Dit boek laat je anders naar de euro's op je bankrekening kijken. Waarom kan de een ondanks hard werken en sparen geen woning betalen, terwijl de ander slapend rijk wordt van stijgende huizenprijzen? Waarom is er wel geld voor investeerders om zorginstellingen op te kopen en uit te kleden, en niet om de economie snel te verduurzamen? Om de grote problemen van nu op te lossen, moeten we het hebben over hoe ons geld écht werkt - en hoe het anders kan.
Onderzoeksjournalist Thomas Bollen neemt je mee naar het internationale strijdtoneel van ons geld. Hier nemen burgerbewegingen, wetenschappers en oud-bankiers het op tegen de machtigste bedrijven ter wereld. Samen reizen we langs de goudkluizen en banktorens van de gevestigde financiële orde. We volgen hoe geld door de samenleving stroomt en ontrafelen hoe tech-miljardairs en cryptobedrijven met hun digitale munten stilletjes de macht overnemen.
Als we niet ingrijpen, groeit de kloof tussen de superrijken en de rest. Geld genoeg, maar niet voor jou laat zien wat er nodig is om het tij te keren. Hoe heroveren we de macht over ons geld?
Ik heb me in tijden niet zo opgewonden over een boek. Ronduit ongelooflijk hoe het gebrek aan kennis bij politici en macht van de lobbysector een status quo in stand houdt waarbij belastingbetalers garant staan voor risico's die banken nemen. Enorme aanrader om wat te leren over een sector waar je in je dagelijks leven nooit bij stil staat.
Ontluisterend en belangrijk boek over de herkomst van geld. Spoiler alert: het zijn niet de centrale banken die ons geld drukken.
-Ontluisterend omdat het de lobbymacht van de banksector blootlegt.
-Belangrijk omdat je erin leest dat de banken de digitale euro uiteindelijk niet kunnen tegenhouden. Jij en ik hebben in de toekomst allemaal een rekening bij de Europese Centrale Bank.
De acteur George van Houts wees Nederlanders eerder ook al op de weeffout in ons geldsysteem. Nieuw geld wordt al decennia lang niet meer door centrale banken gedrukt maar door commerciële banken.
Verplichte kost voor iedereen die bij een bank werkt.
Een echte eye opener, goede uitleg over het verschil tussen privaat en publiek geld, de problemen en mogelijke oplossingen. Zou verplicht materiaal moeten zijn voor alle financiële woordvoerders van alle politieke partijen wat mij betreft.
Iedereen moet dit lezen! De casus om geldschepping te verplaatsen naar de centrale banken is sterk: ik stel me voor dat het huidige systeem mensen over het hele politieke spectrum niet bevalt: private banken kunnen risico's nemen om winst te maken, wetende dat ze als het fout gaat - zoals in de kredietcrisis in 2008 - gered worden door overheden, Zolang de echte werking van ons geldsysteem obscure kennis is, gaat hier waarschijnlijk niks aan veranderen. Wist jij dat het recht om geld te scheppen bij private banken ligt, en niet bij de centrale bank of de overheid?
Dit zou verplicht moeten zijn voor eigenlijk iedereen. Essentieel begrip van hoe ons geldsysteem werkt en de gevolgen die in de rest van de maatschappij doordreunen. En Thomas Bollen heeft echt goed z’n best gedaan om het niet te droog en wél relatief goed te begrijpen te maken.
Het is wel een boek waardoor de hoop op verandering een beetje uit je wordt getrokken, maar misschien is alleen al het feit dat door dit boek meer mensen hier weet van hebben al een positieve stap.
Enorm toegankelijk boek met de oproep om fundamenteler na te denken over de inrichting van ons geldsysteem. Gedurende het boek volg je Bollen en zijn gesprekken met verschillende denkers, actiegroepen en centrale bankiers, waardoor je de ontwikkeling van het argument goed kant volgen.
De makkelijke kritiek op het boek is om zijn kritiek op het geldsysteem weg te zetten als een “duizend dingen doekje” - maar dat is de facto een “straw man”. Bollen laat juist heel goed zien hoe de inrichting van het systeem tot systematische onevenwichtigheden leiden en hoe die onevenwichtigheden dan invloed hebben op de grote problemen van vandaag.
Dit boek had echt de helft korter gekund. Het onderwerp is zeer interessant, al was ik met het meeste al bekend, en ik ken sommige betrokkenen persoonlijk. De auteur heeft echter geen rode draad kunnen pakken, waardoor het geen samenhangend verhaal is geworden.
De materie is opgehangen aan een soort blog van verschillende betrokkenen, inclusief de auteur zelf. Het begin van het boek is zeer traag met een gedetailleerde beschrijving van de oprichting van diverse burgerbewegingen en elke individuele medewerker in die bewegingen. Een punt waarop ik het boek bijna weglegde, waren drie volle pagina's over hoe de auteur zich voorbereidt op een persconferentie van de ECB en niet weet welke vraag hij Mario Draghi wil stellen.
Het probeert een soort middenweg te vinden tussen non-fictie en human interest maar slaat wat mij betreft de plank voor beiden mis. Een extra ster puur voor de duidelijk enorme hoeveelheid werk die de auteur erin heeft gestoken.
Ik heb er 4 maanden over gedaan, het was zowel een best taai boek als ook een schokkend boek. Ik dacht dit goed te kunnen lezen om bij in slaap te vallen, maar ik lag regelmatig nog te lang en veel te alert te lezen. Zo leerde ik dat niet de overheid, maar (ook) commerciële banken geld scheppen, hoe verknipt het financiële stelsel is en hoe dit vooral miljardairs dient en niet het grootste deel van de bevolking. Hoe en waarom commerciële bedrijven als banken toch telkens gered worden met publiek geld en daarna niks veranderen aan hun beleid. Hoe zelfs het milieu gehinderd wordt door het bancaire stelsel zoals we dat hebben. Niet een vrolijk boek, maar goed om er (iets) meer van te weten!
