Jump to ratings and reviews
Rate this book

Onweerstaanbaar aangeraakt

Rate this book
'Onweerstaanbaar aangeraakt' van theoloog Gerrit Immink is een zoektocht naar het geheim van een levensecht geloof. Het is vandaag niet eenvoudig om in God te geloven. In de gure wind van de seculiere cultuur zijn we de voeling met God kwijtgeraakt. Hoe komen we dan toch in contact met God? Wat is het geheim van een levensecht geloof? Dit boek laat zien dat het godsdienstige leven doordrenkt is van de mystieke waarneming van God. Innerlijke betrokkenheid en de mystieke presentie van God gaan daarbij hand in hand. Dat maakt het geloof existentieel. En dat maakt een christen in deze postchristelijke tijd tot een excentrieke persoonlijkheid.

316 pages, Kindle Edition

Published October 2, 2025

Loading...
Loading...

About the author

Gerrit Immink

10 books1 follower

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
0 (0%)
4 stars
3 (33%)
3 stars
6 (66%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 3 of 3 reviews
Profile Image for Matthijs.
185 reviews9 followers
January 13, 2026
Gerrit Immink is een theoloog die zich in eerste instantie bekwaamde in de systematische theologie en wijsbegeerte, maar later de overstap maakte naar de praktische theologie. Was hij eerst systematisch-theologisch en filosofisch bezig met wie en hoe God is, na zijn overstap naar de praktische theologie ging hij zich bezig houden met de mens die in God gelooft en de vormen, gestalten en praktijken van die gelovige mens.

De overstap hield niet in dat hij afscheid genomen had van zijn eerdere fase. Immink probeerde in zijn praktische theologie de inzichten die hij in zijn systematisch-theologische en godsdienstfilosofische periode had opgedaan, ten volle te verwerken in zijn praktisch-theologisch bezig zijn.
Dat betekende dat Immink niet alleen bezig was met de menselijke kant van geloven, die te bestuderen is met sociale wetenschappen. Dat betekende steeds ook dat Immink de theologie inbracht en nadacht over wat het betekent om naast de menselijke kant van het geloven ook bezig te zijn met de werkzaamheid van God.


Immink bleef daarbij benadrukken dat God een werkelijk bestaand Persoon buiten ons is: de Ander, een tegenover. God raakt ons in ons innerlijk, maar Hij bestaat ook buiten ons innerlijk en buiten onze ervaring. God is de Ander die we ontmoeten en die de Ander blijft. Geloven gebeurt in het besef van Gods tegenwoordigheid. Het gereformeerde principe dat er een wezenlijk onderscheid is tussen God als schepper en de mens als schepsel is voor Immink steeds een wezenlijk uitgangspunt gebleven.

Vanaf zijn plek in de praktische theologie ging Immink zich bezig houden met geloof zoals dat in mensen gestalte kreeg en in praktijken van mensen. Als theologiestudent in Utrecht heb ik destijds, omdat ik een groot bijvak praktische theologie deed, een aantal colleges bij hem gevolgd. Het ging bij Immink om het wat genoemd werd: het geleefde geloof. (Ik weet nog hoe we Henning Luther, Albrecht Grözinger en Wilhelm Gräb moesten lezen. Ik heb er veel van geleerd en heb me sindsdien altijd meer thuisgevoeld in de praktische theologie dan in de dogmatiek.)
Met geleefd geloof werd bedoeld hoe het geloof in de praktijk van het alledaagse leven gestalte kreeg. Als praktisch-theoloog kun je dat geleefde geloof en de vormen en de gestalten die het kreeg bestuderen. Over de bestudering van het geleefde geloof en de bestudering van die geloofspraktijken schreef Immink meerdere boeken over die geloofspraktijken: In God geloven (over de praktijk van geloven), Over God gesproken (over de preek), Het heilige gebeurt (over de eredienst), Bidden in het besef Gods tegenwoordigheid (over bidden).

Nu heeft Immink opnieuw een boek geschreven over de praktijk van geloven: Onweerstaanbaar aangeraakt. Het boek is geschreven vanuit een bepaalde zorg: de zorg dat in een seculiere tijd het levensechte geloven verdwijnt.
De valkuil in een seculiere tijd is dat God alleen een innerlijke ervaring wordt en dat het besef verdwijnt dat God een tegenover is en dat geloven en leven in het besef van Gods tegenwoordigheid gebeurt. Het besef dat God ook in onze tijd handelt en spreekt buiten ons mensen om staat onder druk. Immink komt met een boek over het goed recht van de innerlijke kant van geloven.

