaloers op) zijn schrijfstijl, die is authentiek en messcherp. De dialogen klinken precies zoals je ze zou verwachten in een Vlaamse kroeg en in de beschrijvingen kun je de schrale geur van café Nachtlicht bijna ruiken. Via de dakloze Ronny maak je kennis met de onderbuik van Antwerpen. Het decor is me bekend, omdat ik naar school ging in de buurt van het Sint Jansplein, maar ik was slechts een passant. Ik zou nooit deel willen uitmaken van de uitzichtloze wereld van Ronny en zijn kompanen. Ik begrijp niet hoe mensen zich zo kunnen verliezen in alcoholisme, hoe ze de smerigheid en de miserie kunnen verdragen zonder te streven naar iets mooiers, maar Erik Vlaminck slaagt er toch weer in om empathie op te wekken voor personages waar ik in het echt met een boog omheen zou lopen. Ronny, Vera, Half-Zeven-Donker, Jeanne, Ramselman en Nicky. Ondertussen zit een oude bekende, Dikke Freddy, op de achtergrond brieven te schrijven naar politici en naar de koningin. De grappige details, zoals de kleurcodes waarnaar Ronny als ex-schilder verwijst en de liedjes uit de jukebox die luidkeels meegezongen worden, geven het boek textuur.
Conclusie: Een vlot geschreven, rauw maar herkenbaar verhaal over het menselijk tekort én de warmte die daar soms onverwacht in schuilt. Geen woord te veel. Voor lezers die niet bang zijn om in een niets verhullende maatschappelijke spiegel te kijken.
Vlaamse schrijvers kunnen er wat van. Zo vernuft geschreven dit boek en zo de nagel op de kop. Het deed me denken aan spoo pee doo van Dimitri Verhulst (met toeval een van mijn favoriete boeken), maar toch was het helemaal anders. Het is er zo een dat ik zeker nog eens ga lezen.
Ik stel m’n rol als sociaal accident graag in de vraag, zeker na dit boek.
3,5⭐️ Zoals we gewoon zijn van Vlaminck een verhaal dat leest als een trein. Een herkenbare volkse taal en sterke dialogen, met een psychologisch inzicht in de menselijke natuur. Ik blijf fan.
Wat als je op een dag alles kwijt geraakt en met jouw hele hebben en houden op straat belandt? Dit overkwam Ronny Van De Kieboom in 'Het Nachtlicht' van Erik Vlaminck. Ooit had Ronny een vrouw, een kind en had een bloeiende schilderszaak. Hij was de vakman die alles kan. Maar door tegenslag en zijn liefde voor alcohol komt hij in de goot terecht. Hij leeft op straat, zoekt eten in afvalcontainers en verdient wat geld met bedelen en met kleine criminaliteit. Het café 'Het Nachtlicht' waar de cafébazin Jeanne de scepter zwaait, is zijn nieuwe thuis. Daar kan hij samen met zijn maten vers getapte pinten drinken terwijl de jukebox luid schalt. Zo kunnen ze hun ellende eventjes vergeten...
'Het Nachtlicht' is terug een verhaal à la Erik Vlaminck. Zijn schrijfstijl is zo typerend : volks met typische Vlaamse woorden en uitdrukkingen, rauw, hard maar toch met een vleugje humor. Ooit was Erik zelf straathoekwerker in Antwerpen en wou na zo vele jaren zijn ervaringen verwerken in een boek. Zijn personages zouden zomaar mensen kunnen zijn die echt bestaan hebben. De fratsen, de ongelukjes die ze beleven door overmatig drankgebruik zijn hilarisch. Ik kon me de taferelen al levendig voorstellen. Gelukkig was cafébazin Jeanne daar om alles toch weer in goede banen te leiden. Ze waakt over haar daklozen. Ze mogen haar douche gebruiken wanneer ze vindt dat ze teveel stinken. Ze geeft hen eten. Het café blijft de hele nacht open maar om klokslag 3 uur tot 6 uur 's ochtends gaat de stekker van de jukebox uit het stopcontact zodat diegene die wil slapen dat ongestoord in het café kunnen doen. Kortom Jeanne is een vrouw met een gouden hart. Wat me ook opviel was dat ook al hebben ze het allemaal moeilijk, ze toch een hecht groepje blijven die in al hun miserie het voor elkaar opnemen en helpen indien mogelijk.