Bij vlagen een zeer frusterend boek omdat de 'juiste' maatschappelijke keuze zo duidelijk lijkt en er toch weer gekozen wordt voor groot geld en de belangen van de rijkste.. Echt een aanrader voor iedereen geïnteresseerd in hoe dit fundament van onze samenleving werkt en wie er op welke manier baat bij hebben.
Enorm diepgaand, verhelderend en nog steeds ongelooflijk ingewikkeld pleidooi voor een radicale hervorming van ons geldsysteem, die misschien toch niet zo radicaal is als gedacht. Follow the Money levert altijd!
Zeer inzichtelijk en helder geschreven boek over het geldsysteem dat we samen hebben geschapen. Bollen maakt goed duidelijk dat de manier waarop geld stroomt een politieke keuze is met grote gevolgen, en geen kosmische wetmatigheid zoals banken en andere belanghebbenden graag voorspiegelen.
Dit boek wil bijdragen aan het demystificeren van de financiële wereld, zodat meer mensen kunnen meepraten over hoe het geldstelsel het beste kan worden ingericht om de samenleving (!) te dienen.
De auteur ziet voor de Eurozone de oplossing in digitaal geld, beschikbaar gemaakt door iedereen een rekening bij de ECB te geven. Zo kan de ECB de benodigde geldhoeveelheid in de economie regelen, zonder dat er miljarden aan de strijkstok blijven hangen van allerlei financiële tussenschakels met hun eigen winstoogmerk, zoals de commerciële banken, maar ook hedgefondsen, speculanten, fin-miljardairs en tech-miljardairs.
Het lezen was een hele studie. Ik denk met onderstaande puntsgewijze samenvatting de kern helder en compact te hebben weergegeven.
1) Tastbaar geld
Geld is een administratieve uitvinding.
Schuldverklaringen met graan als rekeneenheid functioneerden als geld voordat edelmetaal (zoals goud) gebruikt werd.
Centrale instituten waren in de eerste geldsystemen cruciaal. Hoe groter het vertrouwen in de (regionale) machthebber en zijn monetair beleid, hoe aantrekkelijker het was om de onder zijn auspiciën geslagen munt als rekeneenheid en ruilmiddel te gebruiken.
De inrichting van een geldstelsel is dus niet natuurlijk of neutraal en kan je daarom niet loskoppelen van de (regionale) staatsinrichting. Geld is daarmee een politiek onderwerp. Zelf Aristoteles stelde al dat geld niet van nature bestaat, maar een product is van de wet.
Het edelmetaal goud is nog steeds een gewild beleggingsobject maar sinds 1971, toen Richard Nixon de goudwisselstandaard afschafte, heeft goud geen monetaire rol meer.
‘Wie meent dat geld zijn waarde ontleent aan het materiaal waarvan het is gemaakt, verwart het theaterkaartje met de voorstelling’ (John Maynard Keynes – 1914)
2) Vormen van geld
Bankbiljetten en munten. Zij vormen de basislaag van ons geld. Ze zijn ons enig wettig betaalmiddel. Een munt of een bankbiljet is een bezit.
Zij worden uitgegeven door de centrale bank van het land. Deze bank heeft ook de door de overheid gegeven opdracht om de prijzen stabiel te houden (tegenwoordig: inflatie dicht bij de 2%). Alle aandelen van de centrale bank zijn in handen van de staat. De winst van die bank wordt toegevoegd aan de staatsbegroting van het land.
Het banktegoed. Banktegoeden vormen een tweede laag van ons geld. Ze zijn een administratieve registratie, géén wettig betaalmiddel. Een banktegoed is geen bezit maar een claim.
Maar, aan contant betalen verdienen banken niets. Daarom hebben zij pinbetalingen aangemoedigd. Tegenwoordig gaat ruim 80% van de betalingen aan de kassa digitaal (pin, mobiel, creditcard).
3) De gevolgen
Het gebruik van bankbiljetten is daarom enorm teruggelopen. Vlak na WO II bestond in de westerse economie geld voor de helft uit contant (publiek) geld. Tegenwoordig voor 90% uit digitaal (privaat) banktegoed. Privaat geld is giraal, digitaal geld dat door commerciële banken in omloop wordt gebracht.
De vervanging van fysieke bankbiljetten door digitaal banktegoed heeft een geleidelijke privatisering van ons geld veroorzaakt. Centrale banken hebben nagelaten om publiek geld naar het digitale tijdperk te updaten. Commerciële marktpartijen hebben op monetair terrein veel op de staat veroverd. (Zelfs bij de belastingdienst kan je niet meer met munt- of briefgeld terecht.)
4) 15 september 2008
Op die dag ging de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers failliet.
De bank was slachtoffer geworden van de onderlinge verbondenheid in het bankenstelsel, waarbij banken elkaar schuldpapieren hadden verkocht die ‘giftig’ bleken. (‘subprime mortgages’ als ‘securitization’ verpakt in ‘special purpose vehicles’ en ‘special investment vehicles’.) Er ontstond een bankrun van bankiers onderling. Steeds meer banken kregen daardoor met financieringstekorten te maken en dreigden om te vallen. Er dreigde een ‘systemic meltdown’, waarbij ook de infrastructuur van het betalingsverkeer ten onder zou gaan. Dát mocht niet gebeuren. Daarom greep de Amerikaanse overheid en de FED in. Met een soort ‘financieel-kapitalistisch socialisme’ namen zij voor $ 700 miljard aan ‘giftige’ investeringen van de banken over.
