Thomas Rosenboom was zesenzestig toen hij vader werd. Het betekende een radicale breuk met zijn leven daarvoor, waarin hij nooit aan kinderen had gedacht, nooit echt had samengewoond, en het in gezelschap nooit langer dan drie uur uithield. In dit persoonlijke relaas komt hij van de ene vraag op de andere. Hoe heeft zijn vaderschap hem veranderd? Hoe lacht een vader? En bestaat er zoiets als een glazen wand, een onzichtbare scheidslijn tussen mensen met en mensen zonder kinderen?
Late vader is een egodocument, maar geschreven toch in de onmiskenbare stijl van de meesterverteller.
Thomas Rosenboom (1956) won tweemaal de Libris Literatuur met Gewassen vlees in 1995 en met Publieke werken in 2000. Zijn daaropvolgende romans De nieuwe man, Zoete mond en De rode loper werden eveneens lovend ontvangen en genomineerd voor belangrijke prijzen. In 2004 schreef hij het Boekenweekgeschenk, Spitzen. Rosenbooms rijke oeuvre omvat romans, verhalen en hertalingen. Publieke werken werd in 2015 met veel succes verfilmd.
Thomas Rosenboom is a Dutch writer of novels and short stories,. He studied Psychology for 3 years, did not finish but switched to studying Dutch in Amsterdam. His first book was published in 1983 and contains 3 short stories. He's the only writer to have won the Libris Literatuur Prijs twice (for Gewassen Vlees in 1995 and for Publieke Werken in 2000).
Thomas Rosenboom zou naar eigen zeggen geen boeken meer schrijven, de pen hing aan de wilgen, aldus het voorwoord aan de boekhandelaar in Late vader. Had hij maar woord gehouden, dan zou ik me hem herinneren als de schrijver van Publieke Werken.
In plaats daarvan ligt er nu deze verzameling prietpraat over zijn late vaderschap. Iedereen weet dat verhalen over verbouwingen, veranderde stoelgang door aanpassingen in dieet, en verhalen over je baby alleen interessant zijn voor de direct betrokkenen. De rest luistert uit beleefdheid en hoopt dat de spreker op zijn beurt beleefd is en het kort houdt. Zo niet Thomas Rosenboom.
Hij slaat op zijn 60e een vrouw van 28 aan de haak, en vooruit, ze besluiten de liefde te bezegelen met een kind want zij wil er eentje en hij heeft toch niks te doen sinds zijn writer’s block. Is het een probleem dat het kind 18 zal zijn als hij 84 is en het zich dan dus bezig zal moeten houden met, waarschijnlijk als ik het boek zo lees, het aanvragen van een Wlz-indicatie voor haar oude vader? Welnee! De vader van zijn vrouw is immers ook jong overleden, en wat je kent is vertrouwd en geef je door. Ze hebben al een oplossing voor het gemis: ze zullen gewoon een foto van hem ophangen en daar dan tegen praten, is ‘ie er toch een beetje bij. Hij schiet vol bij het idee, niet omdat zijn dochter zo jong haar vader zal moeten missen.
Nee, die dochter zal niks tekort komen.
Er zijn ellenlange beschrijvingen van het huishouden (zijn vrouw is kostwinner, hij doet de was en kookt vooral bonen die hij zelf ook niet zo lekker vindt): de afwezigheid van een wasdroger, het ventilatiekanaal waar de uitklapbare droogmolen aan wordt gehangen, hoe dik dat ventilatiekanaal wel niet is, de ventilator die op het ventilatiekanaal staat voor de mechanische afzuiging, het vochtprobleem dat ontstaat. Over zijn bizarre vrekkigheid, alle details over hoe ze de baby in slaap proberen te krijgen, een paar wraakzuchtige steken onder water naar zijn vrouw die kennelijk niet gediend is van enige vorm van kritiek, kiekeboe spelen en figuurtjes in vormpjes duwen.
