Peter Verhelst kwam op de autosnelweg in botsing met een vrachtwagen. Hij ging drie keer over de kop en overleefde op miraculeuze wijze. In de luttele seconden van de crash ontstond een scheur in tijd en ruimte. In zijn nieuwe roman beschrijft hij de plekken en tijden waar hij tijdens het ongeval een glimp van opving. De kunst van het crashen wordt aangekondigd als "een volstrekt originele roman, een tour de force vol verhalen-in-verhalen".
eigenlijk ****(*) Wat een trip, wat een taal. Gevoelens die voor mij gaan van de zwarte ondergrondse, van verzet, naar angstdromen, naar vechten, gevaar. En dan een herkennen van een voorgeborchte (limbo in het engels - het lijkt een dans) waar je wacht op wat komt of niet komt, waar de tijd stil staat. Hoe langer je dit boek leest, hoe helderder alles wordt, hoe witter,hoe meer alles wat eerst ogenschijnlijk geen zin had, in elkaar past, net als de radars van de klok in het ouderlijke huis. De andere realiteit maakt plaats voor leven, leven, leven, het laatste leven. Prachtig boek - ik heb vooral in de laatste delen veel aangeduid.
This is a Dutch book from a well known Flemish author. There's no translation, but you can translate it as 'The art of crashing'. It's one of my two books that I got from the author, signed after visiting a lecture of him. The book starts with the car accident he got a couple of years ago. He describes it very detailed, like: 'I saw the fibres of the airbaig. They were very white and all shaped in a V - form that fit in each other'. From that point, he lost a couple of seconds of his memory. Those missing secinds are the start of a couple of stories. At first they don't have to do anything with each other, but then, slowly, the radars in the reader's brain start to work and see that in one way or the other, the stories fit in each other, as absurd or weird it can be. The seconds that are missed, come together in the fictional island 'Sandy', where people live that in a sort of 'limbo', not knowing what happened to them, what their story/name is, ever searching, ever waiting... Translating the book wouldn't do any good, because the author is an artist with words, thoughts, pictures... It's not the easiest book, but given time to it to read it, it's a gem.
‘Ik herinner me dat de man die me uit mijn auto hielp vroeg: ‘Zijn er passagiers?’ En dat ik zelf twee keer in het wrak ging kijken, totaal ontredderd, hoewel ik zeker wist dat er niemand anders was… Overmand was ik door een ondraaglijk verdriet voor geliefden die niet gewond waren, niet gestorven: fantoompijn voor iets wat ik niet had verloren. Iemand die ik niet heb verloren. Verdriet, die vacuümverwekker. Een luchtledige lob in de vorm van eiland Sandy. Verdriet dat een ding wordt, verhardend tot pit.’
"Schilderen met woorden", zo zou je het kunnen noemen De kunst van het crashen, een auto-ongeval dat je inzicht geeft in jezelf, in de wereld en "tussentijd" en dit alles aan de hand van een heleboel verhalen. Het boek leest wel vlot maar de samenhang is niet altijd duidelijk. Na verloop van tijd draaien alle strengen in elkaar en krijg je stevig touw. Het deed me denken aan sferen van Peter Sloterdijk (van heel andere orde maar toch) en aan het multidimensionele werk en de fotografie van Philippe van Loocke (auteur van het wereldbeeld van de wetenschap). Over tijd, ruimte, multidimensionaliteit, eindigheid, kunst, liefde. Het boek vormt meer een aanzet tot denken over dan een echt literair werk. Maar toch, goed om lezen.
Dit boek leest net als een droom. Een droom die volledig samenvalt in mijn hoofd, in de kieren van de nacht, maar waar ik nooit de juiste woorden voor zou voor vinden in de ochtend. Slaat op niets en alles tegelijk. Tweede keer dat ik volledig omvergeblazen word door dit boek. Dit blijft hangen.