'Het Nachtlicht' is een boek om nooit te vergeten, het laat je beseffen hoe rijk je wel bent met een dak boven je hoofd.
Een alcoholverslaving en de naam van een niet langer bestaand café als titel, waar hebben we dat dit jaar nog gezien? Het Nachtlicht kent echter een totaal andere insteek dan Prins Albert (Alexander Deprez), al komt de alcoholproblematiek bij beide ruim aan bod.
'Het is niet de eerste keer dat ik zo uit de bocht ga. Doorgaans heb ik het prima onder controle en drink ik niet meer dan tien pinten per dag. Ik heb daar trouwens geen last van. Ik deed het al toen ik nog schilder was en niemand heeft mij ooit op een krom lijntje betrapt. Maar om de zoveel tijd, als er iets gebeurt waardoor er molens in mijn kop beginnen te draaien, zuip ik mij van de wereld. Dagen aan een stuk. Tot de bodem uit mijn maag zakt en ik het verschil tussen mijn voorkant en mijn achterkant niet meer ken."
Erik Vlaminck is in de jaren 90 straathoekwerker geweest, en kan uit die ervaring putten voor de erg realistische beschrijvingen in zijn roman. Café Het Nachtlicht heeft echt bestaan, en Dikke Freddy, een personage uit de roman, is het alter ego waaronder Vlaminck armoede en ongelijkheid aanklaagt in brieven. Ik wil maar zeggen dat Vlaminck het fundament van deze roman niet niet zomaar uit zijn duim gezogen heeft.
Het boek is overigens totaal niet cryptisch of moeilijk mysterieus, een tendens die tegenwoordig nog altijd als noodzakelijk wordt geacht om als schrijver au sérieux te worden genomen. Vlaminck neemt de lezer mee bij hun revers om hen op heel treffende manier in aanraking te brengen met een deel van de maatschappij dat hen hopelijk weinig bekend is.
De humor is direct en vol ironie, maar nooit karikaturaal. De personages zijn van vlees en bloed en de waarschuwing komt hard binnen: in de marge van de maatschappij terechtkomen, kan iedereen gebeuren.
Door veel tegenslag verliest Ronny zijn zaak, huis, vrouw en kind en hij belandt op straat waar hij zichzelf in leven houdt met kleine criminaliteit en door de hulp van een cafébazin die een standbeeld zou moeten krijgen voor haar psychologisch inzicht en onvoorwaardelijke goedheid. Hij komt in contact met een zeer jong meisje, Nicky, dat ook op straat is beland, ondanks haar rijke afkomst. Zij maakt zijn 'vadergevoel' wakker en hij wil haar kost wat kost beschermen, maar dat loopt niet zo goed af...
Mensen aan de zelfkant van de maatschappij, fantastisch beschreven door Erik Vlaminck die al jaren opkomt voor mensen in armoede en als 'Dikke Freddy' grappige maar rake brieven schrijft naar politici. Heel veel kommer en kwel in deze roman maar toch zeer dragelijk door de droge humor en het sappige Vlaams.
Erik Vlaminck houdt ons een spiegel voor: Ieder van ons kan door veel tegenslag onderuit gehaald worden.
In dit geval: Ronny, ooit De Vakman die Alles kan, nu een haveloze dronkaard met een veel te grote mond en ingegroeide teennagels.
Samen met zijn lotgenoten verdrinkt hij kwaadheid en verdriet in café 'Het Nachtlicht', het enige etablissement waar nog enige compassie uit de tapkraan vloeit.
Heel grappig is het allemaal, tot het lachen je vergaat.