Maar de apotheose die mij een hartgrondig ‘gatverdamme’ ontlokte staat op p. 184. Daar beschrijft hij zijn omgang met de tandenstoker. Die is vlak na gebruik weliswaar zacht van zijn speeksel, maar de volgende ochtend weer opgedroogd en dus weer hard zodat de etensresten er vanzelf af vallen. Op die manier, vertelt hij met trots, doet hij met gemak één of zelfs twee weken met 1 tandenstoker.
-1 ster. Ik werd hier bijna agressief van. Idee van het boek was interessant: een man van 66 die een kind krijgt. Maar de inzichten waren totaal niet relevant voor personen die níet die man zelf zijn. Daarbij enorm veel herhaling, alsof de auteur niet meer wist dat hij een bepaalde anekdote al een paar pagina’s geleden verteld had.
“Zij was 28 toen onze verhouding begon, ik 60.” “Nog eens: toen ik Blanchine onmoette was ik zestig en zij achtentwintig, het leeftijdsverschil is tweeëndertig jaar. En bij de geboorte van Anne was ik zesenzestig zonder dat ik me jonger voelde: mijn haar werd dunner, ik kon steeds minder zware dingen tillen en mijn gevoel voor humor werd ook al minder.” “Onschuldig? Niet in de ogen van iedereen - schuldig juist! (…) een stroom aan overwegend negatieve reacties, gesteld in de meest hatelijke bewoordingen en veelal anoniem, ondertekend door niets dan een voornaam, en dan in overgrote meerderheid een meisjesnaam. (…) zo het niet als een pak slaag voelde, dan toch wel alsof je bespuugd wordt door een kring belagers. Schuldig! Het oordeel droop als schuim uit de telefoon. Schuldig ja… schuldig aan dat leeftijdsverschil!“ Volgens Rosenboom zijn het waarschijnlijk vooral oudere vrouwen die zo negatief reageren, omdat zijn relatie aan hun mannen suggereert dat die ook wel een jongere vrouw zouden kunnen krijgen. De suggestie die daar dan weer vanuit gaat is dat jongere vrouwen leuker zijn dan oudere. Dit roept bij mij de vraag op of oudere mannen dan leuker zijn dan jongere. Als dit allemaal waar is dan is het wel een zieke speling van de natuur.
Blandine Ik ben vooral nieuwsgierig naar de voorkeur van Rosenbooms partner Blandine. Op zijn 60e is hij schrijver in ruste; zij werkt aan de universiteit als docent filmstudies. Verder weten we van haar dat zij jaren nodig heeft om “mentaal volledig te herstellen” van de bevalling. Haar vader is overleden toen ze 11 was. Tijdens de babytijd, binnen een half jaar al, wordt Rosenboom ‘s nachts verbannen naar een aparte slaapkamer, twee verdiepingen lager. Hun seksleven blijft volledig onbesproken. Als hun dochter geboren wordt, wordt Rosenboom huisvader. Blandine begrijpt natuurlijk dat tegen de tijd dat hij bejaard wordt, zij in de kracht van haar leven is. Anderen zien Rosenboom al vaak aan voor opa, oppas of zelfs moeder (van achteren schijnt hij een vrouwelijke indruk te maken, wat je wel vaker bij ouder wordende mannen ziet: vet op de buik en rond de heupen, een wat gebogen houding, smalle schouders). Ziet zij niet op tegen een rol als verzorger, tegen het in haar geval vroegtijdige verval van hun seksualiteit, tegen de aftakeling van haar geliefde, tegen misschien wel de aftakeling van haar liefde? Natuurlijk kan zij na zijn overlijden weer een partner vinden, daarvoor zal zij tegen die tijd nog vitaal genoeg zijn, maar die jaren, dat decennium, misschien meer, dat aan zijn overlijden vooraf gaat… In een interview met Rosenboom lees ik dat Blandine haar vader verloor op haar elfde. Hij rekent uit dat zijn kind Anne 18 zal zijn als hij 85 is en zegt: “Dat moet toch haalbaar zijn?”
