Dat Neerlands ‘politionele acties’ een verhullende term zijn voor oorlogsmisdaden is bekend. Dat de jappenkampen wreed waren, behoort eveneens tot het collectief geheugen. Dat Indonesië goed was voor de handel van de Republiek in de zeventiende eeuw behoeft geen discussie. De ruwe, zachte schets die ik door middelbaar onderwijs en algemene kennis had over de geschiedenis van Indonesië en de relatie met Nederland is na het lezen van Van Reybroucks ‘Revolusi’ echter danig van kleur en perspectief voorzien. Niet eerder las ik een historisch werk dat het verleden zo helder en ingrijpend aan de lezer presenteert.
Van Reybrouck vertelt chronologisch het verhaal van de archipel die inmiddels als Indonesië bekendstaat. Een naamgeving die menig Nederlander vermoedelijk zou willen vervangen door de term ‘Nederlands Indië’, gezien het schokkende feit dat uit een onderzoek afgenomen in 2019 blijkt dat de helft van onze bevolking trots is op het koloniale imperium en: ‘meer dan een kwart van de ondervraagde Nederlanders (26 procent) graag gewild [had] dat hun land nog steeds een overzees rijk had’ (19) Alleen al voor die groep sterkt dit boek tot sterke aanbeveling. Van Reybrouck verhaalt in kraakhelder proza over de expansiedrang van de VOC en de methodes die daarbij gebruikt werden. In 1621 blijkt dat het eiland Banda tegen de afspraken met de VOC in, toch nootmuskaat verkoopt aan derde partijen. J.P. Coen moordt bij wijze van represaille het hele eiland uit: ‘tussen de tien- en vijftienduizend mensen kwamen om en de vrijgekomen grond werd toegewezen aan VOC-beambten die hem lieten bewerken door duizenden vers geïmporteerde slaven. Vandaag bestaat daar een woord voor: genocide.’ (44) Het op deze wijze helder benoemen van gebeurtenissen uit de geschiedenis dient niet enkel tot beter begrip van het verhaal; het is ook een politieke daad. Tegen de Nederlandse traditie in om zwarte bladzijden uit de geschiedenis met eufemismen te overladen, noemt Van Reybrouck de beesten bij hun naam.
De auteur betuigt zich verder een begenadigd verteller en didacticus. Aan de hoofdstukken over de kolonisatieprocessen in Indonesië, gaat een beschrijving over de ondergang van de Van der Wijck vooraf; een schip van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Het schip zinkt en er vallen doden, afkomstig van ieder dek. Mensen die door de sterk hiërarchisch gestructureerde koloniale maatschappij elkaar nauwelijks tot niet ontmoeten, vinden plots hun dood in hetzelfde water. Van Reybrouck gebruikt de pakketboot als metafoor om uit te leggen hoe dek 1, 2 en 3 met elkaar omgaan, hoe en wanneer het mogelijk is om van dek te wisselen en op welke manier de politieke verhoudingen de hiërarchie herschikken. Dat een Indonesisch-Nederlandse tussen 1930 en 1950 nogal eens vast komt te zitten in de structuren van de opeenvolgende machthebbers Nederland, Japan, het KNIL, de Indonesische Republiek, wordt niet alleen door de uiteenzetting van historische gebeurtenissen duidelijk gemaakt, maar ook, verassend genoeg, door deze mensen zelf. Van Reybrouck noemt niet alleen man en paard in dit boek, maar laat talloze getuigen zelf aan het woord. Niet alleen is het ongelooflijk dat een historicus de moeite neemt om op de meest afgelegen plekken van de wereld (zoals het Nepalese hooggebergte) oud-militairen en ooggetuigen te interviewen, het is bovenal knap hoe hij deze getuigenissen weet te verweven in zijn genuanceerde vertelling van de geschiedenis. Een klokkenluider, deserteur en rabiate strijder van het KNIL komen aan het woord, Indiase, Javaanse, Amerikaanse en Japanse burgers en soldaten doen hun verhaal, evenals getuigen rond de kring van Soekarno en Hatta. Van Reybrouck neemt de moeite om hun getuigenissen te duiden en geeft zo inzicht in de complexiteit van de, vaak extreme, gebeurtenissen uit deze geschiedenis. Daarnaast hebben die vele namen die erbij waren en vertellen nog een ander effect: het vermenselijkt de geschiedenis. De vele duizenden slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische vrijheidsstrijd worden even van hun abstracte cijfermatigheid ontdaan, wanneer iemand de feiten met eigen ervaringen invoelbaar maakt.
In ’Revolusi’ vindt men naast een bloedstollend relaas over machtsstrijd, belangenpolitiek en historische gebeurtenissen van formaat, ook enige verhelderende inzichten. Van Reybrouck wil in zijn werk laten zien dat het hoofdstuk Indonesië meer is dan een aangelegenheid tussen Nederland en diens kolonie. Door nauwkeurig de mondiale spelers in de na-oorlogse Indonesische kwestie te volgen, krijgt de lezer een begrip van de ontwikkeling van de jonge VN, de start van dekolonisatie in Aziatische en Afrikaanse landen en de ontwikkeling van de vroege Europese Unie. Uit die historische processen wordt een belangwekkende conclusie getrokken. De elkaar opvolgende gebeurtenissen in de wereldwijde dekolonisatiegolf vanaf 1955 (de conferentie van Bandung) maken duidelijk waarom Europa zich na jaren van onwil en getreuzel plots wil verenigen. Uit behoudzucht van (Franse en Belgische) kolonies en angst voor de oprukkende machten elders in de wereld, trachten enkele Europese landen een eenheid te vormen: ‘Niet post-, maar laat-koloniaal denken lag aan de basis van Europa.’ (507) Van die tendens zijn we, getuige het laatste hoofdstuk, ook nog niet af. In een slotakkoord dat zo uit een roman afkomstig had kunnen zijn, vaart de auteur na een van zijn reizen in een prauw door een prachtig natuurgebied dat al begonnen is door menselijk handelen te verdwijnen. Het einde van een belangwekkende geschiedenis bevat een stevige overdenking die tot waarschuwing mag dienen:
‘Mijmeren tijdens het kabbelen: zelfs als we met het kolonialisme uit het verleden ooit helemaal in het reine zijn gekomen, hebben we nog steeds niets gedaan aan de dramatische manier waarop we de toekomst nu koloniseren. De mensheid neemt de komende eeuw in met dezelfde meedogenloosheid waarmee in vroeger tijden werelddelen werden toegeëigend. Kolonialisme is niet langer iets territoriaals maar temporeels; het ergste ligt misschien niet achter ons, maar vóór ons. Wij gedragen ons als de kolonisatoren van de toekomstige generaties, wij ontnemen hun hun vrijheid, hun gezondheid, misschien zelfs hun leven. We zadelen hen op met onszelf.’ (521)
Een boek waar je ‘U’ tegen zegt. Absoluut vijf sterren.