Dat Immink het goed recht van die innerlijke kant benadrukt heeft ermee te maken dat toen het besef van een seculiere tijd goed begon door te dringen door de dialectische theologie de innerlijke kant van het geloven verdacht gemaakt werd. Alle accent kwam te liggen op God als de ander. In die tijd begon Immink met zijn theologiestudie. Hij kon niet goed uit de voeten met de dialectische theologie en ging zich richten op de godsdienstwijsbegeerte.
Toen hij in de praktische theologie terecht kwam, kwam Immink ook weer uit bij twee stromingen die hem van huis uit gevormd hebben: de traditie van de Nadere Reformatie en de ethische theologie. Deze stromingen hebben altijd oog gehad voor de innerlijke kant van geloven. Zowel de Nadere Reformatie als de ethische theologie hebben ook voor de mystieke kant van geloven: de ontmoeting met God brengt in het innerlijk van alles aan emoties en gevoelens teweeg, van berouw tot vreugde.

De nadruk op de innerlijke kant had ook een schaduwzijde: wat er buiten de mens zich afspeelt, kan uit het oog verloren worden. Er is voor de gelovige ook een leven buiten het innerlijk. Na het het eerste hoofdstuk over het goed recht van de innerlijke kant van geloven komt Immink in hoofdstuk 2 te spreken over het leven voor Gods aangezicht. Geloven heeft niet alleen een innerlijke kant. De hele mens doet mee: zijn levensgeschiedenis en zijn plek op de aarde. Niet alleen in het innerlijk is er het besef van Gods tegenwoordigheid, maar het hele leven speelt zich af voor Gods aangezicht.

Zo voorkomt Immink dat geloven opgaat in een innerlijk beleven en kan hij ook theologisch ruimte bieden voor de praktijken van geloven: de menselijke levensweg, de geloofsgemeenschap, de rituelen en de handelingen waarin het geloof beoefend wordt. Dogmatisch werkt Immink die ruimte uit door te benadrukken dat het bij het geloven niet alleen gaat om het werk van de Verlosser en om het krijgen van verzoening en genade, maar dat ook de schepping als werk van God volop ruimte moet krijgen.
De schaduwzijde van de nadruk op de mystieke kant van geloven ziet Immink ook bij de theologen van de Nadere Reformatie en de ethische theologie: hij vraagt zich af of zij het geloof niet teveel verinnerlijken en het geloven beperken tot een innerlijke ontmoeting met God. Er is toch ook een geschiedenis van God in deze wereld? Christus komt niet alleen in ons innerlijk, maar kwam ook lichamelijk op aarde in een concrete tijd. Zeker in tijd waarin Gods aanwezigheid steeds meer naar het innerlijk verplaatst wordt (omdat de wereld steeds seculierder wordt) ziet Immink dit als een valkuil.

Eerlijk gezegd vind ik dit een merkwaardige constatering. Het is net of Immink hier zijn praktisch-theologische bril afdoet en alleen als systematisch-theologisch geschoolde theoloog naar deze stromingen kijkt. Had Immink juist hier niet oog voor de contemplatie moeten hebben, die een andere gestalte van theologiebeoefening is dan het theologische handboek? Of dit een terechte zorg is, kun je niet alleen aan de theologische ontwerpen in geschreven boeken zien, maar zul je in de praktijk van geloven moeten constateren.
Of de zorg dat het werk van Christus vandaag de dag teveel verinnerlijkt wordt, betwijfel ik. Naast de ethische theologie kwam ook het neocalvinistisme van Kuyper en Bavinck cs op, waarbij Christus’ aanwezigheid in de heilsgeschiedenis voortdurend benadrukt werd. De ethische theologie en de erfgenamen van de Nadere Reformatie moesten zich verhouden tot die nadruk op de heilsgeschiedenis. Het zou ook kunnen zijn dat, vanwege de nadruk op de heilsgeschiedenis én de uitwerking van het neocalvinisme in politieke en maatschappelijke organisaties, de ethische theologen bleven benadrukken dat de mens ook een innerlijke kant heeft en dat het ook van belang is hoe je als mens christen bent. (Al heeft het neocalvinisme ook steeds deze innerlijke kant benadrukt.)

