Honderden families kwamen voor hun bruiloften, jubilea en begrafenissen naar de Visscherie in Oostrozebeke, West-Vlaanderen. Voor de sloop van het gebouw in 2017 zet Els Snick nog een laatste keer de poorten open van de vermaarde feestzaal die haar ouders uitbaatten. Tijdens die hartverwarmende reünie komen er ook pijnlijke verhalen naar boven, vooral over Cyriel Verschaeve. Deze priester-dichter, ooit boegbeeld van de Vlaamse beweging, werd in 1946 wegens collaboratie ter dood veroordeeld. Snick ontdekt dat de vroegere eigenaren van de Visscherie, de welgestelde broer en zus Jozef en Maria Lootens, een cruciale rol hebben gespeeld in de verering van Verschaeve. Haar persoonlijke zoektocht naar de banden tussen haar eigen familie en de familie Lootens voert Snick steeds verder terug in de geschiedenis. Terwijl ze gaandeweg aan het licht brengt hoe een goedbedoelende katholieke familie zich liet meeslepen in de malafide ideeën van Verschaeve, moet ze zich ook tot haar eigen Vlaamsgezinde opvoeding verhouden.
Els Snick is literair vertaalster en docente Duits aan de Hogeschool Gent. Zij is wetenschappelijk lid van het in 2008 in Wenen opgerichte Internationale Joseph Roth Gesellschaft. Vorig jaar promoveerde zij op haar proefschrift over Roth.
Laatste maandag van december. Mijn eveneens laatste boek van dit jaar is uitgelezen: de feestzaal van mijn ouders: een Vlaamse familiegeschiedenis van Els Snick.
Els Snick is al jarenlang mijn literair maatje als eigentijds vertaler van het veelal al bijna een eeuw oude oeuvre van Joseph Roth en Stefan Zweig en een van de trekkers van het Joseph Roth Genootschap. Ik keek er dan ook naar uit om haar boek te lezen. Het onderwerp: een familiegeschiedenis gekoppeld aan de ‘zwarte’ jaren van Vlaanderen tussen WO I en het einde van WO II zitten ook bovenop mijn persoonlijke sweetspot.
Het boek voldeed helemaal aan mijn verwachtingen. Els Snick vertrekt van de sloop van de feestzaal die haar ouders uitbaatten om haar eigen familiegeschiedenis en die van Vlaanderen te onderzoeken. De zaal fungeert als geheugenplaats waar persoonlijke herinneringen samenkomen met collectieve rituelen en zwijgen. Tijdens haar zoektocht stoot Snick op de verering van Cyriel Verschaeve en confronteert ze zich met de collaboratieverleden en Vlaams-katholieke overtuigingen die haar familie mee hebben gevormd. Ze onderzoekt hoe idealen, schuld en loyaliteit generaties lang kunnen doorwerken zonder expliciet benoemd te worden. Het boek is een ingetogen maar scherpe reflectie op erfgoed, verantwoordelijkheid en de noodzaak om het verleden kritisch onder ogen te zien.
Een mooi boek. Geeft een intrigerend beeld van de wereld van de beweging van de Flaminganten, de bizarre mengeling van katholieken en fascisten in Vlaanderen. Doet soms denken aan de beelden uit Het verdriet van België van Hugo Claus. Snick schetst hoeveel onderzoek zij heeft gedaan, en hoe moeilijk zij het vond om te schrappen. Dat heeft zij helaas te weinig gedaan. Ook omdat ik pas op het einde de stamboom achterin ontdekte (waarom niet voorin afgedrukt?) haalde ik allerlei families en verhalen op een gegeven moment door elkaar. Maar: een mooi boek.
De geschiedenis van een dorp, een familie én een gebouw vakkundig door Els Snick aaneengeregen met één rode draad: Cyriel Verschaeve. Nooit zal ik nog de Stationsstraat in Oostrozebeke of de Mariagrot en kerk op De Ginste passeren zonder te denken aan Jozef en Maria Lootens. Twee goede mensen die verblind door adoratie een duivel hebben gecreëerd en er het slachtoffer van zijn geworden, zonder dat zelf ooit te beseffen.