Ook bij Europese banken ontpopten zich dergelijke problemen en ook de Europese overheid trok de portemonnee met publiek geld (€ 1600 miljard) om de schade bij de private banksector te vergoeden. Daarnaast besloten de overheden in Europa dat banktegoeden tot een bedrag van € 100.000 door hen gegarandeerd zouden worden (depositogarantiestelsel). De prikkel om je geld van de bank te halen was daarmee weggenomen. Zonder hulp van de overheden en centrale banken zou het systeem zijn geïmplodeerd. Dan waren spaar- en pensioenvermogens verdampt en was het betalingsverkeer stilgevallen.
De Amerikaanse en Europese bankiers deden ondertussen of er niets aan de hand was. De bankiers op Wall Street keerden zichzelf $ 145 miljard uit.
Het gebrek aan democratische invloed op de architectuur en werking van ons geldstelsel was duidelijk geworden.
5) Het hefboomeffect (Leverage)
Wanneer je goedkoop kunt lenen kan het aantrekkelijk zijn een groter deel van je bedrijf met leningen (krediet, schuld) te financieren. Kredietverleners (schuldeisers) delen niet mee in de winst, ze krijgen een (vaste) rentevergoeding. Aandeelhouders delen wel mee in de winst, als vergoeding voor het financiële risico dat zij lopen.
Als je het aantal aandeelhouders klein houdt (door meer bij kredietverleners te lenen) krijgt elke aandeelhouder een groter deel van de winst. Leningen vormen zo een hefboom om de winst per aandeel te vergroten.
Voorbeeld: je wil voor 10.000 investeren. Maar je hebt zelf maar 1.000. Dan leen je de overige 9.000 van een kredietverlener. Als de waarde van je investering stijgt met 10% is deze 11.000 waard geworden. Je betaalt de 9.000 van de lening terug en houd dus nog 2.000 over. Dat is een winst van 100% op je eigen inleg van 1.000.
Maar het werkt ook andersom: als een bedrijf met veel leningen (dus weinig eigen vermogen) een slecht jaar heeft en verlies maakt, is de kans op een faillissement groter, want de financiële inbreng van de aandeelhouders vormt bij tegenvallers een (te) kleine financiële buffer.
6) Strategie & misrekening
Banken financieren zichzelf voor 97% met krediet. Dat wil zeggen, met schulden bij andere banken of met de tegoeden van nietsvermoedende rekeninghouders.
Alan Greenspan, 20 jaar lang voorzitter van de FED, was er heilig van overtuigd dat de markt de financiële wereld vanzelf in de juiste richting zou sturen. In 2008 erkende hij de ‘fout in zijn ideologie’ (die gevoed werd door het domme ‘objectivisme’ van Ayn Rand).
Wat de banken onderscheidt van andere commerciële bedrijven is dat zij impliciete en expliciete overheidssteun genieten: in goede tijden incasseren de geldschieters rente en delen de aandeelhouders de winst. In slechte tijden vangt de overheid de klappen op (Heads! I win! Tails! You loose!).
Wetende dat de publieke vangnetten gespannen waren deden de bankiers steeds gewaagder investeringen.
7) Strategie & misleiding
Om herhaling van de financiële ramp van 2008 te voorkomen werd er aan een set nieuwe regels gewerkt, bekend onder de naam Basel III. Dit moest de eigen kapitaaleisen voor banken fors verhogen. Niet tot 100% (full reserve banking) maar wel meer dan 3% (fractional banking).
Er ontstond direct een bankenlobby om Basel III zo veel mogelijk af te zwakken. De boodschap was: laat ons de nieuwe regels maar opstellen, want wij weten het beste hoe de machinerie in elkaar steekt. Doel daarbij was zo min mogelijk aan de winstgevende structuren te veranderen. De problemen zouden met robuuste maar verfijnde maatregelen opgelost worden.
Daarbij werd gewaarschuwd voor een groeiende politisering van het debat, alsof het slechts om een financieel-technisch probleem ging. En er werd angst gezaaid onder burgers. Om het doemscenario kracht bij te zetten liet de bankenlobby PwC accountants zelfs een rapport schrijven (hogere kapitaalratio’s zou 3% groei en 9,7 miljoen banen kosten).
Het verhaal van de bankenlobby bereikte de voorpagina’s van de kranten. Het was een strategie van misleiding, maar als je iets maar vaak genoeg herhaalt, blijft dat hangen, of het nu waar is of niet.
8) Echt geld & fantoomgeld
Ook de drogredenering dat al het geld dat de banken als reserve aan moesten houden nu niet gebruikt kon worden voor leningen aan bedrijven als investeringen in de economie was/is onzin. Banken financieren bedrijven helemaal niet op grond van hun reserves. Zij scheppen geld uit het niets door ‘dubbel boekhouden’, door het bedrag tegelijkertijd debet en credit te administreren.
Voorbeeld: je sluit een lening van 10.000 af bij een bank. De bank ‘stort’ 10.000 op jouw rekening. De bank boekt dit aan de creditzijde. Het is een schuld van de bank aan jou want jij kunt dit tegoed immers op elk moment gebruiken. De bank boekt het óók aan de debetzijde. De bank heeft namelijk een vordering op jou want ooit moet je dit geld terugbetalen. Er is nu (simsalabim!) 10.000 aan nieuw (digitaal) geld aan de economie toegevoegd, geld dat er daarvoor nog niet was.
De overheid maakt nog steeds, via de centrale bank, onze fysieke biljetten en munten, maar dat is maar een fractie van de totale geldhoeveelheid (in het westen: 5 tot 15 %, de rest is banktegoeden).
9) De invloed van fantoomgeld
Omdat private banken naar eigen inzicht zelf geld scheppen bepalen zij ook voor wie en voor welke doeleinden dat geld beschikbaar komt: zonnecellen of olieboortorens? Een groeiend deel van het nieuwe geld bereikt echter nooit de reële economie, het blijft in het financiële circuit hangen. Daar valt nu eenmaal sneller winst te halen dan met het langdurig financieren van een leuk nieuw restaurantje, een boekwinkel of een kleding-atelier.
