Zoals je kunt begrijpen, zat ik die chemokuur voornamelijk te zwelgen in zelfmedelijden. Het was het enige wat ik deed. Ik lag uren in bed, dronk liters chocomel en ik zwolg. Ik staarde uit het raam, wentelde me in mijn slachtofferschap en ik zwolg. Ik zwolg onder de douche, ik zwolg op de wc. Mijn god, ik zwolg wat af in dat kinderziekenhuis. Het had een nieuw wereldrecord kunnen zijn als Timo er niet was geweest. Het is in de regel nogal lastig om te zwelgen in zelfmedelijden als er iedere dag een jongen van zes met mondkanker je kamer binnenkomt om op zijn laptop te laten zien wat hij in Minecraft heeft gemaakt.
David is veertien en heeft kanker. Tijdens zijn chemokuren trotseert hij cliniclowns, bezorgde ouders, de gutmenschen uit Haarlem, plichtmatige bezoekjes van zijn klasgenoten en het medelijden van de onbereikbare Hélène de Boer, het meisje op wie hij al jaren verliefd op is.
Kuren is de ontroerende debuutroman van Thijs Hoekstra. Een wrange komedie, geschreven vanuit de loopgraven van de puberteit.
Thijs Hoekstra (1998) studeerde politicologie en Nederlands aan de Vrije Universiteit. Hij schrijft verhalen, columns en theaterteksten en publiceerde onder meer in Ad Valvas, De Gids en Kluger Hans. Hij schrijft voor een tv-gids en is leadzanger van Wilson A.
Ik vind dit soort boeken erg leuk: jonge, hippe schrijfstijl, heel nonchalant en humoristische kijk op het leven, dat is precies waarom ik van jonge Nederlandse schrijvers hou. Denk aan bijvoorbeeld Tobi Lakmaker.
“Wist ik al wat ik later wilde worden? Het zou me niet verbazen als ik van die laatste vraag uiteindelijk kanker heb gekregen. Zo vaak werd hij me in Haarlem gesteld, de stad waar ze zelfactualisatie tot staatsreligie hadden gebombardeerd.”
4.5* - Nog nooit zo hard moeten lachen / gniffelen met een kankerboek. Een verhaal over 14 zijn, kanker hebben en hoe daar dan mee om te gaan. Heerlijk verteld door een cynische verteller met een hekel aan goede bedoelingen, ziekenhuisclichés en Cliniclowns (wie haat hen niet?). Prima debuut, ideaal coming of age verhaal.
Wat een fantastisch boek. Het leest als een trein; je kunt er helemaal in verdwijnen. Het is grappig, herkenbaar en liefdevol. En dat voor een debuut. Ik ben onder de indruk.
Er staat een stuk in dit boek over jonge koppels die naar Haarlem verhuizen wanneer het tijd is om kinderen te krijgen, geïllustreerd met de onvergetelijke woorden:
Vlot geschreven relaas over kanker. Een beetje “groep achters huilen niet” voor pubers, dat ook nog voorbij komt waarbij Akkie een gevatte knul van 14-15 jaar geworden is met een prettig fatalisme en nihilisme. Jammer dat Hoekstra daar niet noemt dat het een boek is (en daarna natuurlijk ook een film geworden is).
Heerlijk debuut. De zieke hoofdpersoon is zielig, grappig, plagerig, wanhopig, verdrietig. Ik lachte hardop mee, en snikte ook. Om - dit klinkt zwaar maar dat is de verdienste van deze roman - de (mijn) puberteit. Maar ook om Haarlem, om de familie van David - van zijn moeder tot aan zijn ooms en zijn excentrieke broer toe, allemaal levensecht. Een beetje apart, een beetje gewoon, heel eigen. Wat een goeie toon, wat een pit, wat een vaart. Wat goed en mooi. Lezen! Kopen!
Dit boek gaf me een heel wisselende leeservaring... na een bladzijde of 70 overwoog ik zelfs even het boek niet uit te lezen. Want hoewel het boek cynisch/ironisch praat over opgroeien in een van de meest geprivilegieerde omgevingen van Nederland (een cultureel gymnasium in Haarlem), blijft het een boek over een van de meest geprivilegieerde omgevingen van Nederland. Ik merk dat ik daar steeds minder geduld voor kan opbrengen. De passages over de ziekte van David vond ik daarentegen wat interessanter en de schrijfstijl was voor mij tegen het einde een voorzichtig goed. Dus: wel uitgelezen, maar niet écht overtuigd.
