Michaël Zeeman was de grootste en productiefste Nederlandse essayist en cultuurcriticus van zijn generatie. Hij was dichter en schrijver, journalist en tv-maker.
Tegelijk was hij, bij alles wat hij deed, controversieel. Hij was een man van uitersten, van vrienden en vijanden, van vriendinnen en verbroken relaties. Hij had niet zozeer de lach als wel het schandaal aan zijn kont hangen.
Dit is een boek over Michaël in al zijn facetten. Het zal gaan over zijn wonderlijke belezenheid en zijn betoverende boekenliefde, over zijn kwetsbaarheid en zijn tederheid, maar ook over zijn gekwetstheid en zijn woede, zijn angsten en zijn wreedheid.
In alles ben ik groot leest als een schelmenroman. Het leven van Michaël Zeeman was lezen, zijn lezen was schrijven, zijn schrijven schandaal. Elke minuut ervan was boeiend.
Willem Otterspeer (1950) is historicus en biograaf. In die laatste hoedanigheid legde hij grote belangstelling aan de dag voor controversiële figuren als de filosoof Bolland en de schrijver W.F. Hermans. Zijn nieuwe schelm vond hij dicht bij Michaël Zeeman was lange jaren zijn beste vriend.
Ik heb Michaël Zeeman gekend. Behoorlijk goed zelfs. Als student Culturele Studies/Publicistiek aan de UvA volgde ik in 1997-1998 een reeks schrijfcolleges van hem, die op mij van beslissende invloed waren. Ik stond in die tijd op het punt het bijltje erbij neer te gooien. Bij Michaël was het eindelijk voorbij met de vrijblijvendheid: hij pakte ons keihard aan, er sneuvelden een paar studenten - hij maakte iets in me los.
Ik vroeg hem of hij mijn stagebegeleider wilde zijn, wat hij tot mijn verbazing wel wilde, en na mijn stage begeleidde hij ook mijn afstudeerscriptie. Door die laatste fase sleurde hij me heen met een liefdevolle hardheid waarvan ik me afvroeg: waar verdien ik het aan. Hij liet me bij hem thuis komen, las me de les, nam me meermaals mee uit eten, tot ik de vraag maar eens expliciet stelde: waar verdien ik dit allemaal aan, want hij ontfermde zich niet zo vaak op die manier over studenten (in elk geval niet over mannelijke).
Zijn antwoord, heel ernstig: "Jij kunt schrijven. Of nee, dat zeg ik verkeerd: je kunt nog niet schrijven, maar je kunt het wel leren." Hij zei ook dat hij, toen hij me zag binnenstappen, kon zíen dat ik teleurgesteld was over Culturele Studies tot dan toe, en dat ik dolgraag aangepakt wilde worden. Dat had hij scherp gezien.
Nog voor mijn afstudeerscriptie was goedgekeurd, wees hij me erop dat er een popjournalist vertrok bij de Volkskrant. Hij wist dat ik wilde schrijven over 'die onzin' (Michaël had niets met pop) en vond dat ik bij de kunstredactie van de krant aan de slag moest. Ik werd gekozen, was door het dolle - en werd vervolgens hardhandig op mijn plek gezet door Michaël: niet denken dat je er al bent, dit is een grote krant, nu is het menens, stel me niet teleur, want als je nu niet serieus gaat leveren, ben je na een korte proeftijd weer weg.
In mijn eerste Volkskrant-maanden belde hij me af en toe, liet hij me af en toe naar zijn huis aan de 'Nic Wits' komen, schreef hij me een keer een brief en nam hij me nog twee keer mee uit eten. Praten. Over de krant. Over het wereldje. Over schrijven.
Ik ben door hem uitgekozen, aangepakt, door elkaar gerammeld en afgebeuld, maar ook: opgetild, omhelsd, geknuffeld, aangemoedigd. Ik zal dat nooit vergeten en ben hem, 16 jaar na zijn veel te vroege, tragische dood, nog altijd diep dankbaar. Ik ben nu even oud als hij toen hij stierf, 50, een absurd idee.