Roken en drinken Rosenboom gaat er nogal prat op flink gerookt en gedronken te hebben. Hij was een stille drinker van de goedkoopste supermarktwijn. Volgens hem heeft roken hem de liefde van Blandine opgeleverd omdat ze elkaar leerden kennen toen ze alletwee ergens buiten stonden te roken. Zij sprak hem aan omdat ze wist dat hij schrijver was. Zou ze dat bij die gelegenheid niet ook op een andere plek hebben gedaan? Kortom, was het niet eerder zijn schrijverschap dat hen bij elkaar bracht? Het beeld dat Rosenboom schetst van zijn lange vrijgezelle en kindloze leven als drinkende en rokende schrijver komt op mij nogal suf over. Kroeggesprekken met mannen die in korte tijd vier bier consumeren en dan abrupt het gesprek beëindigen, hoe rock’n’roll zijn die? Jaarlijks wandelen met een groep ouder wordende mannen met afritsbroeken, wandelschoenen en lunchpakketten met broodje, appel, mueslireep en een blikje sap, in plastic zakjes… oordeel zelf. Het is natuurlijk tragisch als de organisator van die wandelingen een diagnose krijgt die gepaard gaat met chemo en bestraling en waardoor hij niet meer kan slikken en praten, maar mogen we voorzichtig een correlatie vermoeden met al dat roken en drinken? In plaats van wandelen gaan ze dan wijnproeven, want dat mag je uitspugen… Op zijn begrafenis vertelt de ex dat het onmatige alcoholgebruik voor haar reden was geweest om hem te verlaten. Rosenboom noemt hem en zichzelf een alcoholist. Bah. Tragisch allemaal en zo niet rock’n’roll.
Lezenswaardig Verder is dit boek wat mij betreft weer eens het bewijs dat het dagelijkse leven van de meeste mensen niet vermeldenswaard is. Veel getut met een baby en een peuter. Iedereen met kinderen, en dat zijn er veel, heeft het meegemaakt, het niet willen slapen, de huilbuien, wandelen om de baby in slaap te krijgen, gedoe met eten, kasten leegtrekken, crècheperikelen, spelen, woordjes leren etc etc. Tel daarbij op de banaliteit van families. Kortom, veel lezenswaardigs gebeurt er niet in dit boek.
Goede schrijver, leest lekker weg maar van het thema van de (late) vader had wel wat meer werk mogen worden gemaakt. Thomas Rosenboom ontleedt eigen gedachten en handelingen. ik dacht daarbij meer dan eens 'wat een tuthola is die jongen/man'.
Thomas Rosenboom is een van m’n lievelingsschrijvers. Dankzij ‘De nieuwe man’ had ik een 9 voor mijn mondeling Nederlands. Dit boek is heel anders dan zijn andere boeken, een autobiografisch verslag van het vader-worden op latere leeftijd, maar onmiskenbaar Rosenboom. Vaak ontzettend grappig (zelfspot: “lekker met oma op stap?”, als hij met zijn dochter in de tram zit), bij vlagen volstrekt bevreemdend (het zal Amsterdam zijn met alle fratsen rond de opvoeding, voet- en hoofd massage van de moeder tijdens het voeden? Niet naar de uitvaart van een vriend omdat de baby huilt?), maar uitstekend vermaak al met al!
Een van mijn favoriete schrijvers uit de Nederlandse literatuur bracht vorig jaar dit autobiografische werk uit, nadat hij eerder had aangekondigd te stoppen als auteur. Op zijn 66ste werd hij in 2022 vader en de leeftijd doet er blijkbaar niet toe: het is zó herkenbaar hoe een baby je leven volledig in beslag neemt en hoe klein je wereld dan opeens wordt.