Heb dit boek met veel interesse gelezen. In het eerste deel beschrijft Els Snick hoe haar ouders een feestzaal opstartten, waarin honderden trouwfeesten gevierd werden. Ze beschrijf haar ouders als hard werkende, streng katholieke mensen, Westvlamingen voor wie hard werken en een grote feestzaal uitbaten een levensdoel was. Zij en haar zussen moesten meedraaien in dat project. Ik herken daar veel in: mijn vader was Westvlaming, mijn ouders waren kritische gelovigen met veel respect voor de traditie en ook de strenge sexuele moraal die Els beschrijft. Ook voor hen was hun werk en de uitbouw van hun zaak bijna hun levensdoel. Heel de levensvisie en de manier van leven die Els beschrijft, en de context daarrond met de onvoorstelbare dominantie van kerk en kapitaal in alle domeinen, ook in het strikte privéleven, ik herken het allemaal. Nadat haar ouders de zaak verkocht hebben organiseert Els een laatste opendeurdag in het domein en verneemt dan dat de villa, die achteraan in de tuin staat door de vorige eigenaar (brouwer Jozef Lootens) gebouwd werd voor Cyriel Verschaeve. Haar nieuwsgierigheid is gewekt en ze begint een lange speurtocht door archieven, doorploegt jarenlang bronnenmateriaal om te reconstrueren wat voor iemand Verschaeve was en hoe het mogelijk is dat hij vijftig jaar na zijn dood nog voor sommigen ) een voorbeeld van verering is. Ook de verwevenheid van de steenrijke brouwersfamilie en aanverwanten, die bij het verhaal betrokken waren, in het activisme en de collaboratie belandden, onderzoekt ze grondig. Verschaeve komt eruit als een miezerig, klein ventje, een lafaard die jonge mannen opriep om naar het oostfront te trekken, maar zelf veilig in de luwte bleef en er voor zorgde dat hij zijn levenlang niet moest werken. Els Snick beschrijft hoe hij met de hulp van zijn brouwer-beschermheer kon bekomen dat hij een bescheiden ambt van onderpastoor kreeg in de kleine parochie Alveringem, wat hem volop de tijd gaf om zijn literaire ambities waar te maken en onder de dekmantel van beeldhouwwerk ook de kans gaf om zijn passie voor jonge, mannelijke modellen te beleven. Als je het leest, ben je verbijsterd over het feit dat de verering van Verschaeve zolang kon standhouden en hier en daar nog leeft. Het verhaal van Els Snick geeft een ontluisterend beeld en laat oude "helden" van hun voetstuk vallen.
De titel van dit boek geeft niet geheel weer waar het over gaat. Het gaat over veel meer. In 1969 kochten Els' ouders inderdaad het domein de Visscherie in Oostrozebeke. Ze baatten er twee feestzalen uit, tot ze die verkochten in 1992. In 2017 viem het doek volledig over dit verhaal. Dit boek gaat voor een deel over die feestzaal die in West-Vlaanderen heel bekend was en waar talrijke huwelijksfeesten, communiefeesten en dergelijke werden gevierd. Dit zou niet erg boeiend zijn als er niet het feit was dat de ouders het domein kochten van broer en zus Jozef en Maria Lootens. We praten nu over een tijd dat veel mensen erg katholiek waren en ook Vlaamsgezind. Jozef en Maria Lootens hadden een grote bewondering voor Cyriel Verschaeve en een heel goede relatie met hem. Dusdanig dat ze voor hem een huis bouwden op het domein, wat later één van de feestzalen werd. Het verhaal van Els Snick, de eigen familie en de feestzaal is dus verbonden met het verhaal over Cyriel Verschaeve, een beruchte Vlaamsgezinde priester en schrijver die in Wereldoorlog II nauw contact had met de nazi's. Als berucht collaborateur werd hij na de oorlog ter dood veroordeeld, maar hij had dan al zijn toevlucht gezocht in een Oostenrijks dorp waar hij door een priester werd opgevangen. Dit boek omvat dus heel wat geschiedenis, onder meer de geschiedenis van het domein de Visscherie en van de collaboratie, zowel tijdens Wereldoorlog I als II. Tegelijk is dat verbonden met heel wat familiegeschiedenissen. Achteraan is er trouwens een stamboom van enkele families opgenomen, een stamboom die ik tijdens de lectuur meermaals geraadpleegd heb. Els Snick heeft haar werk grondig gedaan, met veel research. Achteraan staat een lijst van archieven die ze geraadpleegd heeft, evenals een uitgebreide bibliografie. Verder is het boek ook geïllustreerd met foto's , deels uit het familiearchief en deels uit andere archieven. Kortom, dit is een boeiend en rijk boek over een stuk Vlaamse geschiedenis die veel verder gaat dan de eigenlijk feestzaal uit de titel. Bovendien vlot geschreven. De lectuur ervan is dus zeer aan te bevelen.