‘Als ik had geweten dat dit de laatste keer zou zijn dat ik haar sprak, had ik iets voorgesteld. Dan had ik gewoon een keuze gemaakt. Maar Meike bleef die hele week voor haar operatie in haar eentje in haar kamer zitten, tot het moment dat ze haar in het holst van de nacht naar de operatiekamer reden. Een paar dagen later kwam er een ander jongetje in de kamer, dat helemaal geen chocolademelk lustte.’ p. 83
Genomineerd voor het Beste boek voor jongeren 2026 en met een soortgelijk thema als de winnaar van afgelopen jaar. David had kanker en vertelt in retrospectief zijn verhaal aan iemand die hij ontmoet op een feestje. De stijl is wat laconiek en onderkoeld. Een stijl die vaker gebruikt wordt voor jongeren die ernstig ziek zijn: kennelijk vinden de volwassen schrijvers het prettig dat deze jongeren waardig, intelligent, welbespraakt en met een beetje humor beschrijven hoe hun leven vol ziekenhuis eruit ziet. Mooi was de scène waarin hij zich openstelt voor z’n moeder. Jammer dat het daarbij blijft. Ook is wel aardig beschreven dat David zich ontwikkelt, zelfs een ander persoon wordt, met een ander uiterlijk en een andere kijk op het leven. Maar, al met al toch een zeer clichématig boek.
Dankzij Das Mag’s Debutenabonnement kreeg ik Kuren al op de vijftiende in huis, en ik begon meteen te lezen. De eerste pagina’s nemen je mee in het hoofd van David, veertien jaar en ziek. Kanker. Maar wat me meteen raakte, is hoe nuchter en eigenwijs hij blijft. Hij snapt niet waarom iedereen zo huilt, of ze nou om hém huilen of om het idee van ziekte zelf. Die afstandelijkheid maakt hem juist menselijk, en af en toe pijnlijk grappig.
Het afkraken van Haarlem, de stad waar ik juist zoveel liefde voor heb, vond ik een bijzondere invalshoek. Er zit iets in dat rauwe cynisme dat werkt. Je voelt hoeveel energie het kost om te leven met ziekte, maar David probeert erdoorheen te lachen, met scherpe opmerkingen en een droge humor die soms bijna ongepast voelt, maar juist daardoor eerlijk is.
Door het verhaal heen moest ik regelmatig hardop lachen, om vervolgens ineens stil te vallen. Het boek laat zien hoe het leven gewoon doorgaat, ook als je er zelf even niet aan mee kunt doen. Op 17 oktober had ik het uit, en ik kan eerlijk zeggen dat ik zelden zo heb gelachen om zo’n zwaar onderwerp. Sommige passages waren zó droog dat ik het boek even dicht wilde slaan door mijn gelach, maar ik bleef lezen. Want ergens wilde ik weten: David, ga je Hélène nou eindelijk vertellen dat je verliefd op haar bent?
Dat antwoord verklap ik niet. Lees het zelf. Kuren is geestig, wrang en verrassend luchtig, zelfs in zijn donkerste momenten. Een debuut dat precies weet hoe het de lezer tussen lachen en slikken in laat hangen.
Zwaar onderwerp op een hilarisch cynische manier verteld. Voor mij erg herkenbaar in de ziekenhuisperikelen, maar ook de jaren 10 op de middelbare school (Yes-R gefixt door de feestcommissie!) prachtig!!
Het is 2012 en de Haarlemse David is een van de dertien kinderen die dat jaar in Nederland te horen krijgen dat ze lymfeklierkanker hebben. Er volgt een opname in het ziekenhuis, chemotherapie, haarverlies en veel gebraak, maar het hoofdpersonage van Thijs Hoekstra’s Kuren zal niet doodgaan.