Het leek me weleens wat, een man die schrijft over het vaderschap, met als extra dimensie vanuit een vader die de pensioenleeftijd al is genaderd, maar ik heb tergend lang over dit dunne boekje gedaan. Lag dit enkel aan mijn slechte focus? Ik betwijfel het. Ik vond het taalgebruik vaak te plechtig of archaïsch voor de banale dagelijkse handelingen over o.a. de worstelingen van het verse ouderschap die hij in veel detail en stroperigheid beschrijft. Het idee nu toegang te hebben tot de wereld van vaders en hierdoor meer verbondenheid ervaren vind ik vrij onorigineel, ik had er kortom (doordat het getipt werd in een podcast waar ik altijd heerlijke boekenuren aan overhoud) meer van verwacht.
Een beetje een niemendalletje van Rosenboom over zijn ervaringen om om latere leeftijd toch nog een kind te krijgen. Prima om voor het slapen gaan uit voor te lezen aan mijn man, maar verrassende inzichten biedt het niet. Je krijgt een beeld van een licht neurotische einzelgänger die heel gewone dingen meemaakt. Als een vrouw het geschreven had, was het niet verder gekomen dan een column in de Linda of Libelle.
Thomas Rosenboom was vroeger uit op literaire roem. Hij schreef dikke romans zoals ‘Gewassen vlees’ en ‘ publieke werken’. Dat stadium heeft hij achter zich gelaten.zo tegen zijn zestigste vond hij dat hij uitgeschreven was. Toen ontmoette hij een jonge Vlaamse vrouw, 32 jaar jonger en zij zag in hem een interessante schrijver en voorts een geliefde. Ze werden partners en toen Thomas 66 was, kregen ze een dochter, Anne. Thomas had een groot deel van zijn leven als single man doorgebracht en op die oudere leeftijd was het krijgen van een kind wel een ingrijpende gebeurtenis. In dit boek wordt dat allemaal beschreven. Het ouderpaar is soms bijna overbezorgd, bijvoorbeeld bij de pogingen om het kind in slaap te krijgen. Vroeger was Thomas veel onder vrienden en daar komt een huiselijk leven voor terug. Alcohol en tabak zweert hij af net als zijn echtgenote Blandine. Een oude wandel vriendenclub van alleen mannen valt uit elkaar door het overlijden van de informele leider, een jeugdvriend van Thomas. Vanwege zorgen om de baby volgt hij de herdenking van zijn jeugdvriend online, hij is er in gedachten toch bij. Hij hoort nu Blandine tegen Anne praten. Thomas heeft afscheid genomen van de pretenties van het schrijverschap, maar in dit boek weet hij onopgesmukt zijn emoties over te brengen. Ik merk dat ik positiever ben over dit boek dan andere recensenten. Het is gewoon heel goed leesbaar en authentiek.
Wat ontzettend fijn om de stem van Rosenboom weer te horen. Ik had hem onbewust zeer gemist. Met dit boekje reflecteert hij op het late vaderschap en met de vertelling over het prille gezinsleven laat hij een prachtig, intiem portret na aan zijn dochter, die dit verhaal niet als volwassene van hem zal kunnen horen. Het late vaderschap gaat immers onvermijdelijk over de naderende dood. Daarbij komt nog de heerlijke naïviteit en wereldvreemdheid van Rosenboom bij en dan heb je zowaar een heel mooi boekje in handen.
Thomas Rosenboom kan mooi schrijven. In dit boek komt dat vooral tot zijn recht als hij schrijft over zijn vrienden en over zijn ouders. De stukken over zijn dochter - de aanleiding voor dit boek - vond ik minder, vooral om wat hij erover vertelt, meer dan hoe hij het heeft opgeschreven. Het hele universum draait om de baby, bijna verstikkend. Ik hoop dat de kleine meid later in haar leven wat meer ruimte krijgt.