De afspraken en handelswijze met betrekking tot geld en schuld zijn bepalend voor de sociaaleconomische machtsverhoudingen in de samenleving. En die afspraken zijn niet vanzelfsprekend rechtvaardig.
10 ) Hoe heeft het zover kunnen komen?
De meeste centrale banken werden opgericht als private bedrijven die voor een koning geld creëerden, vooral om oorlogen te financieren. De meeste monarchieën hebben zich ontwikkeld tot democratieën, de meeste centrale banken zijn daarom tegenwoordig in publieke handen. Daarom zouden zij het publieke belang moeten dienen.
Nadat goudsmeden zich hadden ontwikkeld van muntslagers via geldbewaarders tot banken, ontdekten ze dat ze goed konden verdienen met het uitgeven van papieren ‘betaal-aan-toonder’ documenten (bankbiljetten), in het bijzonder als zij geen reële garantiewaarde in hun kluis hoefden aan te houden. In 1844 werd in het Britse parlement de ‘Banking Act’ aangenomen. Die verbood geldschepping door private banken. De Bank of England kreeg het alleenrecht om bankbiljetten uit te geven. Maar de banken vonden een geitenpaadje. Ze stopten met toonderbiljetten en vonden een andere geldsoort uit: banktegoeden.
Je kunt de geldhoeveelheid niet ongelimiteerd laten groeien zonder de waarde van het bestaande geld te ondermijnen (inflatie). Er is dus een regime nodig om geldschepping verstandig te regelen. De private banken hebben laten zien dat zij daartoe niet in staat zijn. Zij aarzelen geen moment om uit winstoverwegingen meer geld te scheppen dan goed is voor de samenleving. Maar zij zijn als instituties te cruciaal, groot, rijk en machtig geworden, ze laten zich niet corrigeren. Daarmee ontstaat naast de hoeveelheid nieuw geld in de economie ook een schuldenberg én groeit de collectieve renteverplichting. Want de banken eisen wel rente over het geld dat zij zelf met één druk op de knop laten verschijnen.
Vanaf ongeveer 1980 stopten banken de huishoudens vol met schulden. Op papier lieten de cijfers een robuuste economische groei zien. Maar in werkelijkheid ging het geld niet naar productieve investeringen maar stuwde het de huizen- en aandelenprijzen op. Maar bij de sporadische debatten over de schuldenberg wordt vooral gesproken over bezuinigingen op de publieke uitgaven. Dat is vreemd. De publieke uitgaven hebben de schuldenberg niet veroorzaakt. Die is veroorzaakt door de hoge private schulden, gecreëerd door het beleid van de banken. En juist die blijven buiten schot.
11 ) Wat nu?
Een groep economen van de Chicago School of Economics boog zich tussen 1933 en 1935 over de zich voortslepende bankencrisis na ‘De Grote Depressie’ van 1929. Ze stelden voor de banken het geldscheppingsprivilege te ontnemen en er een overheidsmonopolie van te maken. Er waren veel misverstanden rond hun plan. De bankenlobby heeft die onduidelijkheid uitgebuit. Het probleem was vooral politiek van aard: het zou tot een te grote verstoring van de gevestigde orde leiden.
Ook in 2010 slaagde de bankenlobby erin fundamentele hervormingen tegen te houden. De consensus werd dat het bestaande stelsel met vangnetten en toezicht moest worden gestut. Kritische economen waren zeldzaam want wie wetenschappelijk carrière wilde maken moest zorgen salonfähig te blijven. Activistische organisaties namen de strijdbijl op: Positive Money, Ons Geld, Monative, MoMo, American Money Institute.
De invoering van een ‘full reserve’ stelsel (100% bankreserve) zou bankruns elimineren, schommelingen in de economie afvlakken, de schuldenberg omlaag brengen, inflatie beheersen en een positief effect op de economische productie hebben. Maar: veel bankiers wisten zelf niet eens dat ze voor een geldscheppende instelling werkten. Er is een afdeling hypotheken, een afdeling die de boekhouding doet, een schatkistbewaarder maar er is géén afdeling geldscheppen. En ze vinden dat je geldschepping niet aan de overheid moet overlaten en wijzen daarbij op de monetaire crisis tijdens de Weimar republiek. Die inflatie zou gecreëerd zijn doordat de overheid, heel onverstandig, de geldpers op volle toeren had laten draaien. Dat de Duitse economie in de Weimar-periode geteisterd werd door onhoudbare hoge oorlogsschulden wordt daarbij niet genoemd, noch de dubieuze rol van de geprivatiseerde centrale bank. Hun laatste argument: we kunnen niet met zekerheid stellen dat de geopperde alternatieven beter zullen zijn. Zo houdt de status quo een oplossing tegen.
12) Digitale oplossingen?
Het idee van een door de staat uitgegeven cryptomunt, NLCoin of Fedcoin, sloeg in het westen niet aan.
Het enige land waar de overheid i.v.m. crypto wel in actie kwam is China. Alibaba en Tencent creëerden hun eigen betaal-applicaties. De Chinese regering trapte niet op de rem maar zette de centrale bank aan het werk om de mogelijkheden van een digitale yuan te onderzoeken.
Westerse centrale banken geven naast fysieke euro’s wel degelijk ook digitale euro’s uit. Maar die zijn, als centralebankreserves, alleen beschikbaar voor banken, niet voor particulieren of bedrijven. Technisch is het mogelijk om voor elke Europeaan een rekening bij de centrale bank te openen. Die zou dan, om de economie te stimuleren, alle rekeninghouders rechtstreeks geld kunnen overmaken (Helikoptergeld). Dat zou door de bevolking grotendeels direct besteed worden en niet op de spaarrekening worden gezet. Banken potten het geld wel op waardoor het stimulerend effect op de economie wegvalt.
