'Deze geslaagde debuutroman is een mengeling van een klassiek coming-of-age-verhaal à la The Catcher in the Rye van J.D. Salinger en een familieroman van Jonathan Franzen.' ●●●● NRC
Op een sneeuwnacht in december treft tiener Siem Peeters bij het station een vrouw aan die op sterven na dood is en die hij blijkt te kennen. Maar wat doet hij daar zelf eigenlijk? Hij gedraagt zich als een voortvluchtige maar lijkt ook doelgericht ergens naar op weg. Zo worden we resoluut en onweerstaanbaar – gaandeweg langs meerdere lijnen en invalshoeken – een tragische familiegeschiedenis ingezogen over een liefdevol gezin dat door noodlottige omstandigheden al vroeg aan het wankelen wordt gebracht en uit elkaar valt.
Als je een schrijver ziet als een modelspoorbaanbouwer die op zijn zolder een wereld vol treintjes en sporen bouwt en er op kringverjaardagen vol trots over vertelt, dan is Cees een meestermodelspoorbaanbouwer, een van de beste met wie ik ooit heb gewerkt.
Wat Cees zo bijzonder maakt is dat hij niet een zolder maar een heel huis heeft volgebouwd met modelspoorbanen. En het mooie is: van iedere kamer zal hij je tot in detail kunnen vertellen wat er staat. Als je Cees toestaat om te vertellen wat er in zijn hobbypandje allemaal te zien is, dan kom je pas diep in de nacht thuis. Sterker nog: dan maak je een nieuwe afspraak om hem eindeloos verder te laten vertellen: over die ene reiziger in die kamer beneden, de jas die hij draagt en het hondje dat hij aan de lijn heeft, de coupé waarin hij zit, het bloemperk dat hij ziet door het raam. Dan vergeet je stilaan dat Cees zit te vertellen over een modelspoorbaan, dan zit je op een gegeven moment zélf in zo’n trein, een trein die van landschap naar landschap glijdt, dan vergaap je je aan de hele wereld en alle details ervan — dan wil je nooit meer weg.
Dat is het unieke talent van Cees van den Boom. Hij is in staat om met taal een ongelofelijk grote, diverse, fijnmazige, rijkgeschakeerde wereld te bouwen en vervolgens te bevatten, te controleren en te manipuleren — hij weet precies hoe hij zijn lezers er in de mooiste trein en langs de spannendste route doorheen moet trekken, zozeer dat je het gevoel hebt eerder in een achtbaan dan in een trein te zitten, zozeer ook dat je tijdens het lezen vergeet dat je niet écht in een trein of een achtbaan zit maar een boek leest dat is verzonnen door een schrijver — en na afloop stil bent van bewondering over de prestatie van meesterverteller Cees van den Boom.
Als je een schrijver ziet als een modelspoorbaanbouwer die op zijn zolder een wereld vol treintjes en sporen bouwt en er op kringverjaardagen vol trots over vertelt, dan is Cees een meestermodelspoorbaanbouwer, een van de beste met wie ik ooit heb gewerkt.
Wat Cees zo bijzonder maakt is dat hij niet slechts een zolder maar een heel huis heeft volgebouwd met modelspoorbanen. En het mooie is: van iedere kamer zal hij je tot in detail kunnen vertellen wat er staat. Als je Cees toestaat om te vertellen wat er in zijn hobbypandje allemaal te zien is, dan kom je pas diep in de nacht thuis. Sterker nog: dan maak je een nieuwe afspraak om hem eindeloos verder te laten vertellen: over die ene reiziger in die kamer beneden, de jas die hij draagt en het hondje dat hij aan de lijn heeft, de coupé waarin hij zit, het bloemperk dat hij ziet als hij uit het raam kijkt. Dan vergeet je stilaan dat Cees zit te vertellen over een modelspoorbaan, dan zit je op een gegeven moment zélf in zo’n trein, een trein die van landschap naar landschap glijdt, dan vergaap je je aan de hele wereld en alle details ervan — dan wil je nooit meer weg.
