Dit is mijn eerste Yorick Goldewijk. Zijn prijswinnende 'Films die nergens draaien' staat al tijden in mijn kast, maar nog ongelezen. 'Albatros' zat als luisterboek in mijn abonnement dus ik las niet de letters maar luisterde.
Ik ben bang dat ik de beste boeken al gelezen heb in mijn kindertijd: Terlouw, Beckman, Dragt, en buitenlandse auteurs als Lindgren en Nöstlinger. Ik wil heel graag moderne Nederlandse jeugdliteratuur goed vinden maar ik blijf er moeite mee houden. Vertel gewoon een steengoed verhaal in ABN van een aanzienlijk niveau en ik ben blij.
Met het uitgangspunt van 'Albatros' is op zich niets mis: wat doe je als je als 12-jarige op een dag wakker wordt en álle mensen in dieren zijn veranderd? (Al moest ik wel méteen denken aan de film 'The Lobster'.)
En wat als je dan toch nog onverwachts een 15-jarig ander mens tegenkomt?
Er zit vaart in die gebeurtenissen, de geloofwaardigheid van die vaart en absurd hoge mate van aanvaarding is niet geloofwaardig, maar oké: het is fictie.
Het verloop van de relatie tussen Abel en Kat is voorspelbaar, en de tegenstellingen in hun karakter cliché en vrij ééndimensionaal, vooral het karakter van het meisje viel tegen. Van mij had zij in dit verhaal niet opgenomen hoeven worden, ik had een eenzame reis van 200 bladzijden door enkel Abel, evt. met hondvader, veel boeiender gevonden.
Wederom verdenk ik een auteur ervan het hele boek te hebben geschreven voor jury's die in mijn optiek vooral aanstellerige boeken kiezen.
Echt geïrriteerd raakte ik door de moralistische ondertoon die te veel de boventoon voerde.
Ja ja, oorlog is slecht, politieke leiders polariseren hun volk en creëren een vijand, mensen zijn slecht, dieren zijn beter, regimes die een genocide plegen behandelen hun slachtoffers erger dat dat ze dieren behandelen, we moeten lief zijn voor moeder aarde: dat zijn allemaal volwassen bespiegelingen.
Met de taal was niet heel veel mis, al kiest ook deze jeugdboekenschrijver regelmatig voor vergezochte beeldtaal waar ik niet kapot van ben. Dat heb ik met de jeugdboekenschrijvers van weleer echt nooit. Ik heb er speciaal de jeugdexemplaren er nog eens op nageslagen. Wat een verhalenverteller was Jan Terlouw!
Over Van Goldewijks beeldtaal: niemand die ooit denkt dat een ander een blik in de ogen heeft als lasers of van koud water denkt dat het zou koud is als smeltwater wanneer je uit het Zuiden komt en nog nooit smeltwater hebt gevoeld (want stel je voor dat een recensent het saai vindt dat je schrijft dat ijskoud water gewoon dat is: ijskoud). Zo zaten er meer metaforen in waar ik jeuk van kreeg.
Het was dus op weg een driesterrenboek te zijn totdat de climax (waarom was iedereen in dieren veranderd en door wie) zich aandiende. Ik ga daar niets over zeggen, behalve dan dat ik dat tenenkrommend ruk vond.
Mijn eindoordeel? Laat pretentieuze Nederlandse kinderboeken links liggen en lees Kate diCamillo of Katya Balen voor. Sorry ;-)