Heb dit boek met veel interesse gelezen. In het eerste deel beschrijft Els Snick hoe haar ouders een feestzaal opstartten, waarin honderden trouwfeesten gevierd werden. Ze beschrijf haar ouders als hard werkende, streng katholieke mensen, Westvlamingen voor wie hard werken en een grote feestzaal uitbaten een levensdoel was. Zij en haar zussen moesten meedraaien in dat project. Ik herken daar veel in: mijn vader was Westvlaming, mijn ouders waren kritische gelovigen met veel respect voor de traditie en ook de strenge sexuele moraal die Els beschrijft. Ook voor hen was hun werk en de uitbouw van hun zaak bijna hun levensdoel. Heel de levensvisie en de manier van leven die Els beschrijft, en de context daarrond met de onvoorstelbare dominantie van kerk en kapitaal in alle domeinen, ook in het strikte privéleven, ik herken het allemaal.
Nadat haar ouders de zaak verkocht hebben organiseert Els een laatste opendeurdag in het domein en verneemt dan dat de villa, die achteraan in de tuin staat door de vorige eigenaar (brouwer Jozef Lootens) gebouwd werd voor Cyriel Verschaeve. Haar nieuwsgierigheid is gewekt en ze begint een lange speurtocht door archieven, doorploegt jarenlang bronnenmateriaal om te reconstrueren wat voor iemand Verschaeve was en hoe het mogelijk is dat hij vijftig jaar na zijn dood nog voor sommigen ) een voorbeeld van verering is. Ook de verwevenheid van de steenrijke brouwersfamilie en aanverwanten, die bij het verhaal betrokken waren, in het activisme en de collaboratie belandden, onderzoekt ze grondig. Verschaeve komt eruit als een miezerig, klein ventje, een lafaard die jonge mannen opriep om naar het oostfront te trekken, maar zelf veilig in de luwte bleef en er voor zorgde dat hij zijn levenlang niet moest werken. Els Snick beschrijft hoe hij met de hulp van zijn brouwer-beschermheer kon bekomen dat hij een bescheiden ambt van onderpastoor kreeg in de kleine parochie Alveringem, wat hem volop de tijd gaf om zijn literaire ambities waar te maken en onder de dekmantel van beeldhouwwerk ook de kans gaf om zijn passie voor jonge, mannelijke modellen te beleven. Als je het leest, ben je verbijsterd over het feit dat de verering van Verschaeve zolang kon standhouden en hier en daar nog leeft. Het verhaal van Els Snick geeft een ontluisterend beeld en laat oude "helden" van hun voetstuk vallen.