Dat is het unieke talent van Cees van den Boom. Hij is in staat om met taal een ongelofelijk grote, diverse, fijnmazige, rijkgeschakeerde wereld te bouwen en vervolgens te bevatten, te controleren en te manipuleren — hij weet precies hoe hij zijn lezers er in de mooiste trein en langs de spannendste route doorheen moet trekken, zozeer dat je het gevoel hebt eerder in een achtbaan dan in een trein te zitten, zozeer ook dat je tijdens het lezen vergeet dat je niet écht in een trein of een achtbaan zit maar een boek leest dat is verzonnen door een schrijver — en na afloop stil bent van bewondering over de prestatie van meesterverteller Cees van den Boom.
holy shit, dit boek heeft mijn inner child geheeld. Lang geleden dat ik iets gelezen heb wat mij zo vaak, zo ontzettend heeft geraakt. Dit boek zit in mijn hart en zal daar nog wel even blijven.
4,5 ster voor mij. Het plezier in taal spat er van af, fantastisch, maar ook meteen een probleem: prachtige vondsten, maar teveel van het goede, waardoor het boek bijna ten onder dreigt te gaan aan overdaad. Hoe dan ook, mooi geschreven en bijzonder hoe je meegenomen wordt in diverse aspecten van suïcide (de persoon zelf, de kinderen, de ontwrichting). Ontroerd op het einde
Indrukwekkend debuut waarin je moeiteloos wordt meegenomen in een familiegeschiedenis vanuit meerdere perspectieven. Ondanks de zware thema’s moest ik ook vaak lachen door de kwieke manier van schrijven. Zeker een aanrader!
In het begin misleid, omdat ik dacht dat dit een grappig boek was, getuige de geplakte post-its bij alinea's over goedgeknede kanonskogels, maar die post-its zijn toch wel redelijk rap van betekenis veranderd
4,5. Ik moest even inkomen; veel perspectieven, veel personages om te ontmoeten. Maar dat maakt dit boek nou juist zo goed. Als je de moeite neemt ze te leren kennen, blijven ze lang bij je, Siem, Linde, Harmen en Wies. 💙
Mijn nek doet pijn omdat ik de afgelopen dagen alleen maar dit boek heb gelezen. Zo’n mooi verhaal!
Ik moet toegeven dat ik er eerst even in moest komen, zowel qua stijl als qua verhaal. Dat had deels te maken met het feit dat ik vooral Engelse literatuur lees en dit een intens Nederlands boek is (iedereen van Paul de Leeuw tot Herman van Veen en alles van Den Haag tot Heerenveen wordt genoemd) en deels met het feit dat ik het gevoel had alsof Van den Boom in het begin nog een beetje zoekende was naar zijn eigen stijl. Ik vond het in de eerste paar hoofdstukken een beetje een gekke mix van heel lange, soms geforceerd literaire zinnen en idiomatische uitdrukkingen, wat me af en toe een beetje uit het verhaal haalde.
Naarmate ik verder in het boek kwam (ca. 1/3) verdween die ietwat zoekende stijl echter en klonk het allemaal hartstikke soepel. Omdat ik toen ook de personages beter kende en hun onderlinge relaties beter begreep zat ik er toen ook helemaal in. Het verbeelden zonder iets expliciet te benoemen beheerst Van den Boom heel goed. Zo mooi zoals hij het verdriet van verschillende generaties weergeeft, en zo knap zoals de verschillende verhaallijnen (waarvan er één twee jaar eerder speelt) uiteindelijk samenkomen. Het zit echt heel goed in elkaar, waardoor ik uiteindelijk steeds maar door wilde lezen en het einde zelfs een beetje wilde uitstellen.
Ook mooi dat deze roman voelt als een niet-sentimentele ode aan zijn moeder, terwijl het tegelijkertijd die status als eerbetoon ruimschoots overstijgt. Een knap boek, dit. Ik zou zeker nog eens iets van hem lezen.
