In Simpele personages verschijnt een aantal figuren van diverse pluimage. Zo zijn er twee beste vrienden, een speedjunk, een baliejuffrouw van een tehuis, twee nerveuze vriendinnen, een cafébaas met een geheim, een oude gozer in een rolstoel, een meisje dat een jongen was, een zwarte McDonald's-medewerkster, een dementerende echtgenote, en met z'n allen worden ze geconfronteerd met toestanden, gedoe, verveling, gevoelens, onverschilligheid, verbondenheid en eenvoudig samen zijn. Hierbij worden ze af en toe geflankeerd door personages van minder allooi. Op een zomerdag gaan ze met z'n allen naar een muziekfestival, en daar komt iets naar boven wat niemand had zien aankomen.
Simpele personages is een rasechte Brusselmans-roman, en zoals altijd schuwt de schrijver noch de lach, noch de traan. Het is een roman die knaagt, vermaakt, blijft hangen en aanzet tot herlezen en blijven herlezen. Niets is wat het lijkt, en zelfs dat niet.
Herman Brusselmans werd geboren te Hamme op 9 oktober 1957. Na veel vijven en zessen groeide hij uit tot misschien wel een heel belangrijk auteur. De schrijver is bescheiden, beleefd en vriendelijk. Vele fans zijn hem daar dankbaar voor, en ook voor z'n meer dan 85 boeken, die de literatuur steeds weer op stelten zetten.
Over Het huwelijk van Jan en
'Brusselmans speelt een spelletje met de verwende westerling, die vaak geld zat heeft maar niks kan missen.'
NRC ****
Over Theet 77:
'Aan het einde van dit boekwerk vat Brusselmans zijn eigen carrière beknopt "Ik schreef boeken die meteen vergeten werden, ik schreef boeken die bleven hangen." Theet 77 mag nu al bij die laatste soort gerekend worden.'
Herman Brusselmans is een Vlaamse schrijver, dichter en columnist. Hij debuteerde in de jaren tachtig en groeide uit tot een van de meest productieve en herkenbare stemmen in de Nederlandstalige literatuur. Brusselmans schrijft romans, verhalen, poëzie en columns, waarin autobiografische elementen, satire en maatschappijkritiek regelmatig samenkomen. Hij schuwt controverse niet en was meermaals onderwerp van publieke discussies en rechtszaken, wat zijn imago als polemisch auteur versterkte. Tegelijkertijd wordt hij geprezen om zijn taalgevoel, timing en vermogen om banaliteit en existentiële vervreemding te combineren. Hij geldt als een eigenzinnige, invloedrijke figuur binnen de Vlaamse literatuur, die bewust buiten het literaire establishment opereert.
Een leuk, speels eenvoud en grof boek. Er is geen duidelijke rode lijn, maar zoals de titel al verklapt draait het om simpele personages. Juist daarin schuilt ook de charme. De manier van schrijven is verfrissend: dingen worden direct benoemd, zonder opsmuk, en bewust eenvoudig gehouden.
Leuk vond ik dat halverwege het boek een soort pauze moment werd beschreven met “Het kwam erop neer dat dit de hoofd personages waren geworden… Met hen zou je het moeten verdergaan, al zouden we onherroepelijk nevenpersonages dienen te verschijnen, zo ze niet al verschenen zijn. Die verschijning is hun taak, verder mogen ze het rustig aan doen, desnoods vol genot liggend op een vilten spijkerbed.”
Tussendoor lees ik graag boeken die mij makkelijk aan het lachen kunnen brengen. Enter: Herman Brusselmans en zijn geweldige satire. De Oppergod der Vlaamse letteren schreef al een 80-tal boeken waar ik er nog een heel pak van mag lezen (hoe schoon kan het leven zijn) en dit is alvast zijn laatste nieuwe werk.
Ik ga hier deze keer weinig woorden aan vuil maken, en laat graag onderstaande stukken tekst uit het boek voor zich spreken. Opgelet: een Brusselmans is niet voor tere zieltjes die op zoek zijn naar een diepgaand, ingewikkeld verhaal, maar eerder voor de liefhebber van de Vlaamse letteren die wat satire weten te smaken. Schep maar vol!
“Er hing een geur in de kamer die connecties had met stront. Dat verwonderde niemand: Anna scheet namelijk geregeld haar luier vol, en er was niet genoeg personeel in Oude Glorie, zodat de inwoners wel eens uren met die bescheten luier aan hun kont bleven zitten.”
“Toch hielden ze het met elkaar uit tot Roger geveld werd door de botkanker. Zelfs op z’n sterfbed was hij nerveus. ‘Hoe zou de hemel eruitzien?’ ‘Zal ik reïncarneren als fooraap?’ ‘Ik heb jeuk aan m’n balzak, o Heer, red mij!’”
“Voor Rosveld kon oom Carl de boom in, en hij liep naar het achterkamertje, waar hij met het Nespresso-machientje een kop koffie bereidde, en terwijl hij die wat later leegdronk mompelde hij: ‘God in den Hemel, breng redding of ik ga ten onder’.”
“Er liepen nogal wat jongeren over straat. Zouden ze iets te vieren hebben? De mislukking van hun toekomst? De geboorte van hun definitieve afkeer?”
“Wat vond hij Arletta mooi, ondanks haar duidelijk zichtbare vetzucht.”
“Als zelfs de koffie al niet meer deugt, waar moet het dan met alles heen?”
Heerlijke platte humor. Hier en daar zeer creatief. Elke pagina een glimlach. Na een aantal zware romans gelezen te hebben is dit een boekje om weer eens lekker te ontspannen.
Brusselmans steekt zijn trouwe typetje - een braaf Vlaams getormenteerd mens - in een nieuwe hedendaagse verpakking! In allerlei vormen en kleuren komen ze, zoals de mooie coverart al verraadt. Maar - diep vanbinnen eigenlijk nog altijd braaf, Vlaams en getormenteerd...