Iets om mee te schrijven, iets om op te schrijven en iets om over te schrijven – met zestig jaar ervaring weet Koos van Zomeren onderhand wel wat een schrijver nodig heeft om zijn vak uit te oefenen. Dit dagboek brengt hem naar regionen als de wereldgeschiedenis, de actualiteit, zijn levensavond en nu en dan een vurige zonsopgang of druilerige winteravond. Voeg hier een grillig (soms grimmig) gevoel voor humor en een bijna maniakale liefde voor taal aan toe, en dit boek – een breed uitwaaierend egodocument waarin terloops de balans van een schrijverschap wordt opgemaakt – staat in de steigers. 'Ik denk dat er vandaag in Arnhem weinig schrijvers zijn thuisgekomen met zulke vuile schoenen als ik.'
Peter Jacob (Koos) van Zomeren (Velp, 5 maart 1946) is een Nederlands schrijver. Hij debuteerde als negentienjarige, is een tijdlang actief geweest in de links-radicale politiek en keerde vervolgens terug naar de 'republiek der letteren' met thrillers, romans, beschouwingen, interviews, columns. In zijn werk is de natuur een belangrijk thema. Hij is onder andere bekend van de roman Otto's oorlog (1983) en zijn columns in NRC Handelsblad.
De volle Van Zomeren, met zijn briljante stijl, zijn gevoeligheid en intelligentie. Alle thema's uit het leven en werk van Van Zomeren komen aan de orde: Herwijnen, de natuur, de politiek, de vrienden en het gezin, de literatuur, de faam. Manmoedig strijdt de ouder wordende auteur tegen de tijd, de pijntjes en het vergeten en de miskenning. Op mopperzinnen volgen steeds zinnen vol bewondering en dankbaarheid. Aan het slot van het boek maakt zich de vrees voor het einde van het schrijven, het einde van de typemachines, voor het mensen en plaatsen niet nog eens zien (de onafwendbaar optredende 'laatste keer'): in dat verband is de titel behalve aansporing (we gaan zo naar buiten) ook een mismoedig besef van vergankelijkheid. Oh, wat wens ik Van Zomeren de eerbewijzen toe waar hij met recht aanspraak op kan maken.
Koos van Zomeren, We gaan zo, dagboek 2023-2024, geen moment mee verveeld, heerlijke zinnen gelezen, met hem meegewandeld, gelachen om zijn gebrom en de hoop uitgesproken dat hij nog jaren, Van Zomeren is van 1946, meekan. Aan het eind maakt hij in elk geval duidelijk dat hij nog niet van plan is om te stoppen met schrijven. (https://tonvanthof.com/2025/11/02/02-...)
Het derde dagboek van Koos van Zomeren in Privé-domein. Heel onderhoudend. Hij kan echter beter niet te veel mijmeren over anti-semitisme, Jodendom, Israel en de Olympische Spelen.