Met enig voorbehoud las ik Ik zal je schrijven. Scepsis, louter omwille van het oorlogsthema wat de flaptekst mij voorspiegelde.
Maar een nieuwe Baplu trekt aan je en zeker deze fabelachtig vormgegeven novelle. De perfecte dekmantel voor dit boek zo blijkt.
Meer nog dan in haar vorige boeken vertelt Nele Baplu een zwaar romantisch verhaal waarbij de zorgvuldig gekozen verwoordingen poëtisch en zintuiglijk beschrijven, kleuren vegen op de bladspiegel waarbij woord na woord, veeg na veeg, aquarellen ontstaan die je omarmt en koestert. Ze zetten aan tot herlezen.
Als in muziek, waar achtste en halve, vierde en hele noten, in het juiste ritme door aanvullende rusten worden vervolledigd zodat de maat in het verhaal perfect blijft, zo schrijft en beklijft Nele Baplu.
Brieven, al dan niet echt geschreven maar zeker wel in de hoofden van Miriam en Adam, spinnen de lezer een verhaal voor dat zo diepmenselijk raakt, je meeneemt in de voetsporen van hen beide, dat je hen toeroepen wil, hou nog even vol, het komt goed, jawel je wil wel die onzekerheid behouden en antwoord afwachten en geen rust vinden zoals zij die wel bericht ontvingen.
Je wil naast lezer ook postduif zijn in dit boek en bij uitbreiding vredesduif voor allen.
Het verhaal bulkt van taalrijkdom. Een ode aan onze moedertaal. Genieten kan je haast van elke zin, dus quotes citeren is onrecht aandoen aan alle anderen die je niet citeert. Zelden las ik bijvoorbeeld zo’n intieme en haast erotische scene waarbij een duim een foto tot leven brengt.
Opnieuw een boek dat zich leent tot toneelbewerking en zeker ook als graphic novel.