Geloven heeft een innerlijke kant. Die innerlijke kant moet steeds beoefend worden. Die beoefening heeft niet alleen tot doel dat het besef levend blijft dat heel het leven voor Gods aangezicht gebeurt en dat God de Ander blijft. Die beoefening heeft ook tot doel dat de gelovige de positieve impact van het geloven blijft ondervinden. Geloven kent niet alleen een schuld belijden en boetedoen, maar kent ook een basaal Godsvertrouwen. Geloven kent niet alleen ernst en eenvoud, maar kent ook een diepe vreugde. Als God je in je innerlijk ontmoet, word je niet alleen beschroomd en stil maar voel je je ook gedragen. Lijden en aanvechting zijn er zeker, maar worden opgenomen in een besef van Gods aanwezigheid. Dat leidt niet tot een berusting maar tot een vreugde om wie God is. Het is een vreugde die voortvloeit uit de gemeenschap met Christus. Deze vreugde leidt ook tot een vreugdevolle praktijk van het leven, waarbij het hele leven geleefd mag worden vanuit deze vreugde.
Profile Image for Wim Otte.
264 reviews2 followers
January 26, 2026
In dit boek onderzoekt I. hoe mensen in onze moderne, geseculariseerde tijd nog ‘levensecht’ kunnen geloven. De titel verwijst naar het werk van de Heilige Geest. Geloof is een mysterie waarbij God de mens van buitenaf ‘onweerstaanbaar aanraakt’ in het diepst van zijn innerlijk.
En de focus ligt op de persoonlijke omgang met God en het belang van het innerlijk, zonder dat het geloof slechts een individuele emotie wordt. I. verbindt de objectieve waarheid van de Bijbel (openbaring en geschiedenis) met de subjectieve, innerlijke ervaring van de gelovige. Het is bedoeld als bemoediging en herbronning voor wie in een tijd waarin oude zekerheden wegvallen, toch vasthoudt aan een doorleefd, gereformeerd geloof. Voor mij waren voornamelijk de stemmen uit het kerkelijke midden (ethisch-gereformeerd; hfst. 5) nieuw. Ik kan me wel vinden in het pleidooi voor een geloof dat diep verankerd is in de Schrift, maar dat pas echt tot leven komt door de persoonlijke, mystieke aanraking van de Geest. Tegelijkertijd trekt dit boek de trits: mystiek, diaconaat, rede wat scheef naar de eerste pool. In het emancipatieproces zijn de gezondheidszorg en de universiteiten hun mystieke wortels grotendeels uit het oog verloren. Tegelijkertijd heeft deze vorm van ‘levenecht’ geloven ook iets levensvreemds door zo op het innerlijk gericht te zijn. Hfst. 6 leek af en toe wat op afstand te staan omdat geloofsgestalten als ‘kennen en vertrouwen’ en ‘ernst en vreugde’ in een eigen taalveld en wereld verkeren. Dit is een kwestie van het combineren van dit boek met meer ‘activistische’ (bijv. ‘ecologische’) en ‘nuchtere’ (bijv. anglicaanse systematische) theologie.