Want waar het eerste deel nog enige schalkse lichtheid toelaat, wordt het verhaal al snel grimmig en grauw - iets wat je eigenlijk van in het begin had kunnen zien aankomen: niet voor niets opent het boek met een overlijdensbericht.
En het zal wel dat een spiraal altijd neerwaarts gaat, maar misschien zijn hoererij, heroïne, destructieve zwangerschap, aids, verminking en zelfmoord op luttele bladzijden iets van het goede teveel?
Het lijkt Een Klein Leven wel.
Feit is dat je bijna opgelucht bent dat 'Het Nachtlicht' dicht moet.
Het boek is als een hevige vuistslag in onze maag. We zien allemaal wel eens of meerdere daklozen. We vinden het allemaal erg dat dit voorkomt in onze samenleving, maar echt beseffen wat het inhoudt en betekent weten we niet (hoe empathisch we ook denken te zijn). Erik Vlaminck probeert hun wereld in woorden onder te brengen: de miseries, de drama's, de mooie momenten, de gevoelige momenten, het 'getsjool', de solidariteit, het graag zien en blijven graag zien zonder vragen te stellen ...etc. Leuk dat Dikke Freddy in de rand aanwezig was, past in het geheel. Dus ook de humor, niet door Freddy, maar voornamelijk vanwege het hoofdpersonage. De contacten met hulpverleners zijn weergaloos grappig en o zo herkenbaar (alvast voor een hulpverlener die durft in de spiegel kijken).
Al na een derde is de troosteloosheid zo dik, zo zwart en zo aangekoekt dat je er nooit meer van af geraakt. Amper twee dagen ver in het leven van Ronny en de hoop miserie waarover je leest is van zo’n omvang dat je het een vuilnisbelt kunt noemen. Maar ondanks dat, leest dit boek als een sneltrein, dankzij de uitmuntende, onbarmhartige doch rake en eenvoudige manier waarop dit geschreven is, dankzij hoe Ronny en de zijnen in dat modderige, uitzichtloze, alles-loze leven staan, dankzij de menselijkheid die er overal toch een ietsie pietsie doorschemert, al is de donkerte nu eenmaal totaal ongenaakbaar. Eenmaal erin lijkt niemand er ooit echt weer uit weg te willen, noch kunnen, en meestal beide. Net zomin als Ronny, absoluut geen koorknaap, ooit zijn mond zal houden.
Het leven zoals het is, op een treffende en volkse manier geschreven. Voor mij, als maatschappelijk werker (die even in de Stuivenbergwijk werkte) is dit verhaal ontzettend herkenbaar. Het kan zomaar het verhaal van een (voormalige) klant zijn. Het kan ook een eye-opener zijn voor mensen die werken met dak-en thuislozen, met mensen aan de "rafelrand" van de maatschappij. Het is inderdaad niet evident om de dakloosheid uit de mensen te krijgen...
" In de wereld van de goot weet iedereen alles van elkaar. En tegelijk helemaal niks". (p48)
Hou van zijn boeken en manier van schrijven. Eerdere boeken die ik van hem heb gelezen hadden veel humor. In dit boek is het wat minder maar dat kan ook niet anders. De personen in het boek hebben het niet gemakkelijk maar samen maken ze het leven wel draaglijk. Erik Vlaminck schrijft beeldend en je ziet wat er gebeurt dan ook voor je.
Geen boek waarvan ik dacht: dit is uitzonderlijk, maar wel eentje dat bloedeerlijk aanvoelt. Vlaminck schuwt de lelijke kanten van mensen niet en dat werkt vaak confronterend. Tegelijk had ik soms moeite met de manier waarop personages worden neergezet, het neigt af en toe naar stigmatiserend. Vooral in de dialogen voelde ik dat het scherper en preciezer had gekund.
Een schone beschrijvung van armoede, kleine misdaad, alcohol en aids. Een biografie van een man en zijn vrienden. Het nachtleven in Antwerpen. Bijzonder schrijnend maar met humor verteld zoals alleen Erik Vlaminck dat kan.