Wanneer je een boek in een tijdspanne van minder dan 60 uur uit kan lezen dan mag je besluiten dat het om een boeiend boek ging. Dat was " De feestzaal van mijn ouders" dan ook absoluut. Dat de gecontesteerde maar ook wel boeiende figuur Cyriel Verschaeve merkwaardig met de geschiedenis van de familie en "de feestzaal, de Visscherie" is verwikkeld hielp natuurlijk. Verschaeve, ooit boegbeeld van de Vlaamse beweging, was een priester-dichter die in WOII behoorlijk heeft gecollaboreerd en daarvoor bij verstek tot de doodstraf is veroordeeld. Het blijft ook behoorlijk bizar dat in de nationalistische en rechtse jeugdbeweging waarvan ik ( buiten mijn wil om ) in de jaren zeventig en tachtig lid was deze toch wel bedenkelijke figuur werd vereerd.
Els Snick schrijft met een vlotte pen, je blijft tot het einde van het boek geboeid lezen, de geschiedenis van haar familie en die die van " de feestzaal " beklijft. Het flamigantisme is door alle generaties heen alom aanwezig, de Vlamingen stonden dan ook voor een heuse ontvoogdingsgsstrijd. Keuzes worden gemaakt, soms blijken die ongelukkig of zelfs noodlottig. Centraal in het boek staat de vriendschap ( of moeten we eerder over adoratie of mecenaat spreken ) van Jozef Lootens voor Cyriel Verschaeve. Of is er nog iets anders aan de hand ? De homo-erotiek is niet eens zo versluierd aanwezig in het leven van Verschaeve. In ieder geval blijft Lootens met een haast blinde halsstarrigheid trouw aan zijn vriend, ook wanneer het overduidelijk wordt dat Verschaeve politiek-ideologische grondig de mist is gegaan ( en zelfs om vervolging te ontlopen zich in Oostenrijk in een klooster schuil houdt. ) Boeiende leeservaring, zoveel is zeker.
'De feestzaal van mijn ouders' is het rapport van het uitgebreide onderzoek naar de eigen familiegeschiedenis van vertaalster en Duitse literatuurkenner Els Snick. Haar ouders bezaten een populair feestzalencomplex in het West-Vlaamse Oostrozebeke. Honderden families boekten er hun familiefeesten. De gebouwen van de Visscherie hadden een lange voorgeschiedenis, waarin heel de Belgische historie resten achterliet, maar was ook nauw verbonden met de Vlaamse beweging en de collaboratie voor en tijdens de Duitse bezetting, en de vervolging nadien. De Visscherie was ook de woonst van priester-dichter Cyriel Verschaeve, ter dood veroordeeld omwille van zijn aandeel in de collaboratie. Ook na lezing van dit boek is mij nog steeds niet duidelijk hoe Verschaeve - priester omringd door jonge mannen, onleesbaar hysterisch auteur en beeldhouwer van mismaakte bijbelse en mythische modellen - zo een gewicht had in de Vlaamse beweging, het lijkt wel een cultus. 80 jaar na de Tweede Wereldoorlog en de collaboratie zijn nog steeds niet alle Vlaamse straten en pleinen gezuiverd van de naam van deze zelfverklaarde nazi. Een verklaring hiervoor vind je niet in deze met vaart en diepgang geschreven roman op het snijvlak van non-fictie, maar veel dichter geraak je niet.
In De feestzaal van mijn ouders begint Snick met een sappig verteld verhaal over de zeer gekende feestzaal De Visscherie in Oostrozebeke. Naarmate ze dieper gaat graven komt er een wat wrange familiegeschiedenis boven die naadloos naast de grote geschiedenis van ons land in de 20e eeuw gelegd kan worden.
Het eerste deel over de feestzaal zelf en het leven errond vond ik boeiend en heel herkenbaar (4 sterretjes), maar in het tweede deel liep ik helaas verloren tussen alle personages