Sneeuwen zou geen werkwoord mogen zijn. Al dat gedwarrel, die speelse kristallen die meer zweven dan vallen, het heeft niets met werk te maken. Het woord mist daadkracht en gewicht, het mist sleur. Sneeuwen – het klinkt als de wind die met vingers van licht de kruin van een kind streelt.
Een vrouw reist door een sneeuwlandschap. Ze is op weg naar de buitenwijk waar haar vader woont. In zijn hoofd sneeuwt het al lang. Terwijl de vlokken rond haar neerdwarrelen, moet ze een hartverscheurende beslissing nemen. Een moeder staart door een keukenraam. Buiten speelt een kind in de sneeuw. Was dit de droom – een huis in het dorp, een dochter, een man? Is dit nu leven?
In de nieuwe, ontroerende roman In het wit van Roderik Six worstelen jonge vrouwen met oeroude dilemma’s. Met stilistisch vernuft schetst Six een teder portret van mensen op het kruispunt van leven en dood. In het wit is een intieme roman over maatschappelijke thema’s als dementie en moederschap.
Roderik Six (1979) is literair journalist bij het weekblad Knack. Met zijn debuut Vloed won hij prompt De Bronzen Uil. Zijn tweede roman Val werd bekroond met de driejaarlijkse Prijs voor de Letteren van de provincie West-Vlaanderen. Ook zijn romans Volt en Monster werden lovend onthaald. Roderik Six woont en werkt in Gent.
De pen van Roderik Six schrijft voor het eerst in het wit, na vier romans die van donker naar heel donker en pikzwart evolueerden. Daar waren we absoluut niet vies van, maar het maakte ons des te meer razend benieuwd naar hoe hij het er vanaf zou brengen als die duisternis geen betrachting of plotonderdeel zou zijn.
In het wit brengt ons drie verhalen van vrouwen en geheugens die het laten afweten. Een dochter die haar demente vader opzoekt, een vrouw die na de geboorte van haar kind geen houvast meer vindt en een oudere taalwetenschapper die geconfronteerd wordt met de onbetrouwbaarheid van haar geheugen dat het steeds meer laat afweten. Naast de schone, mededogende manier waarop Six de drie portretten schetst, is In het wit lezen vooral een stilistisch taalfeest. Roderik Six zijn zinnen zijn gebeeldhouwd uit exact de juiste woorden die het perfecte soortelijk gewicht meekrijgen en zich in het virtuele oor van de lezer nestelen met een verslavende klankkleur en ritme. Moeiteloos komt de schrijver ermee weg door midden het boek het tweede verhaal te openen met een paginalange beschrijving van elke kamer en plek in een oude woning. Slechts traag begint het je als lezer te dagen dat het verhaal an sich geen progressie meer maakt maar dat je moeiteloos meegenomen wordt in een meeslepende, ritmische en sfeervolle plaatsbeschrijving. Vooral in zijn metaforen blijf Six naar het donker reiken en ook in In het wit zijn vrolijkheid of levensvreugde geen thema's die ruimte krijgen van de auteur. Maar de verfijnde stijl en pen van Roderik Six staan nu eerder ten dienste van enige warmte en genegenheid voor zijn personages. Dat zorgt voor een sfeer die, ondanks de vele sneeuwbuien, de nodige warmte uitstraalt en de lezer dichtbij de personages en hun tragiek brengt en met een warm hart achterlaat.
Mijn lovende woorden én 4 sterren in Humo voor 'In het wit' van Roderik Six!
‘In het wit’ is een summier drieluik rond een dochter (M genaamd) die haar dementerende vader bezoekt, een terugblik naar de moeder van M die aan een postnatale depressie leed en een retour naar M die vanwege ernstige afasie haar geheugen en taalvermogen geleidelijk verliest. Het sneeuwt onophoudelijk in de vijfde roman van de Vlaming. Sneeuw is tegelijk maagdelijk – een tabula rasa waarop je je voetstappen zet en een levenspad zoekt – maar staat ook voor ruis en leemte: een onverbiddelijke kracht waarnaartoe taal, geheugen, familiebanden kunnen worden opgezogen tot alles van belang vervaagt en kleurloos wordt.
Roderik Six is een pointillist. Met minuscule accenten en elementen schildert hij het desolate platteland, de onpeilbare stad, de moeizame verhoudingen tussen familieleden en stipt hij filosofische en maatschappijkritische elementen aan. Hoewel hij ons soms kwijtraakt in visuele beschrijvingen – wat boeit het welke kruiden op het keukenrek staan – levert zijn poëtisch talent vele rake metaforen en inzichten op. Zo wordt bij M tijdens elk bezoek aan haar demente vader de hoop op enige herkenning en continuïteit opnieuw aan diggelen geslagen en rest er enkel de confrontatie met een verdwenen leven dat naast haar ligt. Als ze weer afscheid neemt, legt ze haar oor op papa’s borst ‘dat gestaag verder klopte als een brave klok zonder wijzerplaat’.