Ook initiatieven van de stichting Ons Geld en het theatergezelschap De Verleiders lopen stuk, onder meer op onkunde van de Nederlandse parlementariërs en de starre houding van de beslissers binnen het bestaande bankensysteem. Bovendien moet er meer op Brussel gefocust worden. Over de toekomst van ons geldstelsel wordt niet meer in Nederland besloten.
13) De unieke positie van de Europese Centrale Bank (ECB)
In 2008 brak de financiële crisis wereldwijd uit. In Amerika greep de Fed meteen in. Ook in Engeland nam de centrale bank maatregelen. Maar de ECB?
De eurozone heeft een verdrag over de muntunie. Daarin is een verbod opgenomen over ‘monetair financieren’ (afgedwongen door Nederland en Duitsland). Het verbod moest de Zuid-Europese landen dwingen tot meer begrotingsdiscipline. Omdat alle landen in de eurozone hun eigen valuta hebben afgedankt kunnen zij hun munt niet meer devalueren of revalueren en hebben zij daarmee hun monetaire soevereiniteit verloren. Het land kan dan alleen nog terecht op de private financieringsmarkt.
Voor de eurozone ging de ECB over tot Quantitative Easing (QE): het opkopen van staatsobligaties. De ECB betaalt deze aankopen door nieuw centralebankgeld te creëren. Dit geld komt als bankreserves terecht op de rekeningen die commerciële banken bij de centrale bank aanhouden. De ECB neemt het besluit, de nationale centrale banken voeren het uit. Daardoor nemen de reserves in het banksysteem toe.
De ECB had nu wel noodleningen verstrekt maar niet de probleemportefeuilles overgekocht. Banken bleven terughoudend met kredietverlening. Maar zonder monetaire financiering hadden veel nationale overheden niet het budget om de banken van hun probleem te verlossen. En private partijen (pensioenfondsen, verzekeraars, hedgefondsen, speculanten én de banken zelf) vroegen ondertussen almaar hogere rentes. De Noord-Europese landen wilden niet bijspringen, de eurocrisis was geboren.
De Europese economie had een boost nodig. Maar landen konden hun munt niet devalueren. Juist in de armste landen raakte de economie steeds meer in het slop. Belastinginkomsten liepen terug waardoor private financiers nog minder geneigd waren staatsobligaties te kopen. Voor een aantal landen (Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje, Italië) werden de rentelasten onhoudbaar.
De EU zag zich genoodzaakt in te grijpen. Maar de daadwerkelijke geldstromen die op gang kwamen vloeiden vooral terug naar de eigenaren van de staatsobligaties, vooral noordelijke banken. De EU dwong ondertussen bij de meest getroffen landen keiharde bezuinigingen af, miljoenen Europeanen zakten weg in armoede. (en eurogroep voorzitter Jeroen Dijsselbloem verweet de zuidelijk landen EU-geld te besteden aan drank en vrouwen en dan nu hun hand op te houden).
14) Whatever it takes …
Mario Draghi, president van de ECB deed op 26 juli 2012 een psychologisch belangrijke uitspraak. ‘Within our mandate, the ECB is ready to do whatever it takes to preserve the euro. And believe me, it will be enough’.
Draghi had een geitenpaadje gevonden om dat te doen wat nodig was voor de euro, zonder het muntunieverdrag (volgens de letter van de wet) te schenden (maar wel volgens de geest van de wet). Over de vraag of het ook gepast was wat de ECB deed waren de meningen verdeeld, maar alles was beter dan dat de eurozone uiteenviel.
Tegelijk werd duidelijk dat de ECB eigenlijk te weinig instrumenten had en dat de structuur van de eurozone niet bestand was tegen crisissituaties.
Dit boek laat je echt anders kijken naar je euro’s op je bankrekening. Gaat inhoudelijk diep in op de architectuur van ons geldstelsel, hoe ons geld echt werkt en hoe het anders kan. Bizar hoe weinig kennis de politiek, overige besluitvormers en ik zelf heb/had over deze kwestie!
De werking van ons geldstelsel heeft enorm veel invloed op ieders dagelijks leven, negatief. De werking ervan is zo ingewikkeld dat niemand ziet dat het een serieus probleem is, politici evenmin. Stap 1 is het informeren over geldschepping, private en publieke banken, digitale munten en de invloed van tech-miljardairs. Daar slaagt dit boek erg goed in.
Dit boek laat zien dat het systeem niet eerlijk in elkaar zit. Tegelijkertijd schetst het genoeg eerlijker alternatieven.
Dit boek is zo ontzettend goed geschreven. Ik heb absoluut geen verstand van de economie of financiën, maar ik wilde graag weten of de al maar groeiende vermogensongelijkheid in de wereld onomkeerbaar is, want het is een hele beangstigende ontwikkeling waar maar geen ontkomen aan lijkt te zijn.
Ik heb zoveel geleerd van dit boek. Ik wist niet dat banken geld “scheppen” en hoeveel macht ze hierdoor wel niet hebben. Het boek nam je mee in een narratief van NGO’s Ons Geld en Positive Money die het geld systeem durfden te bevragen. Echt bizar dat dat eigenlijk zo weinig gebeurt. Meeste leken zoals ik weten geeneens hoe ons monetaire systeem werkt, maar dat mensen met een achtergrond in economie of mensen die in de financiën werken de status quo ook als “in steen gebeiteld” beschouwen is echt absurd eigenlijk. We weten toch allemaal dat mensen de regels over geld creëeren? Dat politici zich hier niet op richten zou me ook moeten verbazen, maar dan geef ik ze teveel credit. Door het verhaal van Ons Geld en Positive Money werd duidelijk wat nou precies het probleem is, wat een mogelijke oplossing, wat die oplossing in de weg staat en waar we nu staan.
