Passage Parijs doet het hart van elke Parijsminnaar sneller slaan. In dertig uitbundige verhalen vangt Dirk Leyman de atmosfeer van een eeuwig verlokkelijke Lichtstad. ‘Ik hoef maar met mijn hak op bepaalde gevoelige plekken van Parijs te trappen of de herinneringen branden los als een vonkenregen’, zo schreef Nobelprijswinnaar Patrick Modiano ooit. En dat is precies wat in Passage Parijs gebeurt. Leyman wekt talloze literaire locaties tot leven en ontfutselt ze hun geheimen. Hij neemt je op sleeptouw door het Parijs van vermaarde Franse en internationale schrijvers, filosofen en cultauteurs. Van Charles Baudelaire tot Michel Houellebecq, van Françoise Sagan tot Georges Perec, van de surrealisten tot Colette en James Baldwin.
Hoe eenzaam was de jonge Paul Auster in het Parijs van de jaren zeventig? In welk luxehotel werkte George Orwell als bordenwasser? En hoeveel weerstand ontmoette Marguerite Yourcenar als eerste vrouw in de Académie française? Leymans eigenzinnige parcours voert ons door een dag en nacht zinderende stad waar op elke straathoek, avenue en boulevard markante schrijvershistories voor het grijpen liggen. Hij laat de sensaties van vooral het 20ste-eeuwse literaire Parijs uit iedere pagina opkringelen. Het ruim geïllustreerde Passage Parijs serveert met diepgaande, meanderende essays, abecedariums en uitgekiende adresgidsen een ware literaire promenade door de Ville Lumière, in het spoor van de grootste auteurs.
Parijs, schreef de francofiele Brit Julian Barnes vijftien jaar geleden in The London Review of Books, is niet te vatten in één boek. Daarvoor heeft de stad een te discontinu groeipatroon gekend. In zijn flink uit de kluiten gewassen Passage Parijs, roemt Dirk Leyman de Franse hoofdstad precies om dezelfde reden. Parijs verandert soms om de honderd meter, aldus de literaire journalist van De Morgen, en dat maakt de stad waarover Guy Debord zei dat het leven er als armeluis nog interessanter is dan dat als rijkaard ergens anders, net zo fascinerend. Omdat Barnes wel een punt heeft beperkt Leyman zich in zijn boek tot het literaire Parijs van de twintigste eeuw, met een paar uitstapjes naar de negentiende en de eenentwintigste. Beginnen doet hij met een lange wandeling in de voetsporen van Patrick Modiano, die in zijn omvangrijke oeuvre waarvoor hij in 2014 de Nobelprijs kreeg in feite steeds weer terugkeert naar datzelfde hoofdpersonage, het raadselachtige Parijs vol herinneringen en verwijzingen. Het is via zijn romans, bekent Leyman, dat hij de stad heeft leren kennen en interpreteren. Het spreekt voor zich dat er heel wat Fransen aan bod komen in het boek, maar misschien evenveel aandacht gaat er naar de buitenlanders die er al dan niet carrière maakten. Naar de F. Scott Fitzgeralds en de Gertrude Steins van de lost generation natuurlijk, maar ook naar de volstrekt flippende August Strindberg en naar Samuel Beckett die zonder een paar messteken hem toegebracht door een Parijse zwerver misschien nooit het absurdisme had ontdekt. Maar Passage Parijs is meer dan een opsomming van namen en adressen, ook al wordt elk van de dertig hoofdstukken afgesloten met een ‘carnet d’adresses’. Leyman is niet de eerste die een boek schrijft over het literaire leven in de lichtstad, toont zijn bibliografie, en het kwam er dus op aan origineler en aantrekkelijker uit de hoek te komen dan de anderen. En dus maakt hij bijvoorbeeld een abecedarium over Marcel Proust en Georges Simenon, en gaat hij ook uitgebreid in op een paar Parijse literaire monumenten, zoals het beroemde L’Enfer, het fantasieloze kamertje in François Mitterands Très Grande Bibliothèque waar de wellicht tweedegrootste collectie pornografische en libertijnse literatuur wordt bewaard. Alleen het Vaticaan zou een grotere hebben, al zul je geen enkele kardinaal vinden die dat wil toegeven. In zijn voorwoord beschrijft Leyman hoe hij als prille twintiger naar Parijs trok en er met een vriend zat te dromen over de boeken die ze later zouden schrijven: ’Dromen was gratis, vooral in Parijs’. Passage Parijs is alvast een bijzonder mooie droom die werkelijkheid is geworden.
Een echt plezier om dit boek te lezen. Het beschrijft de evolutie van literaire stromingen in Parijs gedurende de twintigste eeuw, en doet zdit o.a. door de plekken te exploreren waar schrijvers woonden, aten en dronken, relaties opbouwden, enz. Voor om 't even welke liefhebber van Parijs is dit een heerlijk boek om lezen. En je leert heel wat over de angelsaksiche en franstalige literatuur van de twintigste eeuw