Een sympathiek boek, dat serieus ingaat op acht aangelegen thema’s die het streven naar en de beleving van de 'grote' oecumene in de weg (kunnen) staan. Plaisier schrijft vanuit zijn betrokkenheid bij het Platform Rome-Reformatie, en doet dat met veel bagage (belezenheid is wel een dingetje, bij die PKN-scriba's).
Het lijkt voor de schrijver soms niet alleen schipperen tussen de 'polen' van elk begrippenpaar – er worden dus acht van zulke tweetallen behandeld die samen, tussen inleiding en conclusies, de leidraad van zijn betoog vormen – maar ook ‘tussen theologisch betoog en kerkelijk getuigenis’ en tussen ‘verstaanbaarheid’ en (de wens tot) nauwgezetheid.
Plaisier is er duidelijk over dat hij niet aan ‘onderhandelingsoecumene’ wil doen, en maakt wat mij betreft afdoende helder dat deze tijd van post-christendom vraagt om zichtbare kerkelijke eenheid, mede vanuit missionair oogpunt.
Overigens zou het boek gebaat zijn geweest bij een extra redactieslag, al is het maar omdat de schrijver er in een eerdere uitgave open over is geweest dat hij zijn beperkingen (ook) op dat vlak kent.