Oplossingen zoals de CBDC en het ontnemen van het geldscheppingsprivilege van banken en full-reserve banking waren er dus al heel lang (Chicago plan komt uit 1933!) en terwijl ik de ontwikkelingen tussen 2011 en 2016 las, toen dit onderwerp in de politiek aan bod begon te komen, begon het bij me te dagen dat al die moeite en al dat onderzoek en al die discussies niet hebben geleid tot datgene waarvoor gepleit werd. Er is in 2026 geen digitale euro en het sparen en krediet zijn nog altijd niet gescheiden van elkaar.
Het is erg moeilijk om “radicale” verandering teweeg te brengen. Maar het helpt zeker niet dat het probleem dat in dit boek uiteen wordt gezet best moeilijk te bevatten is. Veel mensen weten niet hoe het monetaire systeem werkt en ik denk ook dat veel mensen denken dat als er een beter alternatief was, dat die al bewerkstelligd zou zijn. Maar zo werkt het gewoon niet. De partijen die baat hebben bij de status quo zullen er alles aan doen om verandering tegen te gaan. Ik heb gezien hoe dat gaat met regulering van Big Tech en het lijkt niet anders te zijn bij Big Bank. Het komt altijd neer op geld. Dat is waarom een boek zoals deze zo belangrijk is. Zodat mensen weten hoe ziek het systeem is en dat het écht anders kan (en moet!).
Het is in dit boek allemaal erg goed uitgelegd en ik ben ook met mensen om me heen hierover gaan praten. Ik hoop dat meer mensen dit boek gaan lezen en zich gaan verdiepen in deze problemen. Ik snap zeker niet alles, maar ik weet nu zoveel meer dan eerst. De wisselwerking tussen publiek en privaat geld en de consequenties ervan zijn me een stuk duidelijker geworden.
Ik heb echt respect voor Thomas Bollen die dit allemaal zo toegankelijk heeft gemaakt.
Leuk boek, maar vraag me af of de narratieve structuur de boodschap van de tekst ten goede kwam. Ik moest op een paar technische punten toch Google erbij pakken. Meest verbazingwekkend was het volgende waargebeurde scenario: Er is te weinig inflatie, dus de ECB besluit staatsobligaties van bank X over te nemen. Doordat er meer vraag naar staatsobligaties ontstaat, stijgt hun prijs en daalt het effectieve rendement. Omdat staatsobligaties als veilige belegging maatgevend zijn voor veel andere rentes, dalen ook de rentes op andere leningen. Lenen wordt goedkoper, bedrijven investeren meer en consumenten geven meer uit. Hierdoor krijgt de economie een mooie slinger 👍 Wanneer de inflatie vervolgens stijgt, verhoogt de ECB de beleidsrente om de prijsstijgingen af te remmen. Deze beleidsrente is de rente waartegen banken centralebankreserves van de ECB mogen lenen en bepaalt in grote mate de andere rentes in de economie. Een hogere beleidsrente maakt krediet dus duurder. Omdat bank x centralebankreserves heeft gekregen van die keer dat de ECB spulletjes van ze kocht betekent deze verhoging van de beleidsrente dus tegelijkertijd dat de ECB rente moet betalen aan bank x over die reserves. Gelukkig heeft de ECB die spulletjes (staatsobligaties) nog - zou je denken. De rente die de ECB ontvangt over die obligaties kan snel lager zijn dan de rente die ze moet betalen aan bank x. Oftewel: ze verdient minder op haar activa dan ze moet betalen op haar passiva waardoor ze verlies lijdt 👎 Nu denk je: boeie, wat moet ik met al die moeilijke woorden. Nou, dit cadeautje aan banken heeft de ECB in 2023 blijkbaar 127 miljard gekost. Dat is 360 euro per EU burger. In 2024 ging het nog eens om een vergelijkbaar bedrag. Mede hierdoor haalde veel banken in 2023 een winstrecord, om dat in 2024 te verbreken!! ‘Okeee, boeie, ik ben de ECB niet’ - ik hoor het je denken. Maar dat verlies wordt verdeeld over de nationale centrale banken (De Nederlandsche Bank, de Bundesbank etc.) en moet dus rechtgetrokken worden met publiek geld! Normaliteit maakt een centrale bank winst (over die beleidsrente die commerciële banken betalen) en vloeit dat naar de staatskas. Nu dus niet en maakte de commerciële bank enorme winst! Jammer. Balen.
Een boek waarvan ik zou willen dat ik het eerder had gelezen. De auteur probeert een ontzettend ingewikkeld onderwerp toegankelijk te maken. Het is een overtuigend verhaal, al blijft het lastig om het gevoel te krijgen dat je het écht snapt. Desondanks hierbij mijn poging tot een bulletgewijze samenvatting: - Sinds de geldinjecties om de coronacrisis te lijf te gaan, zijn de miljardairs van de wereld bijna dubbel zo rijk geworden. Meerdere banken behaalden in de afgelopen jaren hun hoogste winstmarges ooit. Niet omdat ze betere diensten leverden, maar omdat geld geprivatiseerd is. Geldschepping door de ECB kan slechts via financiële instellingen bij burgers terecht komen, waardoor er veel aan de strijkstok blijft hangen - Overheden dragen actief bij aan de steeds extremere de-nivellerende werking van het financiële systeem, waarin de rijken steeds rijker worden. Banken die risicovolle financiële producten leveren, die vooral door de rijken gebruikt worden, worden keer op keer 'gered' met belastinggeld, soms zelfs volledig (ieder tegoed, onbeperkt). Dit betekent dat de eerdergenoemde rijken volledig risicoloos risico's kunnen nemen om geld te verdienen - Waarom is dit zo? Omdat het systeem zo complex is dat het lastig te veranderen is; omdat commerciele bankiers een onevenredig grote invloed hebben op de monetaire politiek; omdat veel samenlevingen een 'ik wantrouw de overheid' onderbuik hebben die niet helpend is bij dit probleem - De oplossing volgens FTM en de vele bronnen die ze raadplegen? Hoofdzakelijk: een digitale euro uitbrengen voor iedereen, die op een ongelimiteerde betaal en spaarrrekening van de ECB staat waar rente op kan worden ontvangen. Zo'n systeem geeft veiligheid en stabiliteit voor gebruikers; draagt bij strategische autonomie t.o.v. VS en China; en biedt de mogelijkheid van efficiënte en eerlijke directe monetaire interventies.
