Kan Poppy en Eddie en Manon nu al de beste roman van Vlaanderen en Nederland genoemd worden? Ja, zonder problemen. We hebben immers te maken met de drie schitterende hoofdpersonages Poppy, Eddie en Manon, met name twee vrouwen en een hond. En dan zouden we nog bijna het mannelijke hoofdpersonage vergeten, niemand minder dan de man uit één stuk, de straaljager der letteren, de semifictieve ouwe gek Herman Brusselmans. Poppy is z'n ex-vrouw en zij is gelukkig herstellend. Manon is z'n nieuwe verloofde en zij is me er eentje. Eddie is en blijft de ultieme lhasa apso, een symbool van verbondenheid. Het geworstel van Brusselmans met relaties, werk, hobby's, z'n eigen kop, de hele wereld, en al de rest zorgt ervoor dat de lezer zich geen moment hoeft te vervelen. Poppy en Eddie en Manon is een liefdesroman vol tederheid, onzin, vlinders in de buik, absurditeit, hoop en berusting, nonsens, en diep begrip. Niemand anders dan Herman Brusselmans had deze roman kunnen schrijven, en daar mogen we heel blij om zijn.
Herman Brusselmans is een Vlaamse schrijver, dichter en columnist. Hij debuteerde in de jaren tachtig en groeide uit tot een van de meest productieve en herkenbare stemmen in de Nederlandstalige literatuur. Brusselmans schrijft romans, verhalen, poëzie en columns, waarin autobiografische elementen, satire en maatschappijkritiek regelmatig samenkomen. Hij schuwt controverse niet en was meermaals onderwerp van publieke discussies en rechtszaken, wat zijn imago als polemisch auteur versterkte. Tegelijkertijd wordt hij geprezen om zijn taalgevoel, timing en vermogen om banaliteit en existentiële vervreemding te combineren. Hij geldt als een eigenzinnige, invloedrijke figuur binnen de Vlaamse literatuur, die bewust buiten het literaire establishment opereert.
De andere, gevoelige, overgevoelige (?) Brusselmans. Eerlijk en hilarisch. Geeft blijk van een ontembare absurde verbeeldingshumor. Lees door en sla over maar lees zeker het laatste hoofdstuk. Van een weergaloze schoonheid en tragische kracht. Zelfs al wordt het niet gezegd, dan voel je dat de relatie stuk zal lopen. Op de flap aangekondigd met blabla over het transformeren van het Nederlands, maar dat is bullshit. Wie die blurb geschreven heeft kent Pjeroo Roobjee en c.c. krijgelmans niet.
‘Poppy en Eddie en Manon’ is boek nummer zestig-en-dan-nog-wat van de veelschrijver der Vlaamse letteren. Niemand heeft bijgehouden hoeveel ‘Brusselmansen’ er al zijn en dat doet er ook niet zoveel toe. ‘Poppy en Eddie en Manon’ is niet zijn laatste, wel een van zijn lijvigste romans. Maar vooral een van zijn persoonlijkste in de recente reeks. Natuurlijk staat het weer vol onzin en onzinnigheden, getuige Brusselmans zelf: “Wat ik uit m’n duim zuig, vult, zoals gezegd, ongeveer 37 procent van m’n oeuvre.” Daarnaast echter toont dit boek al zijn twijfels en onzekerheden. Zo bang zijn nieuw en zijn ex-meisje kwijt te raken is hij. Brusselmans houdt van hen en toont dat iedere bladzij weer, maar wat heeft híj hen nou eigenlijk te bieden? Het is geruststellend te lezen dat zelfs als je vooral ‘s nachts leeft en schrijft, de nacht nog steeds de ideale tijd is om jezelf gek te maken met twijfels.
En passant leest Herman Brusselmans gedurende ‘Poppy en Eddie en Manon’ trouwens een stapel boeken weg waar ik jaloers op ben.
Onbekend is onbemind. Wie nooit eerder een boek van Brusselmans las, heeft geen flauw benul van hoe de man precies in elkaar steekt. Brusselmans, bekend om zijn vuilgebektheid, laat in dit half biografisch boek zijn andere ik spreken. Als de man met een onvoorwaardelijke liefde voor zijn naasten. De openhartigheid en eerlijkheid waarmee hij bepaalde onderwerpen aansnijdt zijn aandoenlijk. Als er dan toch iets negatiefs moet gezegd worden, mss dit: metaforen worden soms te lang uitgemolken, waardoor je al eens de neiging hebt een paragraaf over te slaan.