Peter Verhelst verstaat de kunst van het crashen én daar een prachtroman van te maken. Hier vind je mijn uitgebreidere recensie over De kunst van het crashen. Ook over de uitleg die Verhelst gaf over Zwerm in een lezing heb ik een blog gewijd.
Is het schilderen met woorden? Of is het fotograferen met taal? De beelden waarmee Verhelst je zijn sferen intrekt, geven bijna altijd aanleiding tot contemplatie, stilstaan voor de crash.
Mijn leesplannen volgen geen kalenderjaren en nemen minder ambitieuze proporties aan dan de weldoordachte voornemens van Melanie De Vrieze. En toch poog ik om geregeld boeken te lezen van Nederlandstalige auteurs waarvan ik nog nooit een boek las, al was het maar om onze boekensector te steunen – ja, ik koop nog alles op papier en neen, ik kan er niet van genieten om in bibliotheken rond te lopen. Zo ligt bijvoorbeeld Jeroen Brouwers op de stapel en kom ik bij ‘De kunst van het crashen’ van Peter Verhelst.
Vroeger in de klas was er altijd wel íemand die steeds zijn vinger opstak, zijn ronde brilletje over zijn neus verschoof en met veel zwier antwoordde op een vraag die niet eens werd gesteld. De slimste van de klas, die de moeilijkste woorden gebruikte om niets te zeggen, daarmee allemaal slimmigheid uitkraamde die er niet toe deed en die niemand verstond uitgezonderd de meester.
Die grootsprakerige slimmeriken zijn er ook in de literatuur. Peter Verhelst is zo iemand. Hij neemt je alweer mee op een hallucinerend zo bevreemdende ondergrondse trip vol gevaarlijke dieren en verborgen onaardse landschappen in een vloed van woorden* en pauzes en zinnen. Oreert tussendoor over de ‘tussentijd’ en de ontdubbeling van het lichaam, en fileert poëtisch de angst, de daad van het verzet en meer van dat diepzinnig fraais. Zoiets kan literaire meerwaardezoekers (liefst met baard en lorgnet) blind betoveren - of anders volledig koud laten. Ik behoor helaas tot de tweede categorie.
‘Tongkat’ heb ik nooit gelust, maar met ‘Zwerm’ herwon Verhelst bij mij weer krediet. Dat hij met dit werk weer volledig kwijtspeelt. Het zal ongetwijfeld allemaal prozaïsch bedoeld zijn en er zal na het langzame gepuzzel zeker ook een slimme plot in zitten - maar waar gáát dit werk in hemelsnaam over? Wat brengt het bij? Dankzij de NMBS (twee treinen met veel vertraging) en een regenachtig museumcafé met goede koffie heb ik dit boek op één dag uitgelezen. Nu ja, ‘uitgelezen’. Het leven is te kort voor onzinnige boeken, ik heb het plot niet eens afgewacht en het boek nog voor de laatste zestig pagina’s dichtgeklapt. Genoeg gecrasht vandaag.
Niks voor mij, sorry. Te gekunsteld, te ver gezocht, te gepuzzeld, te ongeloofwaardig, te magisch realistisch, niet authentiek genoeg. - Maar goed dat ik nooit de ambitie heb gehad om schoolmeester te worden.
*Tip: met een asterisk achter een woord verwijzen naar eindnoten op de laatste bladzijden waarin wordt uitgelegd wat een baobab is, een geelhoutboom of een hottentotvijg, zoiets haalt het leesritme alleen maar onderuit. Dat is toch écht niet meer van deze tijd? Of is dit een wetenschappelijke verhandeling of zo? Alstublieft, lieve schrijvers, stop daarmee, en snel graag!
Voor een literatuuropdracht van Nederlands las ik het boek “De kunst van het crashen” van Peter Verhelst. Zonder te weten wat me te wachten stond begon ik eraan op aanraden van mijn leerkracht. Een boek over een auto-ongeluk, je gaat wat fantaseren en bedenken waar het al dan niet over zou kunnen gaan. Wees maar zeker dat niks wat je je maar in je hoofd had gehaald in het boek voorkomt. Het is een roman waarvan je pas weet waar het ene hoofdstuk over gaat als je het volgende hebt gelezen, het is een verhaal dat je niet moet lezen maar beleven.