Tot zover de persoonlijke inleiding. Wie dit als een ‘how can I make this about me’ wenst te duiden, gaat zijn gang maar. Dan begrijp je het verschil tussen een ‘HCIMTAM’ en een dankbaar, persoonlijk saluut niet - en ach, dat vind ik lamentabel.
Dan nu: het boek.
Ook toen onze levens elkaar kort kruisten, kende ik natuurlijk de verhalen over de twee grote affaires die Michaël aankleefden. Otterspeer benoemt ze vrijwel direct: het stelen van boeken en het slaan van vrouwen. De biograaf beperkt zich, anders dan de meeste anderen, tot wat over deze kwesties vaststaat - en dat is niet zo veel. De boekenzwendel bij De Tille in Leeuwarden is grondig onderzocht, jarenlang, maar veroordeeld werd hij niet. Vrouwen slaan? We weten het niet. Ik in elk geval niet. Otterspeer ook niet, zo lijkt het. Ik weet wel dat Michaël een man van vele vrouwen was.
Belangrijker, voor mij, is dat ik Michaëls genereuze kant heb leren kennen (ook díe was in zijn warmbloedigheid trouwens genadeloos; je moest tegen een stoot kunnen, figuurlijk dan) en dat deze biografie, geschreven door een vriend, recht doet aan de complexe figuur die hij was, zoals ik hem (een klein beetje) heb leren kennen.
Natuurlijk zocht ik (zonder mijn naam te verwachten, uiteraard) naar 'mezelf' in het boek. In één passage voelde ik heel even mijn eigen nabijheid: de tijd waarin hij (min of meer gelijktijdig) diepe vetes uitvocht met Theo van Gogh, Joost Zwagerman én Connie Palmen, dát was de tijd waarin hij ook de 23-jarige snotaap Menno onder zijn vleugels had. Michaël praatte veel over die vileine polemieken: lacherig, superieur, hij wekte graag de indruk dat hij er mijlenver boven stond, maar tegelijkertijd raakte hij er niet over uitgepraat. Hij was er toch ook kinderlijk trots op.
De kritiek op deze biografie die ik in de kranten las, had vooral betrekking op het feit dat Willem Otterspeer een vriend van Michaël is. Kort gezegd: deze biograaf zit er te dicht op. Ik vind dat je Otterspeer daarmee tekort doet. Uiteindelijk vind ik de insteek (een zoektocht naar een vriend die je nooit helemaal kunt kennen) juist erg goed. En ontroerend. Een eerlijk portret van de schelm, zoals hij Michaël noemt.
Ik ben door Michaël 'aangeraakt' (zowel letterlijk als figuurlijk). Ik heb een vaderlijke duw in de rug van hem gekregen - en ik voel hem nog steeds, het was een voor mij cruciale tijd. Michaël was, inderdaad, in alles groot en dat gaf zijn aanwezigheid in je leven iets heel imposants.
Het maakt mij misschien een niet-objectieve lezer, zoals Otterspeer een niet-objectieve biograaf is. Dat is dan maar zo, ik heb geen ander perspectief te bieden. Ik kan alleen maar zeggen: prachtig boek, het doet Michaël recht.
(3.5) De schelm Michaël Zeeman. Ik wist vrijwel niks over hem voordat ik deze biografie las. Toen ik hoorde over zijn angstaanjagende belezenheid en dominantie binnen de literatuurkritiek van Nederland, was ik oneindig geboeid.
Hij was blijkbaar ook een onmogelijke collega, bij vlagen simpelweg een onmogelijk mens. Altijd iedereen intellectueel staven en, wanneer je niet voldeed, je de les lezen. Daarentegen, als je de biograaf mag geloven, had hij naast gevoel voor kleineren, een nóg groter gevoel voor vriendschap. En ook al is de biograaf een van zijn beste vrienden, ik geloof hem meteen.
Ik heb er wel respect voor. Zo'n literaire gretigheid aan de dag leggen dat niemand binnen het literaire discours om je heen kan. Groot was hij zeker. Toch was zijn leven een mislukking volgens hem en wilde hij, vlak voor hij veel te vroeg stierf, het opnieuw doen. Nu, met de kennis die hij had opgedaan, dacht hij wél te weten hoe het moest.