Soms vederlicht, soms loodzwaar, maar altijd met secure hand, weet Six de ontoereikendheid van taal en de flinterdunne evenwichtskoord tussen leven en dood, tussen kinderen en ouders te typeren. Hoe wankel en relatief is een levensloop als alles gestaag in ruis kan overgaan? ‘De dagen waren wachtkamers geworden’.
Niet enkel omwille van de titel maar ook om de stijl en kwaliteit mag ‘In het wit’ in één adem genoemd worden met ‘Wit is altijd schoon’ van Leo Pleysier en ‘Een schitterend wit’ van Nobelprijswinnaar Jon Fosse. En dat is mooi gezelschap.
Dit boek gaat over het leven. Twee kleine levens. Een moeder en een dochter. En, wat verder, een man, een vader. Kleine levens met kleine en grote tristesses en klein en groot geluk. Tot de donkerte en het licht vervaagt en verdwijnt, in het wit. Roderik Six schrijft in een overdaad aan mooie, beeldende zinnen. Omdat het de verdomde plicht is van een schrijver om mooie zinnen te schrijven, zo zegt hij zelf. In mijn aanvoelen kan een grotere soberheid in zinnen de mooie, beeldende zinnen nog meer in het licht zetten. Maar dat is muggenziften.
Of het niet een zwaar boek was, vroeg iemand me. Want het gaat toch over dementie, een vroeggestorven moeder, de dood. Maar er is geen ja of neen te antwoorden op die vraag. Het is een mooi boek. Stijlvol geschreven, verstild (door de vele sneeuw), meditatief. Maar ook kordaat, tot nadenken stemmend over dementie en de dood. Het tweede deel opent met een vijftien pagina's lange beschrijving van een oud huis, met het toilet nog buiten bijvoorbeeld. En met een vliering. En al gebeurt er niets, het verbaasde me, dit geschenk van een vervlogen tijd. Dus ja, men kan het een zwaar boek vinden. Maar ik heb me geen moment die vraag gesteld.
Bij het lezen van 'In het wit' volgen we met M en Iris twee overtuigend neergezette personages die zich door een wit sneeuwlandschap zwoegen; elk hun eigen beslomeringen torsend, die gaandeweg alleen maar aan gewicht lijken te winnen. Of het nu om doktersbezoeken, aftakelende geheugens, lange ritten met het openbaar vervoer, de liefde van een ouder voor het kind, of de tragiek van het verlies van een ouder gaat, Six weet het allemaal met een enerzijds vlotte en anderzijds scherpe, waarheidsgetrouwe pen vast te leggen. Straf!
Stilistisch zit het allemaal goed in elkaar en zorgt het afwisselend perspectief voor een extra dimensie (het komt niet vaak voor dat ik terug naar het begin van een boek blader om de openingszin nog eens te lezen). Ook inhoudelijk is dit een goed boek, maar daar wil ik niet te veel over uitweiden (spoilers enzo). Ontdek 'In het wit' vooral zelf: het is bij deze warm aanbevolen.
PS: ik leerde ook een nieuw woord: zarf (who knew?). PPS: volgens mij nog beter om te lezen wanneer het, jawel, sneeuwt.
Met scherpe, doch tedere pen schetst Roderik Six een portret van twee jonge vrouwen die worstelen met het leven en de vergankelijkheid. Vanaf de eerste zinnen was ik betoverd (ooo, dat gedachtestreepje). Het opent straf en het gaat nooit bergaf. De paginalange beschrijving van het huis in het tweede deel van het boek is een knappe sfeerzetting, maar ook een feest van herkenning voor een jaren '70 kind zoals ik. Tante Tines kruidenwijzer aan de muur, balatum op de vloeren en een encyclopedie in de kast. Een vliering met ‘uitgebluste spoken, niet meer de weeklagende gespensten van weleer’. Schooooon! En even later lees ik dat een vrouw leert om snel te wenen. Dat - en nog zoveel meer - ging recht naar mijn hart. 🤍
Kortom: stilistisch straf, maar ook raak en intiem.
Ontroerend mooi! Ik vond niet alle metaforen even geslaagd ( of begreep ze niet) maar dat weegt niet op tegen de rake, haarscherpe beschrijvingen van het Vlaamse landschap, van de Vlaamse verkavelingen, van het ouderlijk huis… alsof je samen met de schrijver kijkt naar verstilde beelden, naar geschilderde stillevens.