Ook opmerkelijk is dat de seculiere gesprekspartners een klein beetje gedateerd aanvoelen. Via Charles Taylor en Dick Swaab kan weliswaar het argument van onttovering gemaakt worden. Zoals I. ook doet op p. 41: “we lijden ondertussen wel aan de wijdverbreide gedachte dat de wereld waarvan wij deel uitmaken een gesloten, immanent en natuurwetmatig systeem is.”
Mijn indruk – op basis van onderzoeksresultaten naar de opvattingen van Gen Z én gesprekken met (jongere) natuurwetenschappers die o.a. werken aan quantum computing en large language models – is dat deze geslotenheid vooral speelt bij een bepaalde generatie met de nodige rancune richting een dogmatisch-dichtgetimmerd gereformeerde achtergrond. Het ene gesloten systeem voor het andere gesloten systeem. De natuurkundige hypothese dat niet materie en energie primair zijn in het heelal, maar informatie, komt de laatste jaren sterk naar voren – evenals neoplatonische, archetypische, ideële wiskundemodellen voor het ‘Al’. Het front is daarmee minder met Nietzsche en hard materialisme en meer met alternatieve verklaringsmodellen voor bewustzijn, humaniteit en spiritualiteit.
76 reviews1 follower
March 3, 2026
Blog n.a.v. ‘Onweerstaanbaar aangeraakt’ van Gerrit Immink
‘Levensecht geloven in een postchristelijke tijd’ – dat is de ondertitel van dit boek, en dat is wat Gerrit Immink probeert te bevorderen. Hij onderzoekt daarvoor wat levensecht geloven is – met levensecht bedoelt hij dat de hele mens meedoet: verstand, gevoel en wil. En hij legt uit hoe dat dat gaat.
En tegelijkertijd onderzoekt hij in hoeverre de orthodox-gereformeerde traditie nu nog van waarde is, in deze zogenaamde postchristelijke tijd. Dat doet hij positief-kritisch. Zijn startpunt is positief, maar de manier waarop deze traditie zich heeft ontwikkeld, maakt hem kritisch. “Uiteindelijk is niet de berusting, maar de vreugde de grondstemming van een gelovig mens.”
Wat mij betreft een waardevol boek – het onderzoekende maakt het wat rationeler en afstandelijker, tegelijkertijd doet Immink heel erg zijn best zijn enthousiasme en zijn eigen geloof, nl. ‘onweerstaanbaar aangeraakt’ gloedvolle woorden te geven.
Wat mij opviel tijdens het lezen:
“Het christelijk geloof doet ertoe. Dat is de grondgedachte van dit boek. Het geloof geeft levensvreugde in de wisselvalligheden van het leven en biedt houvast in moeilijke tijden.”
“Levensecht geloven is een zaak van overtuiging, emotie en wilskracht.”
“Wie gelooft wordt zich bewust van het innerlijke leven en ondervindt daarin de werkzaamheid van Gods Geest. Juist dat laatste maakt een gelovig mens tot een excentrieke persoonlijkheid. De drijfveer van het leven ligt niet meer in jezelf. Je wordt aangesproken en geraakt door de levende God en door de mensen om je heen.”
“Wanneer we geraakt worden, krijgen we smaak voor de zaak van God. Wat ons voorheen als dwaas en onverstandig voorkwam, gaan we met andere ogen zien. Godskennis gaat dus gepaard met innerlijke vernieuwing en wederliefde.”
“Het christelijk geloof leeft uit de overtuiging dat de komst van Jezus Christus, de Zoon van God, een nieuw begin markeert.”
“De verhevenheid van God in zijn majesteit enerzijds en de nabijheid van God in de innigheid van het gemoed anderzijds vormen samen het tweespan van de gereformeerde spiritualiteit.”
“Het innerlijk wordt door de Geest van God zo begeesterd dat er een vernieuwde aandrift over de mens komt.”
“We worden aangeraakt. In die gemoedstoestand is er sprake van een direct en onmiddellijk Godsbesef. (…) Het gaat om een presentie van God waar een werking van uitgaat en van die werking ondervinden wij mensen iets: zorg, steun en ontferming.”
“In de persoonlijke omgang met God staat het innerlijk er niet alleen voor. Het geloof voltrekt zich in gemeenschappelijke praktijken en die praktijken worden gedragen door Schrift en traditie.”
“In onze moderne samenleving is de zuigkracht van het subjectivisme nauwelijks te weerstaan. Bovendien speelt in een levensecht geloof de menselijke ervaring sowieso een belangrijke rol. Toch moeten we ons voortdurend de vraag stellen: Wie heeft in de geloofsbetrekking het primaat? God of de mens?”
“Wie in orthodox-gereformeerd spoor wil gaan, zal hoe dan ook het geloof verankerd zien in de sprekende en handelende God als werkelijk tegenover van de mens.”
“Als we het bevindelijk-gereformeerde geloofstype in zijn ontwikkelingsgang en hedendaagse verschijningsvorm in ogenschouw nemen, dan kunnen we constateren dat het kennelijk moeite heeft om een goed evenwicht te bewaren tussen het voorwerp van het geloof en de persoonlijke toe-eigening, tussen de geloofskennis en geloofsbevinding.”
“Godsvertrouwen is de kern van het christelijke leven. Een gelovig mens wendt zich in de wisselvalligheden van het leven tot God.”
“De mens wordt niet alleen overreed, maar ook van binnenuit overtuigd. Hij wordt in azijn binnenste aangeraakt en tot leven gewekt. De mens zelf gaat de heerlijkheid van Jezus zien en komt tot kritisch zelfinzicht.”
“Ook in de 21e eeuw is een karakteristiek en levensecht geloof in gereformeerde zin geen buitenissig relict uit een ver verleden.”
“Kan te midden van onze belevingscultuur Jezus Christus zelf in zijn uniciteit en als wonder van Gods genade nog voor ons oplichten? Dat we tot aanbidding en lofprijzing komen om Wie Hij is en om wat God door Hem bewerkstelligt!”
“We kunnen ons best doen om geestelijk fit te blijven. Om de uitdagingen van het leven weloverwogen te verwerken. Dat vereist concentratie en samenspraak. Inkeer tot jezelf en openheid naar de ander en naar de omgeving waarin we verkeren.”
“Levend geloof is steeds in wording. Om gelovig te blijven nemen we deel aan kerkelijke praktijken en doen we geestelijke oefeningen.”
“Juist nu is het van belang dat we onomwonden belijden dat ons heil verankerd is in Jezus Christus. (…) We moeten steeds weer teruggeleid worden naar het heil dat God gewerkt heeft buiten ons, in de heilsgeschiedenis.”
“Wie met Christus verbonden is, heeft de dood achter de rug en het leven voor zich.”
“Het lijkt erop dat in bevindelijke kring de blijdschap meer en meer een binnenpretje is geworden. (..) Uiteindelijk is niet de berusting, maar de vreugde de grondstemming van een gelovig mens.”
Displaying 1 - 3 of 3 reviews