Op een sneeuwnacht in december treft tiener Siem Peeters bij het station een vrouw aan die op sterven na dood is en die hij blijkt te kennen. Maar wat doet hij daar zelf eigenlijk? Hij gedraagt zich als een voortvluchtige maar lijkt ook doelgericht ergens naar op weg. Zo worden we resoluut en onweerstaanbaar – gaandeweg langs meerdere lijnen en invalshoeken – een tragische familiegeschiedenis ingezogen over een liefdevol gezin dat door noodlottige omstandigheden al vroeg aan het wankelen wordt gebracht en uit elkaar valt.
Als je een schrijver ziet als een modelspoorbaanbouwer die op zijn zolder een wereld vol treintjes en sporen bouwt en er op kringverjaardagen vol trots over vertelt, dan is Cees een meestermodelspoorbaanbouwer, een van de beste met wie ik ooit heb gewerkt.
Wat Cees zo bijzonder maakt is dat hij niet slechts een zolder maar een heel huis heeft volgebouwd met modelspoorbanen. En het mooie is: van iedere kamer zal hij je tot in detail kunnen vertellen wat er staat. Als je Cees toestaat om te vertellen wat er in zijn hobbypandje allemaal te zien is, dan kom je pas diep in de nacht thuis. Sterker nog: dan maak je een nieuwe afspraak om hem eindeloos verder te laten vertellen: over die ene reiziger in die kamer beneden, de jas die hij draagt en het hondje dat hij aan de lijn heeft, de coupé waarin hij zit, het bloemperk dat hij ziet als hij uit het raam kijkt. Dan vergeet je stilaan dat Cees zit te vertellen over een modelspoorbaan, dan zit je op een gegeven moment zélf in zo’n trein, een trein die van landschap naar landschap glijdt, dan vergaap je je aan de hele wereld en alle details ervan — dan wil je nooit meer weg.
Dat is het unieke talent van Cees van den Boom. Hij is in staat om met taal een ongelofelijk grote, diverse, fijnmazige, rijkgeschakeerde wereld te bouwen en vervolgens te bevatten, te controleren en te manipuleren — hij weet precies hoe hij zijn lezers er in de mooiste trein en langs de spannendste route doorheen moet trekken, zozeer dat je het gevoel hebt eerder in een achtbaan dan in een trein te zitten, zozeer ook dat je tijdens het lezen vergeet dat je niet écht in een trein of een achtbaan zit maar een boek leest dat is verzonnen door een schrijver — en na afloop stil bent van bewondering over de prestatie van meesterverteller Cees van den Boom.