Dat weten we immers door de structuur van de roman, die begint op het eindexamenfeest van Davids crush Hélène de Boer. Het is een paar jaar na de ziekenhuisopname en David treft iemand bij de keukenkastjes aan. Die ‘iemand’ is de lezer:
Ik wist meteen dat ik je moest aanspreken. Niemand weet precies wie je bent. Mensen vinden je een beetje vreemd, geloof ik. Maar ik mag je wel hoor! (…) Ik heb enorm veel te vertellen. Het probleem is alleen dat er nooit meer iemand naar vraagt. Al mijn klasgenoten kennen deze kankerverhalen al, want ze waren erbij, maar jij hebt natuurlijk géén idee waar dit verhaal naartoe gaat. Dat zie ik aan je, maar er is geen enkele reden om je zorgen te maken. Ik ben gewoon heel enthousiast. Ik heb je zoveel te vertellen.
Op dat moment weet je dat er een stijloefening gaat volgen, waarbij de ik-verteller zijn verhaal zal doen in spreektaal. Er worden dus veel ‘gewoons’ en ‘of zo’s’ aan zinnen toegevoegd om het orale karakter te versterken, en daarmee samengaand wordt er lucht in het verhaal gepompt: de behoorlijk bedroevende en heftige periode uit het leven van David wordt verteld door hemzelf als cynische laat-puber.
Als het David al drie dagen niet meer lukt om te ontlasten en zijn buikpijn almaar toeneemt, gaat hij met zijn moeder naar de huisarts. Die vermoedt lang geen ernstige zaken, maar daar neemt Davids moeder geen genoegen mee en ze eist dat er meer testen worden gedaan. Davids moeder zou je een typische hockeymoeder kunnen noemen, al zit haar zoon niet eens op hockey: ze is (over)bezorgd, (over)zorgzaam, heeft een drukke baan en wil overal controle over hebben. Maar ditmaal heeft ze gelijk, er is daadwerkelijk iets ernstigs met David aan de hand en hij blijkt lymfeklierkanker te hebben.
In het ziekenhuis wordt David niet alleen door zijn moeder, maar ook door zijn klasgenoten en goededoelenorgansaties vertroeteld. Daar zit hij eigenlijk helemaal niet op te wachten. Hij krijgt allemaal goedkope rotzooicadeaus, cliniclowns gaan pas weg als ze hem tot tranen van het lachen toe hebben achtergelaten en de mensen van stichting Doe Een Wens lijken zelf eerst nog wat trauma’s te hebben te verwerken. David heeft amper wensen, het liefst zou hij zwelgen in zelfmedelijden en gamen en films kijken.
Op de kamer ligt hij met kinderen die nog zieker zijn, zoals iemand met mondkanker waarvan zijn gezicht ‘nog het meest op een waarschuwingslabel van een pakje sigaretten’ lijkt. Hoekstra vermijdt die heftige, klinische kant van (kinder)kanker zeker niet. Bij vlagen heel nauwgezet laat hij zijn hoofdpersonage vertellen welke infusen er in hem zitten, hoe ze worden bevestigd, hoe misselijk de chemo hem maakt en welke dilemma’s zijn lotgenoten hebben: het hele been eraf of alleen van voet tot knie met het risico dat de kanker terugkomt? De lichte toon die Hoekstra gekozen heeft zorgt er juist voor dat deze kant gemakkelijk behandeld kan worden, omdat het beschrevene dan niet te zwaar wordt. Kuren is een leerzaam boek bijna zonder dat je het doorhebt. Zeker de passages waarin Hoekstra zo op dreef is dat de ‘gewoons’ en de ‘of zo’s’ achterwege blijven, ben je als lezer helemaal mee. Op andere momenten voel je je als halftwintiger al een beetje te oud voor de puberproblematiek en toon van de hoofdpersoon, alsof de aangesprokene in de keuken idealiter wat jonger is.
Tot slot zit er een maatschappijkritiek in het boek waarvan me nog niet helemaal duidelijk is wat Hoekstra ermee beoogt. De bovenlaag van de samenleving, waarvan David bij uitstek een telg is en waarvan Haarlem tot symbool wordt gemaakt, wordt door het hele boek heen belachelijk gemaakt, performancekunst krijgt het weer zwaar te verduren en maatschappelijk engagement wordt ontmaskerd als een poging tot het breed trekken van navelstaarderij. Als David op social media zit merkt hij op:
De wereld was het afgelopen jaar in een draaikolk veranderd. Op het internet waren er tegenwoordig alleen maar mannen met baarden die schreeuwden over vrouwen, en vrouwen met gekleurd haar die schreeuwden over mannen, en het enige wat ze nog met elkaar deelden was het feit dat ze schreeuwden.