Ontroerend mooi boek over een gebroken jongen Siem. Na een heftige ruzie op school loopt ‘probleemkind’, maar toch vooral getraumatiseerde en depressieve Siem veg van huis. Je volgt in da hoofdstukken afwisselend Siem zelf, zijn suïcidale moeder en ongeruste vader. Stapje voor stapje kom je dichter bij complexe verbanden, gedrag en genen van de familie. Over hoe trauma’s en depressies over gaan van ouder tot kind en hoe ouders en kind hier op verschillende manieren mee dealen. Heel mooi en het raakte me echt. De af en toe rake en grappige observaties gaven het boek en fijne lichtheid.
Waarom doe ik dit toch? Lezen over zulke pijnlijke onderwerpen?
Het boek lees heel fijn, al moest ik even wennen. Vanuit de verschillende perspectieven zit er ook een andere schrijfstijl. Verwarring, autoriteit, baldadigheid, het verdriet.
Het raakte me zo dat ondanks dat het fijn geschreven is, ik het toch meermalen een paar dagen links heb laten liggen. Ik kon/wilde niet verder.
“Wat eens haar leed was, was na haar vertrek als een wijnglas op de tegelvloer uiteengespat, en de splinters, kon Siem nu zien, lagen werkelijk overal.”
Wat een prachtig en verdrietig boek. Het is zó’n persoonlijk verhaal dat het me pijn doet om te bedenken hoe het schrijven van dit boek voor Cees geweest moet zijn.
Goed debuut met droevige thematiek (wat je als ouder allemaal aan ellendigs meegeeft, genetisch dan wel in de opvoeding). Vliegt stilistisch soms wat uit de bocht. Weet een jongen van zestien het verschil tussen familiaal en familiar?
Wat een prachtig debuut! Leuk dat het zo herkenbaar Den Haag is, en wat heeft Van den Boom het thema toegankelijk gemaakt. Het wordt nooit lichtvoetig, maar t is ook niet loodzwaar. Het is heel goed geschreven, meanderend en je moet je kop erbij houden wie wanneer wat meemaakt, maar daardoor is t klein, dichtbij en heel intiem. Echt heel mooi. Vierenhalve ster. Een halve ster aftrek vanwege het in de sneeuw gevonden kokertje. Zeker een aanrader.
Dit is een van de beste romans die ik in tijden heb gelezen. Een ontroerend en intiem familiedrama van de hand van een heel verfijnde schrijver. Het zit enorm goed in elkaar, het grijpt je vast en het neemt je mee in het avontuur en de pijn van het mens-zijn.
Sommige zinnen zijn echt parels: “Zoals de verbeelding als vanzelf te hulp komt om uit te tekenen wat zonder herinnering slechts in woorden is gevat, zo gumt het eigenlijke plaatje onmiddellijk weer uit wat, blijkt dan, niet meer was dan een onscherpe foto, met weinig details en altijd in hetzelfde licht, met dezelfde lucht en de zon op één plek, en daaraan gekoppeld een gevoel dat er eens was.”
Het is een intens verhaal, maar door de prachtige schrijfstijl leest het boek goed weg en kon ik – ondanks de zware thema’s – af en toe zelfs even lachen. Persoonlijk is ook de setting in Den Haag heel herkenbaar. Cees van den Boom is een schrijver om in de gaten te houden.
Wat een heftig boek en ik heb er dan ook een haat, liefde verhouding mee ontwikkeld. Het gaat over hoe je elkaar kan kwijtraken en terugvinden bij een suïcide in een gezin. Spoiler alert: begin hier alleen aan als je langere stukken achter elkaar kan lezen. Het verhaal is geschreven in hele lange zinnen met veel bijvoeglijke naamwoorden en bijzinnen waardoor je je heel goed kan inleven in de karakters van het verhaal , maar het ook taaie kost is. Ik weet eerlijk gezegd niet of deze schrijfstijl echt bijdraagt aan de impact van het verhaal en daarom scoor ik het boek op 3,5 ster. En (!) tegelijkertijd is het ook echt prachtig geschreven, qua structuur en qua taalgebruik, hiervoor mijn liefde voor dit boek. Kortom ik pruttel er nog even op verder…