Maak kennis met Arthur Poolman. Fijne man, gelukkig getrouwd met Maite, leraar Nederlands op een middelbare school. Maar ook: alcoholist. En niet de eerste de beste.
Tonic herbergt het vaak rauwe relaas van deze man, die besluit zijn alcoholprobleem aan te pakken. Dat probleem wordt namelijk steeds groter en vooral ook opvallender, voor Arthur’s directe omgeving, maar ook voor zichzelf. Waar hij tijdens zijn studententijd de katers makkelijk kon verwerken, en het nog wel een plaatsje kon geven binnen het ‘studentenleven’, lukt dat jaren later eigenlijk niet meer. De zwarte gaten in Arthur’s geheugen worden alsmaar groter, en ook voor Maite wordt het uiteindelijk te veel. Na een laatste, grenzeloze drinkmarathon belandt Arthur bij een afkickcentrum, waarna zijn leven een heel nieuwe wending neemt.
Arthur’s verhaal blijft je boeien, want Mohren wisselt gebeurtenissen in het heden (meetings bij de AA, bijvoorbeeld), netjes af met herinneringen uit Arthur’s verleden, herinneringen aan tal van dagen en nachten overgoten met te veel alcohol.
Bovendien heeft Mohren met Tonic een heftig verhaal bij elkaar geschreven. Zo heftig, dat ik me regelmatig afvroeg of dit misschien wel Mohren’s eigen verhaal was. Dit is zo intens, zo realistisch ook. Of beter: ik kon me erg goed voorstellen dat het leven van een alcoholist, het leven van iemand die afkickt van de drank, er inderdaad zo uitziet. Indrukwekkend – dit is er zeker zo eentje die nog even zal blijven hangen.