Wat hebben de loonkloof en de orgasmekloof met elkaar te maken? Klopt het dat je je eisprong kunt voelen? Waarom leven vrouwen langer dan mannen? Kan overdreven hygiëne tot vaginale infecties leiden? Is borstvoeding geven een goed anticonceptiemiddel? Waar zit de g-spot nu precies? Geen zin hebben in seks, komt dat alleen voor bij hardwerkende tweeverdieners (met kinderen)?
Op een toegankelijke manier beantwoordt gynaecoloog Hendrik Cammu deze vragen en bespreekt hij de meest voorkomende gynaecologische menopauze, borstkanker, endometriose, bekkenbodemproblemen, verminderde vruchtbaarheid, premenstrueel syndroom, menstruatieproblemen, pijn bij het vrijen... Met kennis van zaken en in zijn kenmerkende no-nonsensestijl schept hij klaarheid in wat voor velen een doolhof lijkt.
Deze onmisbare gids is niet alleen bedoeld voor vrouwen, maar voor iedereen die meer wil begrijpen van het vrouwelijk lichaam, thuis en in de spreekkamer.
Hendrik Cammu is hoofddocent gynaecologie aan de VUB. Naast onderwijs en onderzoek in de gynaecologie houdt hij zich sinds vele jaren bezig met het populariseren van veelvoorkomende medische problemen, eerst bij De Tijd, daarna bij EOS. Hij schreef ook drie toegankelijke boeken over gezondheid, lichaamsbeweging, voeding en levensduur.
Hoewel ik non-fictie zeker kan waarderen, vind ik het niet altijd even makkelijk lezen. Het is dan ook niet het typische boek dat ik op mijn nachtkastje heb liggen, en het is al helemaal geen genre dat voor minder slaapuren zorgt. Maar daar kwam afgelopen week verandering in, want ‘Wat mannen niet weten… (en vrouwen zouden moeten weten)’ bleek zo interessant te zijn en zo lekker door te lezen, dat ik het principe ‘aah nog één bladzijde’ tot iets later dan gewenst toepaste.
Een ongelooflijke knappe prestatie als je het mij vraagt, want eigenlijk is dit gewoon een leerboek gynaecologie met een hele hoge informatiedichtheid. Hendrik Cammu schrijft in zijn epiloog ‘Al decennialang heb ik de onweerstaanbare drang om medische wetenschappen te populariseren voor een lekenpubliek.’. Die drang is zichtbaar, net als zijn enthousiasme over zijn vak, en hij heeft de uitleg uitstekend gedaan. Hij gebruikt makkelijke taal, heeft humor, legt waar nodig begrippen uit, weet op papier contact te maken met de lezer, geeft duidelijke voorbeelden en gebruikt ondersteunende illustraties.
Roze boeken scoren bij mij altijd goed, maar in dit geval ben ik nog meer dan normaal enthousiast. Als je goed kijkt heeft de illustratie van de kaft namelijk een anatomische laag, maar wel een die subtiel is toegepast. Ik had wel wat moeite met de titel, want mijn indruk daarvan is dat juist vrouwen het boek moeten lezen. En dat is grappig, want in het voorwoord beschrijf Cammu juist dat hij dit boek ook schrijft voor mannen (die bij bezoeken aan de gynaecoloog veelal verdwaasd kijken), en dat hij daarom deze titel heeft gekozen. Het is dus maar net hoe je de titel opvat.
Het Vlaams taalgebruik maakte het lezen soms wat lastig voor mij, maar het leverde mooie woorden/zinnen op die mij nog onbekend waren. Wel struikelde ik steeds over het woord ‘één’ dat als ‘een’ was uitgewerkt. In zinnen als ‘Een op de vier vrouwen’ las ik dus iedere keer “un” in plaats van één, en daar kwam ik dan na een paar woorden achter. Maar goed, dat is slechts een kleinigheid. Belangrijkste boodschap: ga dit boek als vrouw lezen en geef het daarna aan je man, want dit boek staat vol waardevolle kennis die je kan helpen.
Hartelijk dank voor dit recensie-exemplaar @pelckmans.be!