3,5 Een interessant en toegankelijk boek voor iedereen die de wereld van geldschepping en banken beter wil begrijpen. Het meest was voor mij bekend - hij legt het over het algemeen goed uit met slechts een paar kleine fouten. Bollen is kritisch over de rol van banken in ons systeem en hoe makkelijk zij geld kunnen verdienen. Dit zijn belangrijke vragen en zet de lezer aan het denken, daarmee is het boek een goede start voor debat.
Groot minpunt: Het boek blijft extreem vaag over de 'oplossing'. Hij verwijst veel naar boeken en papers over full reserve banking, maar geeft geen inzicht in hoe het financiële systeem als geheel er dan uit ziet en hoe de kredietverlening en monetaire transmissie werken. Hij suggereert dat de mensen die hij aan het woord laat het allemaal hebben uitgedacht, maar zonder dit op te nemen in het boek is het incompleet.
Kleine minpunten: - Klassieke opbouw van een journalist: we volgen zijn ontdekkingstocht en een aantal personages (voor de menselijke invalshoek) in plaats van een coherent verhaal waar de theorie netjes uiteen wordt gezet. Dit zorgt voor een relatief lage informatiedichtheid en minder duidelijkheid over wat de stelling is. - Er wordt veel kritiek op een hoop geveegd. Zo gaat het veelvuldig over de partijen waar banken krediet aan verstrekken, terwijl dit weinig met het financiële systeem te maken heeft. Oliebedrijven kunnen goedkoop lenen omdat ze veel winst maken. Voor private equity in de kinderopvang geldt in feite hetzelfde. Daar kunnen we zeker wat van vinden, maar gaat voorbij aan de kern van het boek. Banken zijn immers private partijen die krediet moeten uitgeven aan ondernemingen die dat terug kunnen betalen.
Ik las dit boek n.a.v. het gelijknamige debat in Arminius Rotterdam in januari 2026 waar Thomas Bollen één van de sprekers was. Ik was geïntrigeerd door de discussies die avond maar begreep toch nog niet zo goed waar die digitale euro nou precies de oplossing voor was.
Dit boek van Bollen biedt uitgebreid antwoord op die vraag. Bollen vertelt (wmb iets te) uitgebreid over de ontstaansgeschiedenis van diverse geldhervormingsclubs in Nederland en daarbuiten en hoe die zich al jarenlang inspannen om het publiek, de politiek en de centrale banken te overtuigen van de problemen in ons huidige geldstelsel en de mogelijke oplossingen daarvoor. Maar vooral hoe ze daarbij stelselmatig worden tegengewerkt door de lobby van de commerciële banken, die zich bedreigd voelen in hun winstgevendheid en daardoor met valse argumenten politici en centraalbankiers lang wisten te weerhouden van het doorvoeren van wijzigingen aan ons geldstelsel.
Zelfs nu de digitale euro - uitgegeven, beheerd en gedekt door de ECB - er dan toch echt komt, is het de banken (vooralsnog) gelukt om de bruikbaarheid te beperken door een laag maximum saldo dat een burger aan digitale euro’s kan aanhouden en een rente van 0% op die tegoeden. Daarmee verliest de digitale euro feitelijk de spaar-/bewaarfunctie (en ook deels de betaalfunctie) die zo hard nodig is als alternatief voor banktegoeden bij commerciële banken. Hopelijk zijn deze beperkingen van korte duur en kan de digitale euro zich als volwaardig geld ontwikkelen.
Elke Nederlandse burger zou dit boek moeten lezen. Dat zal waarschijnlijk niet gebeuren, maar ik hoop in ieder geval dat onze volksvertegenwoordigers het boek wel lezen. Bollen betoogt op overtuigende, maar niet altijd even leesbare wijze dat we als burgers de politieke macht op ons geldstelsel moeten terugpakken. Een paar eye-openers:
1. Het is niet de ECB die geld creëert, maar het zijn de banken zelf. Het onderliggende ECB systeem wordt 'slechts' gebruikt zodat banken met elkaar onderling kunnen afrekenen. 2. Banken creëeren geld door uit te lenen aan klanten. Ze lenen meer uit dan ze daadwerkelijk in deposito's hebben gekregen van spaarders. Hierdoor vallen banken makkelijk om bij een 'bankrun'. Volgens de huidige regels hoeft een bank maar 1% in kapitaalreserves aan te houden... Dit systeem heet fractional-reserve banking. Het alternatief waarbij 100% in kapitaalreserves wordt aangehouden heet full-reserve banking. 3. Verandering wordt systematisch tegengehouden door de bankenlobby bij de ECB, die bovendien veel meer invloedt heeft op de besluitvorming dan andere partijen. Economen laten echter zien dat een full-reserve banking meer stabiliteit en zelfs meer groei oplevert. 4. Een full-reserve bank kan op het moment niet bestaan door een combinatie van ongunstige regelgeving en perverse incentives. De digitale euro, die potentieel een publieke tegenhanger kan zijn, wordt flink ingeteugeld door de bankenlobby. 5. Schaduwbankieren wordt veelvuldig toegepast om alsnog buiten de Basel-III regels om te lopen.