Mijn liefde voor het boek begon al bij het lezen van de voorflap. Ik heb een hele nacht waker gelegen door de zin: “De kunst van het crashen is een roman waarbij het geheel zo ontzettend veel groter is dan de optelsom van de delen”. Ik wist niet wat ik las. Op zo’n groot taalrijkdom was ik nog nooit getrakteerd en dan was het boek nog maar juist begonnen. Constant probeerde ik de link te leggen tussen de crash en het verhaal maar na enkele hoofdstukken begon ik te beseffen dat heel het verhaal gewoon de crash was. Voortdurend worden er gevoelens en gedachten omgezet in een volstrekt ander verhaal. Van het moment dat je beseft dat dit de hele insteek is van het boek begint het pas echt spannend te worden.
Het boek is op een prachtige manier geschreven en de levenswijsheid die erin zit is heel aanstekelijk. Je moet wel echt te vinden zijn voor deze stijl want anders kan het snel gaan vervelen. Dit begon ik op het laatste ook wel te vinden Daarom viel het einde me een beetje tegen. Veel verhaal zat er niet meer in maar de schrijver focuste hier vooral op het beschrijven en juist verwoorden van de crash. Het was echt wel zeer mooi maar misschien was ik er dan gewoon nog niet klaar voor.
Het is heel moeilijk om je in dit soort verhaaltrant te kunnen vinden. Als je echt een persoon bent die de schoonheid van de juiste worden kan inzien is dit boek op je lijf geschreven. Verwacht je een spannend en actie-verhaal dan moet je hier niet aan beginnen. Hoewel ik het soms iets te moeilijk vond om te volgen ben ik echt wel blij dat ik het boek gelezen heb, het was een hele ervaring.
Het begin, de interludes en het einde vond ik leuk, alles daartussen was naar mijn smaak te omslachtig/sfeermatig/roesscheppend.
Al zijn dat net enkele eigenschappen die een postmodern verhaal in essentie wil hebben. Causaliteit was hier geen drijfveer, maar simultane ervaringen (tussen moment van een autocrash en de aftermath) waren de actoren.
Natuurlijk is het wel een aanrader voor wie houdt van lange beschrijvingen van landschappen, dreigende situaties en potentiële wereldbeelden. Het is ook een aanrader voor lezers die graag en vlot tot structurele en metaforische inzichten komen. Maar dus niet voor mij.
Ik heb dit boek met moeite uitgelezen. Veel random flarden van tekst die niet altijd wat met elkaar gemeen hebben. Daarnaast prikkelde het lezen ook niet mijn nieuwsgierigheid om verder te lezen.
Dit is ongeveer het vierde of vijfde boek dat ik lees van Verhelst. Het is meteen ook prijs, het beste. Ronduit prachtig, haast meesterlijk. Het boek samenvatten lijkt me onzin.
Wat een bizar boek! Taaltechnisch heel mooi, inhoudelijk nog mooier. Hoe moet ik het omschrijven? Boeiend, verwarrend, bevreemdend en gelaagd. Maar toch ook in zekere zin herkenbaar, vertrouwd en rustgevend. Snappen jullie me nog? ;-)
Peter Verhelst heeft dit boek geschreven na een auto-ongeluk dat hij op de snelweg had. Hij is enkele seconden van zijn leven kwijt toen de airbags uitklapten. Boeken van Peter Verhelst zijn zelden gemakkelijk te lezen en het is dit keer niet anders. Magisch-realisme is zijn stijl en dat is niet echt mijn ding. Toch heb ik dit boek gelezen omdat ik het gewonnen had en van de auteur zelf ontvangen heb. De auteur beschrijft verdwenen/overleden mensen en dieren die ergens, op een eiland Sandy, samenleven. Er is een verhaal van een man met een oranje rugzak die een vliegtuigongeluk heeft gehad. Verder ook iets met een man die zich in een grot schuilhoudt om te proberen te ontsnappen aan uitgestorven mammoeten. Het is al bij al een raar verhaal, een beetje een samenraapsel van verschillende korte stukjes, met daar overheen nog wat schilderkunst gegoten omdat Peter Verhelst graag schilder had geworden, de opvolgen van Jan Van Eyck, dat leek hem wel iets.