De roman eindigt met de realisatie dat David bijna het paard is dat voor hem staat, ‘[h]et enige verschil tussen het leven van mij en het leven van dat paard is dat hij er zich niet van bewust is. Het paard dat de hele dag geen gras kan vinden denkt niet dat hij een slecht paard is.’ Uit al deze voorbeelden komt mij een beeld naar voren dat David de moderne maatschappij verwerpt en aan het einde misschien zelfs wel de menselijke conditie an sich. Maar de voorbeelden passen niet noodzakelijk goed in dít boek, bij dít personage. De gedachten zijn te rijp om als puberverongelijktheid af te doen, eerder Houellebecq dan Salinger. Ik ben benieuwd waar ze toe leiden als Hoekstra ze verder uitwerkt, in een volgend boek na Kuren wellicht.
Ik fietste de hele Leidsevaart weer af en kwam aan in de buurt waar ik woonde. Een volkswijk bij het centrum, waar een paar decennia eerder nog messengevechten hadden plaatsgevonden, maar waar inmiddels al het gevaar was geweken en de huizen voor grote zakken geld aan jonge koppels werden verkocht. Ik maakte de bocht van mijn straat, ik luisterde naar de openingsmaten van 'Is This It' en het voelde alsof er ergens diep in mijn lichaam een natte handdoek werd uitgewrongen. ... 'Ik bijt niet zomaar in iemands kuiten' zei oom Ton vaak. 'Dus ik zal er wel mijn redenen voor hebben gehad.'
Fijn en erg grappig boek. Het is mooi hoe het boek naast een beschrijving van een heel naar ziektebed een mooie en ontroerende beschrijving is van de vroege puberteit. Het is mooi hoe al het ongemak is beschreven, hoe GROOT dingen voelden in die tijd en hoe alles zo hard en puur binnenkomt. Dat gevoel was perfect beschreven en het bracht mij ook weer een beetje terug naar deze tijd. Verder heb ik meermaals echt erg gelachen, om de bizarre, ongemakkelijke, rare situaties en wat zoiets heftigs en serieus met je omgeving doet. Niemand kan meer op default staan, niemand weet meer hoe ze zich moeten gedragen, en wat blijft er dan over? Vreemde, absurde, mooie ongemakkelijke situaties, waar ik als lezer dan weer heel blij van werd.
Geluisterd tijdens het lezen: Weinig, het was warm en ik zat veel buiten. Maar: Luis Paniagua - De Magico Acuerdo
Laat ik meteen zeggen: dit boek is oprecht een aanrader: ga het lezen!
Het is echt heel goed en leuk geschreven. Dit is die typische DasMag/Gen Z-literatuur die we kennen van bijvoorbeeld Tobi Lakmaker, en het werkt gewoon fantastisch. Het verhaal wordt op een nieuwe manier verteld: letterlijk, alsof iemand het je rechtstreeks zit te vertellen. Daardoor zit het vol spreektaal, denk aan zinnen als ‘Kijk:’, ‘Weet je wat het is’, en ‘denk ik’. De verteller spreekt je direct aan, wat het verhaal eerlijk, geloofwaardig en bovendien ontzettend grappig maakt.
Het enige wat voor mij wat minder werkte, is dat hij de lezer op een gegeven moment personaliseert, door te doen alsof jullie elkaar op een feestje ontmoeten en hij daar dit verhaal aan je vertelt. Dat vond ik niet storend, maar het had van mij niet gehoeven.