8:31 PM Thomas Bollen's Geld genoeg, maar niet voor jou describes the ramifications of the privatisation of wealth creation - which sounds incredibly technical until you are about twenty pages in and realise it is actually about why the system is structured to ensure there is always enough money, just reliably not for you.
Bollen does a genuinely good job of making the arguments understandable, which is harder than it sounds for a topic this abstract. The book reads as part political manifesto, part thriller whodunnit: following the money in ways that make the mechanisms of modern finance feel less like neutral plumbing and more like a series of choices made by specific people in specific interests. The privatisation of money creation, the role of commercial banks, the way wealth generation has been structurally decoupled from broad social benefit: these are presented not as inevitable features of capitalism but as decisions that could have been made differently and could still be.
It is not the definitive book if you want to fully understand the complexities involved. The accessibility that makes it readable also means it carries its arguments in a less schematic way than I would've preferred. But I came away thinking this is a terribly important topic - one that governs our economic system, our collective wellbeing, and the health of our democracy - and that most people have no framework for thinking about it at all.
Private banken hebben zich het recht toegeëigend om digitaal geld te scheppen. De risico’s an het bankieren worden gedragen door de maatschappij, de winsten zijn voor de aandeelhouders van de private banken.
De centrale banken zouden deze rol moeten hebben en de bank voor het volk en het mkb moeten zijn. Maar het geldsysteem en het monetair beleid werken precies omgekeerd zoals je zou willen. Het geld gaat naar de rijksten en stroomt naar de rijksten. Hoe meer geld, hoe goedkoper je kunt lenen en hoe minder nuttigs ermee gedaan wordt. Het meeste gaat naar fossiele industrie en luxe goederen.
Er zit niet alleen niemand in de cockpit die begrijpt wat er in het vliegtuig gebeurt, zoals Joris Luijendijk in zijn boek “Dit kan niet waar zijn” uit de doeken deed en banken zijn nog steeds “too big to fail. Maar ze zijn ook nog eens “too many to fail”: ze zitten zo ‘interwoven’: door elkaar heen gevlochten van onderlinge leningen en afhankelijkheden dat een bank als die in Sillicon Valley niet kan vallen door de druk van miljardairs met veel volgers en vriendjespolitiek en machtige mannen met goede connecties en druk van andere banken.
Als iedereen dit weet en snapt kunnen we het veranderen, want de oplossingen liggen klaar.
Helaas zorgt de bankenlobby er volop voor dat we het er niet over hebben. Onder het mom van promotie van stabiliteit van het geldsysteem.
Trap er niet in!
This entire review has been hidden because of spoilers.
"Ik heb me er lang over verbaasd dat er nauwelijks politieke aandacht is voor geldschepping. Dat thema raakt immers aan bijna alle grote problemen van deze tijd: groeiende ongelijkheid, onbetaalbare woningen, financiële instabiliteit, de privatisering van essentiële publieke diensten, monopolievorming, uitputting van grondstoffen en de planeet, het verlies van strategische autonomie op het wereldtoneel, de slinkende democratische zeggenschap over de koers van onze samenleving."
wtf is geldschepping en hoe bedoel je dat de economie geen exacte wetenschap is?
geld is echt een fuckjng saai onderwerp waar je liever niet over nadenkt maar dat is precies wat banken en technocraten hopen, zodat ze door kunnen gaan met hun lobbys om hun eigenbelang te bewaken
kankerbanken
dit boek neemt je mee in de tot zo ver gefaalde david vs goliath strijd van allerlei partijen om het geldsysteem te fixen (het heeft namelijk grote problemen). ik zal het maar verklappen, er liggen al decennialang oplossingen en de technologie is er inmiddels ook. maar bankenlobbys zijn steeds weer geslaagd in het voorkomen van de implementatie van deze oplossingen
overigens heb ik ook veel geleerd over hoe lobbys werken en ik raad dit boek aan om je bewust te maken en mogelijk voor te bereiden voor wanneer de volgende crisis komt. dan weet je tenminste ook waar het aan ligt dat je leven opeens verneukt is en wat de oplossingen zijn. want "Om maatschappelijke verandering te realiseren lijkt timing essentieel te zijn: je moet de tijdgeest mee hebben -- maar momentum ontstaat vaak door gebeurtenissen die je niet in hand hebt en moeilijk kunt voorspellen". dus als het momentum weer er is is het chill om voorbereid te zijn!!
nog wat toonaangevende quotes:
"Terwijl geld vrijwel gratis is voor wie het al heeft en kredietwaardig is, is het niet beschikbaar voor mensen zonder geld."
"Decennialang hebben we financiële markten steeds speculatiever laten worden, en steeds minder verbonden met de echte economie en echte mensen. De arbeids- en middenklasse zijn gedesillusioneerd, omdat het geldstelsel alleen voor de machtigen werkt. Dat heeft de deur opengezet tot populisme."
Dit boek is geschreven in een stijl die je tegenwoordig wel vaker ziet in non-fictie: de auteur probeert niet direct het onderwerp uit te leggen, maar vertelt chronologisch zijn eigen ontdekkingstocht omtrent het onderwerp, en voorziet daarbij gaandeweg —bijna terloops— ook de lezer van informatie over het onderwerp. Waarschijnlijk wordt dat gezien als toegankelijker dan een rechttoe rechtaan vertelling. Ik ben over het algemeen niet zo'n fan van die stijl, maar hij wel uitstekend uitgevoerd. Desalniettemin heb ik nog steeds niet het gevoel het geldstelsel nu echt te doorgronden, wat mij betreft had er meer diepgang en detail ingekund over de werking van het systeem. Jammer, want Bollen maakt wel duidelijk dat het van groot en onderschat belang is. Ik ben dan ook nog niet helemaal overtuigd dat full reserve banking (of het prachtige Duitse Vollgeld) echt beter is dan het huidige fractional reserve banking. Of heeft de lobby van de bankiers indirect ook mij te pakken gekregen?