Afgeschermd
‘Oekraïne’, zegt de radio. ‘Gaza’, zegt de radio. ‘Jemen’, zegt de radio.
Het naamloze ik-personage -'ze' in haar herinneringen- kan de gruwel, de weemoed en de alomtegenwoordige haat en dood in deze wereld niet langer verdragen. Simkaarten worden doorgeknipt en wanneer haar zieke moeder de geest geeft, zijn alle touwtjes plots los. Ze trekt de deur achter zich dicht en vertrekt. Zonder concreet plan. Haar fiets en de trein brengen haar naar een Normandische Cavée waar ze probeert op te gaan in de eenvoud en de schoonheid van het landschap en ze voor zichzelf een wereld schept die draagbaar is, de moeite waard is. Een prachtig kadertje in een gruwelijke wereld. Afgeschermd en ingekaderd.
Elvis Peeters is er met ‘De vlucht’ in geslaagd om een geloofwaardige, intrigerende verhaalwereld te scheppen waar je als lezer helemaal in kan opgaan. Je blijft aan de bladzijden gekluisterd en elk detail lijkt van belang. Alsof we, net als het hoofdpersonage, opnieuw leren te kijken. We volgen haar alledaagse routines, koffie op het terras van de Stop Bar, de kippen voederen, douchen, haar interacties met een handvol ‘locals’ (die evengoed enkel in haar hoofd zouden kunnen bestaan). Maar daarnaast zijn we ook getuige van een aantal dieperliggende rituelen en gebeurtenissen: een koe bevalt van een tweeling: één dood, één nog in leven, een tobbe wordt met water gevuld om te baden en ergens in de verte sterft schreeuwend een engel.
Via flashbacks komen we flarden uit het verleden te weten. De G8 in Genua, het Justitiepaleis, de opgeheven vuist. Maar dat verzet lijkt in Normandië uitgeblust. Omdat het water te hoog stond, de golven te wild waren? Vechten tegen de bierkaai. Rage against the machine. In deze roman trekt het hoofdpersonage zich terug uit een wereld waarin ze niets lijkt te kunnen veranderen. De dieren zijn benijdenswaardig in hun eenvoud. De merel zingt zonder plan, zonder partituur. Maar ook stil verzet is een vorm van verzet. ‘Wie niet strijdt, heeft al verloren’.
Elvis Peeters schreef met ‘De Vlucht’ geen frivool escapismeboekje, maar wel een relevante roman die de vinger aan de pols houdt, die aantoont hoe vaak we wegkijken of de ogen sluiten en die met een minzaam gebalde vuist oproept tot minder haat en meer liefde.
‘Wat betekent het leven als je niet kunt leven zoals het bedoeld is?’
‘Hoe is het dan bedoeld?’
‘Daar je eruit haalt wat erin zit.’
‘Wat zit er dan in?’
‘Dat je hart klopt en dat het niet alleen voor jezelf klopt. Een hart heb je ook altijd voor een ander. Een hart zonder een ander is een dood hart.’