Roderik Six beschrijft de wereld van mensen die de taal verliezen en het is stil in zo’n wereld, het is een wereld waarin het sneeuwt in de hoofden van mensen. En ook al is de diagnose voor de personages intriest, toch brengt het verlies van taal voor hen ook rust.
Wat ik zo indrukwekkend vind aan dit boek is hoe Roderik Six erin slaagt een verhaal te schrijven waarin je de stilte van de sneeuw zo intens kan horen.
Ik heb dit boek uitgelezen, toegegeven de laatste bladzijden dertig bladzijden diagonaal omdat ik toch wilde weten waarom dit volgens alle literaire grootheden van het moment zo geniaal is.
Ik denk dat het een boek is voor mensen die houden van boeken met mooie zinnen.
Wat een boek, wat een schrijver. De zinnen dwarrelen als sneeuw, vormen een verhaal als een wonderlijk winterlandschap. Twee kleine levens, moeder en dochter, op de grens tussen nu en nooit. Dit herlees ik snel opnieuw.
"Herinnering is identiteit," schrijft de Britse auteur Julian Barnes in zijn nieuwste en meteen ook laatste roman 'Vertrek(punt)'. In 'In het wit' werpt Roderik Six het allermooiste van de Nederlandse taal in de strijd, precies tegen het verlies aan herinneringen, het wegvallen van woorden en het wegsmelten van identiteit.
Na de duisternis en postapocalyptische sfeer in het drieluik 'Vloed', 'Val', 'Volt' gooit de Vlaamse auteur Roderik Six (1979) het over een andere, meer kwetsbare en intieme, boeg. Six’ camera verschuift van de problemen en uitdagingen in de soms inktzwarte buitenwereld naar de problemen en uitdagingen in de binnenwereld, met name van twee vrouwelijke personages.
In het eerste van drie delen bezoekt M (kort voor Emma) haar dementerende vader in het rusthuis. Door de oprukkende alzheimer takelt haar vader zienderogen af. M voelt haar vader wegglippen, terwijl ze eerder al op jonge leeftijd haar moeder is verloren. Aan die moeder heeft M geen echte herinneringen.
In het middendeel maakt Six een sprong terug in de tijd en leert de lezer Iris, de moeder van M, kennen. Die interessante perspectiefwissel, die extra reliëf brengt in het verhaal, toont een vrouw die worstelt met het prille moederschap. ‘Haar zwangerschap was geen roze wolk, maar een gezwel vol braaksel en ellende,’ staat er. Er ontstaat een beeld van de moeder die niet helemaal overeenstemt met de voorstelling van die moeder in het hoofd van M.
In het derde deel blijkt dat M zelf ziek is en lijdt aan afasie. Ook zij raakt gaandeweg haar geheugen en taalvermogen kwijt. De ontknoping die volgt is even ontroerend als confronterend.
In het verhaal sneeuwt het voortdurend. Die sneeuw en de besneeuwde landschappen hangen natuurlijk nauw samen met het oprukkende wit in de hoofden van de vader van M en van M zelf. In interviews verwijst Six naar het schrikbeeld van Hugo Claus die aan de ziekte van Alzheimer leed en langzaam maar zeker zijn taal verloor. In een interview met het Belgische weekblad Knack zei Six daarover: "Het is zowat het ergste wat ik me kan voorstellen, dat heel je leven rond taal draait, en de woorden stuk voor stuk verdwijnen."
Het doet ook denken aan de roman 'Sprakeloos' van Tom Lanoye, waarin Lanoye een gelijkaardige strijd beschrijft met de aftakeling van zijn moeder, die als toneelactrice haar spraakvermogen verloor. "Dat iemand die zo ter tale was, uitgerekend dat moet overkomen, dat is van een wreedheid waardoor je weet: er bestaat geen god", zo zei Lanoye daarover in de podcast Drie Boeken. Het lijkt me ook geen toeval dat er zowel bij M als bij haar moeder een link is met de literatuur.
Wat 'In het wit' nog een trapje hoger tilt, is de taal van Six. Poëtisch, maar toch trefzeker, beeldend en ondanks het zware thema ook vaak grappig. Het boek wemelt van de rake observaties en beelden. Zo wordt sneeuw ergens omschreven als "slechts mooi water" en water als "vloeibaar glas". Het woord sneeuwen klinkt dan weer "als de wind die met de vingers van licht de kruin van een kind streelt". Verder staat er dat elke kleuter "tegenwoordig van glutenvrij kristal gemaakt" lijkt. En wanneer M haar gevoel beschrijft bij haar eigen aftakelende toestand: "Het woord schaamte was niet klein genoeg; het zou slechts een letter mogen zijn, een minuscule plek om je in te verbergen."