Zonder twijfel het meest indrukwekkende boek dat ik de afgelopen jaren las. Vijf sterren is dus te weinig. Uitleg? Helaas heel lastig om te geven. De magisch-realistische stijl overweldigt zonder irritant te worden en sleept je mee door de dromerige werelden die de auteur tijdens zijn crash meemaakt. Mooie metaforen en prachtig taalgebruik. Het duurt even voordat je de samenhang in het boek doorkrijgt, en dat maakt de leeservaring interessant, zelfs verwarrend, want na verloop van tijd 'accepteer' je het gebrek aan merkbare structuur en laat je je gewoon meeslepen in deze stroom van gedachten, ervaringen en beelden.
Een roman over ongeloof. Of verbazing. Of de twee. Maar is het wel een roman? Voor mij is het tegelijkertijd poëzie, essay (over tijd en tijdservaringen, over de schilderkunst van Francis Bacon), een droom, een documentaire, een visioen... Prachtig en lijfelijk verteld.
Naar het einde wordt Peter Verhelst iets te sentimenteel naar mijn gevoel. Maar wie zou het hem kwalijk nemen na dat traumatisch auto ongeval. Dan wordt het moeilijk om zich niet te laten meeslepen door de emoties die trouwens ook helend kunnen zijn.
Wat bedwelmd bleef ik de eerste keer achter, na het omslaan van de laatste pagina. Om meteen weer opnieuw te beginnen bij de eerste zin van het boek, meegevoerd door de stroom van woorden, magische visioenen, de poëzie, de liefde. En zelfs heimwee, aan Sandy Island ...
'Dat iemand ons op een dag uit het gat van de tijd tilt om ons naar onze geliefden te dragen. Meer waarheid is er niet, onze geliefden.'
Dit boek had 100 pagina's korter kunnen zijn. Het las vlot en de schrijfstijl is bijzonder mooi en aangenaam, maar op zo'n 50 pagina's van het einde had ik toch genoeg van het 'gezwets' - excuseer mij dit waarschijnlijk barbaars zelfstandig naamwoord - over tijd, ruimte en de tussentijd/-ruimte van het crashen. Ik snap het nu wel al. 4 * voor de roman en schrijfstijl, maar het mocht van mij wat korter geweest zijn, dus 3.
Dit boek speelt als een film af voor je geestesoog. Prachtige beschrijvingen, die de chaos van gedachten tijdens traumatische gebeurtenissen heel mooi vervat. Zoals steeds leest een boek van deze schrijver als een impressionistisch schilderij.
Als ik ooit vijf sterren moet geven aan een boek dan komt dit echt heel aardig in de buurt! Zelf schreef ik een recensie over 'De kunst van het crashen' die omstreeks november 2015 verschijnt in "Jaarwerk 2015", het eerste jaarboek van de VWS.
Ik vond de opzet van het boek en vele stukken echt speciaal, maar het werd uiteindelijk een beetje too much.. Regelmatig moest ik mezelf aansporen om verder te lezen en geraakte ik compleet uit verhaal. Jammer.
Ik houd van de taal van Verhelst. Ooit las ik 'Tongkat' en da's lang één van mijn favorieten gebleven. De meningen over dit boek zijn verdeeld. Ofwel ben je voor ofwel ben je tegen. Ik ben in ieder geval 100% voor.