Ik waardeerde de nuchtere en cynische toon van dit boek. Het is gek genoeg zeer vermakelijk om te zien hoe zwaar ongemakkelijk mensen zich gedragen wanneer ze geconfronteerd worden met iemand met kanker. Het is zo'n situatie waar geen script voor bestaat en die ook nog eens niet snel weggaat. Een simpele sociale dooddoener als "beterschap" of "het komt wel goed" dekt niet de lading van de ernstige ziekte, maar overdreven medelijden en verdriet voelt als een extra last die op de schouders van het kind met kanker wordt gelost. En David moet het maar allemaal over zich heen laten komen, van de shitty cadeaus van klasgenoten en irritante cliniclowns tot ouders die niet weten wat ze met hun emoties aan moeten en een broer die hem negeert. Het is een bizarre situatie, met soms lachwekkende, soms ontroerende gevolgen. Altijd ongemakkelijk in elk geval. Ik heb genoten.
“Je moet gewoon niet bitter worden, beloof je dat? Bittere mensen zijn slechte verliezers die trots zijn op het feit dat ze opgegeven hebben.”
“Gelukkig hoeft je fantasie niet te voldoen aan zoiets kinderachtigs als de werkelijkheid.”
& herkenbaar
Vooral omdat ik ook in Haarlem (en op dezelfde school) ben opgegroeid:). Het Z-lokaal, pesten van docenten, het schoolfeest op het strand en de stiels was erg fijn om over te lezen.
“Wist ik al wat ik later wilde worden? Het zou me niets verbazen als ik van die laatste vraag kanker heb gekregen. Zo vaak werd hij in Haarlem gesteld, de stad waar ze zelfactualisatie tot staatsreligie hadden gebombardeerd.”
David groeit op in Haarlem en als ex-Schalkwijker die een jaar ouder is dan de auteur vond ik heel veel iets “te relatable” (om maar even mijn inner millenial meteen te exposen). Dat maakte het ook meteen een bijzonder boekje voor mij om te lezen denk ik, want opeens werden veel dingen van vroeger in het perspectief geplaatst van een jongen met kanker. En eigenlijk was dat weinig verschillend dan mijn eigen perspectief, wat dan weer onverwachts en wat minder sensationeel dan gehoopt was. De dure huizen in Heemstede, een wat aftandse koepel in de hout om een jointje onder te roken en een avond uit naar de Stiels met de eeuwig herhalende playlists, blijkbaar ben ik inmiddels rijp voor nostalgie.
Het is cynisch, oprecht en een beetje grafisch soms. Best wel lekker dus!
Gelukkig hoeft je fantasie niet te voldoen aan zoiets kinderachtigs als de werkelijkheid, Kuren p. 27
Thijs, wat een boek heb je neergezet. Elke zin is een kunstwerkje, met leuke woorden en lekker scherp uit de hoek. Werd helemaal meegesleept in de ervaring, zonder dat er echt grote gebeurtenissen werden beschreven. En ik vond het een goeie realisatie dat niet alles wat wij als volwassen een goed idee vinden, ook zo voelt voor kinderen. Het enige minpunt vond ik het laatste hoofdstuk, waarin nog in vogelvlucht door een paar jaar heen werd gespit (voor mijn gevoel)
ik heb in tijden nog nooit zo’n herkenbaar boek gelezen, van de bezorgde ouders en ongemakkelijke klasgenootjes die op bezoek komen tot de afschuwelijke cliniclowns. maar het vangt ook perfect dat uiteindelijk het leven gewoon doorgaat als je weer beter bent. het is zo goed, vlot en grappig geschreven. echt een product van onze generatie, fantastisch!!
Af en toe was het wel grappig, maar dit boek is waar het zich tegen wil afzetten. Het ruikt naar Urban Arrow en VanMoof.
Het ís Haarlem. De cynische toon over opgroeien in die omgeving maakt het helaas het plaatje compleet, want ook onverschillig doen over de Randstedelijke Gymnasium bubbel waarin je opgroeit hoort erbij.
Een van de grappigste boeken die ik tot nu toe heb gelezen. Zo geschreven dat je geen enkele moeite hoeft te doen om scenario’s, en het gevoel daarbij, in te beelden en ermee in te leven. Gebeurt er telkens iets groots qua plot in dit boek? Nee. Blijft elke bladzijde interessant? Ja.
Ja, he he, zó zouden boeken moeten zijn. Ongelofelijk grappig en scherp. Ik ben het brandend wiel op de poolvlakte. Ik heb per ongeluk negen maanden de CliniClowns financieel gesteund omdat de straatverkoper, Werner, me beloofde zijn nummer te geven. Hij smste me nooit terug.