Dat moet mijn vierde of vijfde poging zijn om een boek van Brusselmans te lezen. Mijn vrouw heeft het immers helemaal uitgelezen (544 bladzijden!) en zat vaak luidop te lachen. Als ik haar dan vroeg waarom ze moest lachen, kon ik zelden meelachen, maar toch dacht ik dat ik het nog eens moest proberen. Ik vrees echter dat ik dit boek het snelste heb dichtgeklapt, niet enkel van de andere Brusselmans-meesterwerken, maar van àlle boeken tout court. Ik ben nog niet eens tot pagina twintig geraakt. Het gekke is dat ik quasi gelijktijdig mijn bespreking van "De Leeuw van Vlaanderen" nog eens heb gelezen (een fan van mijn blog had die "geliket" na het zien van "Het Verhaal van Vlaanderen") en ik merkte dat er zowaar heel wat gelijkenis met de stijl van Brusselmans in zat. Dat is dus zowel positief als negatief bedoeld. Je moet het zelf maar eens lezen. Het staat hier ook op goodreads.
Blij dat ik van dit rotboek af ben. Kijk, mijn tante gaf me dit boek mee - een boek dat ze zelf op de kop had getikt in een Oxfam Bookshop (en het verwondert mij eerlijk gezegd geen zier dat het daar belandde) - en vertelde me dat ze zelf de moed had opgegeven rond pagina honderd. Hoewel ik vermoedde dat Brusselmans ook niet echt mijn ding zou zijn, wou ik het wel eens proberen. Ik had nog nooit een werk van hem gelezen en kon dus ook nooit een echt oordeel vellen over zijn auteurschap, -waardigheid en -kwaliteiten. Dit boek was voor mij een ware marteling. Ik begrijp waarom mijn tante - een boekenwurm extraordinaire - dit niet uit kreeg. Provocatie is voor mijn part okee, ga ervoor, maar gewoon willekeurig de woorden/frasen 'lul', 'kut', 'vagina', 'schaamlippen', 'fluit', 'erectiestoornissen', 'mep op zijn kanis', 'jood', 'neger' en 'eetbaar ondergoed' in je boeken proppen, laat mij persoonlijk echt koud. Het interesseert me echt niet. De woordgrapjes konden mij evenmin bekoren. Sorry. Echt mijn ding niet. En van het feit dat de hoeveelheid gesmoorde sigaretten recht evenredig was met hoe saai en nietszeggend de inhoud van dit boek is, werd ik helemaal mesjogge. 90% van dit boek gaat over hoe Brusselmans de nachten doorsteekt. Letterlijk. Hierbij gebeurt er - mark my words - niets. Hij smoort, hij smoort, hij 'watert', hij zaagt enorm veel over Poppy en Manon, hij smoort er nog eentje of twee of vijfentwintig, eet genoeg appelflappen van bakkerij Martens en Nougatti's om mij passief diabetes te geven en irriteert nog wat meer met zijn marginale zelfverzonnen personagetjes die allen lijken in het bos vinden. Op p. 157 in mijn editie leest men het volgende: "Het enige wat je in feite moet onthouden is dat ik veel hou van Poppy en Eddie, en dat Manon m'n grote nieuwe liefde is en dat ik verslingerd aan haar ben, en aan haar lichaam. al de rest is opvulsel." Ja, dat heb ik precies gemerkt. Nee, sorry. Dit was mijn eerste Brusselmans en zeer hoogstwaarschijnlijk ook mijn allerlaatste. (Of men zou mij moeten betalen om er nog een te lezen.)
Iets zegt mij dat er drie soorten mensen op deze aardbol lopen. Er zijn degenen die gewoon nog nooit een boek van hem hebben vastgenomen. Ten tweede heb je diegenen die over zijn van zijn werken en ze verdedigen met heel hun hart. En dan zijn er nog degenen die de straat nog niet met z'n boeken zouden willen vegen. Ik neig sterk naar de derde soort mensen. Voor wie Brusselmans "de max" vindt, ga uw gang, ik houd niemand tegen en wens u veel plezier met zijn toch wel impressionant grote oeuvre, maar ik ga mij niet voegen bij de fanclub. Die kelk laat ik aan mij voorbijgaan.
En alweer meer van hetzelfde van Brusselmans. En deze keer ook met wel heel veel herhaling in hetzelfde boek. Wel komen we deze keer nog dichter bij de emoties van de echte (?) Brusselmans, de zelfbenoemde Majoor van het Menselijk Leed. Dit is een boek voor de echte Brusselmans-adept, haters blijven er beter ver van, genieters genieten van heerlijkheden als:
Ik kon onmogelijk naar de begravenis gaan, omdat ik daar geen zin in had
en
Manon houdt niet erg van roem, ze vindt dat van een ongepaste bekendheid