'In het wit' mag dan draaien rond wegsmeltende herinneringen en het verlies van taal, Six heeft precies de taal gevonden om hier een beklijvend boek van te maken dat het verdient om lang herinnerd te worden. Niet dat ik de andere genomineerden iets misgun, maar In het wit mag voor mij niet alleen de shortlist van de Libris Literatuur Prijs halen, Six mag voor mij gerust ook met de hoofdprijs en de bronzen legpenning naar huis.
“De bus, een harmonica op wielen en diesel, slipte en zwenkte, en de chauffeur trok het voertuig weer vloekend recht, de dood nog maar eens een halte afgewend.” (p. 10)
Dit boek is prachtig. Eentje om te hebben en te koesteren. Om elk jaar opnieuw vast te nemen en te lezen, genesteld onder een warm deken aan de kerstboom. Elk jaar een nieuw laagje sneeuw ontdekken. Ik had mijn leesjaar niet beter kunnen afsluiten.
'Sommige dingen - zilveren fluitjes, kepies, stropdassen - blijven hardnekkig bestaan en M putte troost uit die koppigheid; niet alles verdwijnt geruisloos tussen de plooien van de tijd.'
'Taal was een slang die haar eigen staart verslond, tot en met de kop, tot en met de gevorkte tong. Maar er was geen slang. En dra zou er geen taal meer zijn.'
'M bleef naar de werveling staren, de breekbare sterren in het verschroeiend licht, wit dat wit bekampte, en net zoals een vlam geen schaduw heeft, bleef het woord s n e e u w versnipperd en onleesbaar in het duister zweven.'
'Ze begrijpt het. En toch. Dit huis. Al die jaren, decennia, een eeuw misschien. De versteende tijd, het bewaren en beschermen. De weerstand tegen de klok die over de aarde bronst, tegen wind en regen; de palm boven de kruinen - dit huis.'
Stilistisch bij wijlen echt wonderlijk. Het beste deel (p 59-73) is een passage waarin er, behalve de beschrijving van een huis, helemaal niets gebeurt.
Beknopt en toch weelderig: in de beschränkung zie je de bezwerende meester.
Alles zweeft en dwarrelt en kantelt in deze roman.
Tant tourne la neige Entre le ciel et Liège Qu'on ne sait plus s'il neige sur Liège Où si c'est Liège qui neige vers le ciel
“Taal was een slang die haar eigen staart verslond, tot en met de kop, tot en met de gevorkte tong. Maar er was geen slang. En dra zou er geen taal meer zijn.”
wat is dit een prachtig en toch ook donker verhaal. vol kleur en kleurloosheid over o.a. rouw (het rouwen van jezelf…) en familiebanden.
‘Was M een mooie vrouw? Ze kon het niet met zekerheid zeggen. De laatste tijd vermeed ze spiegels - spiegels waren ramen die uitkeken op een vrouw die verdacht veel op haar leek. Alsof een dubbelganger haar vanuit het belendend appartement aanstaarde. M vond het griezelig; in de lijst zat een vreemde vrouw gevangen, een vrouw die elk moment door het glas kon barsten. Dus kamde ze haar haren in het donker, met lange halen, tot het glansde. In de borstel dook almaar meer zout op. Make-up was een wilde gok, vol klonters en knalrode wangen. Niet dat ze nog veel mascara en rouge droeg, maar vandaag was ze dapper geweest. Het glas kon haar niks maken; zij en zij alleen was de vrouw die haar met gestifte lippen een zoen toegooide.’
Uitgelezen op de laatste dag van het jaar, in een sneeuwlandschap, en ik waande me even terug op de laatste dag van 2023, toen Fosse me met zijn ‘white album’ naar de keel greep. Mooi eindejaarsgeschenkje, dank Roderik.
Geen vrolijk boek, maar wel eentje dat blijft hangen. Spannend en beklemmend. Een sfeer die langzaam onder je huid kruipt. Het verhaal blijft vaag op een goede manier.
Een boek als een stilleven, prachtig hoe de auteur erin slaagt om het typische (Vlaamse) landschap, de inrichting van onze huizen, onze gewoontes en gedragingen en maatschappelijke uitdagingen op zo'n manier te beschrijven dat ze tijdloos lijken. Actueel en tijdloos tegelijkertijd. Scherpe waarnemingen. Heel knap.