Wat dreigen we te verliezen als we de vernietiging van het levende niet ombuigen in herstel en zorg? Over kieviten, palingen, olmen, spreeuwenzwermen, sneeuw, vuurvliegjes, stilte en duisternis.
In minder dan een halve eeuw zorgde de mens voor het verdwijnen van drie kwart van het aantal dieren. Niet alleen zeldzame soorten leggen het loodje. Wat ooit gewoon was, wordt steeds zeldzamer en omdat we het nooit meemaakten, dreigen we ook te vergeten hoe overvloedig al het andere leven niet eens zo lang geleden was. In Archief van mogelijk verlies duikt Tine Hens in haar eigen geheugen. In een mengeling van fictie en non-fictie rakelt ze herinneringen op aan kieviten, palingen, olmen, spreeuwenzwermen, leeuweriken, korenbloemen. Maar ook aan sneeuw, gletsjers, vuurvliegjes, stilte en duisternis. Wat dreigen we te verliezen als we de vernietiging van het levende niet ombuigen in herstel en zorg? Dit boek is een recept voor verwondering en een dam tegen geheugenverlies. Maar het voedt vooral de liefde voor het leven dat ons omringt. Componiste Ellen Jacobs maakte op basis van de geluiden die bij de twaalf hoofdstukken horen, een unieke soundtrack. Bij het boek hoort ook een tentoonstelling die een jaar lang van stad naar stad reist.
Elk hoofdstuk is zowel verhalend als informerend geschreven. Naast de ontroerende verhalen, krijg je telkens alarmerende cijfers voorgeschoteld. Ze verplicht ons om stil te staan bij wat binnenkort in het archief zal belanden. Ze verplicht ons om onze fragiele natuur niet als norm te accepteren. Naar mijn mening is dit verplichte lectuur.
Een indrukwekkende ode aan de schoonheid, aan verwondering, een poëtische beschrijving van hoe fantastisch alles op deze planeet samenhangt, onlosmakelijk verbonden is.
En daarom ook zo'n triest boek. Een afrekening met de mens als verwoestende kracht. De mens die in al zijn genialiteit zo dom en wreed is. Hoe alles samenhangt en de mens dat alles geweld aan doet, steeds meer, steeds grootser tot niets meer zal samenhangen en alles ineen stuikt.
Vrolijk word je er niet van. Maar Hens waarschuwt je hiervoor al op de eerste pagina's als ze het over 'hopeful pessimism' heeft.
"In 'Hopeful pessimism' ontleedt de Nederlandse filosofe Mara van der Lugt de valse gelijkstelling tussen hoop en optimisme, tussen wanhoop en pessimisme en de vrees dat vooral dat laatste ons verlamt en platslaat. Maar, argumenteert Van der Lugt, niet pessimisme is de valkuil, zelfs wanhoop niet, die zijn in het licht van de ernst van de planetaire toestand te rechtvaardigen, wel fatalisme, cynisme en onverschilligheid."
Dit boek is pessimistisch en omarmt de wanhoop, zeker. Maar het brengt ook telkens weer mensen ten tonele die zich niet overgeven aan fatalisme, cynisme en onverschilligheid maar die moedig blijven vechten, op hun kleine domeinen. In die ontroerende portretten vond ik hoop naast de wanhoop.
Ik wou dat ik dit boek zelf had geschreven. Het is het beste wat ik over natuur/biodiversidinges/ menselijk en ander leven las in een lange tijd.
Al doet het woord boek dit project misschien wel teniet. Het is een archief, soundscape, tentoonstelling, gedicht , slam poetry, essay, kortverhaal, houtsnede, onderzoeksjournalistiek, autofictie, literaire non-fictie en nog veel meer.
Lees dit en ga naar buiten en dus ook naar binnen, want die muur haalt ze neer als een ijzeren gordijn in 89.
Misschien is niet elk hoofdstuk even sterk geschreven maar ze zijn wel allemaal minstens even belangrijk. Aanrader voor alle 'zeikerds over klimaat en biodiversidinges' en iedereen die wel eens stilstaat bij de dingen.
Tine Hens' relaas van wat we allemaal aan het kwijtraken zijn is persoonlijk, gevoelig en authentiek, maar niet om vrolijk van te worden. Als lezer word je meegevoerd langs smeltende gletsjers, uitdunnende spreeuwenzwermen en de verdwijnende zang van de leeuwerik. De bezongen schoonheid van de 'elektronische' roep van de vroedmeesterpad en de kievit, het mysterie van de voortplanting van de paling, het wonderlijke van zwermen vuurvliegjes en de uitgestrektheid van gletsjers en het uitspansel zelf worden overschaduwd door de sluipende teloorgang van dit alles. Dat soorten kunnen verdwijnen weten we al sinds de laatste dodo werd opgegeten, maar dat wilde dieren, planten en andere natuurfenomenen ook in aantal snel afnemen is iets waar maar weinigen zich bewust van zijn. Grotere zoogdieren en vogels gaan steeds minder vaak op in de massa, de status van elk individu is bekend, sommige krijgen zelfs een eigen naam, zolang ze er zijn tenminste. Oprukkende landbouw, vervuiling en verstedelijking dragen een belangrijke verantwoordelijkheid daarvoor, maar een deel van de verdwenen palingen en zangvogels werden eenvoudigweg gevangen en verorberd. Tussen de bedrijven door organiseert de auteur zelf haar kleine verzet, door sommige schijnbaar onwetende of ontkennende betrokkenen op hun verantwoordelijkheid te wijzen. De gletsjerjournalist die met elke vlucht naar een verdwijnende ijskap zelf zeven kubieke meter ijs doet smelten, het reisbureau dat vindt dat er in Roemenië nog genoeg leeuweriken zijn om ze als jachtwild aan te prijzen, en de organisator van een palingfestival die geen idee heeft dat zijn concept met uitsterven bedreigd is. Hens spreekt over landschaps- en ecologenpijn, maar beperkt zich niet tot officieel levende wezens. Ook sneeuw, duisternis en stilte lijken we onherroepelijk kwijt te geraken. Hens doorweeft haar zoektocht, meestal per trein, uitzonderlijk eens per deelwagen, met anekdotes uit haar eigen leven, waaruit steevast een grote betrokkenheid blijkt. Soms levert het verzet iets op, zoals het protest tegen een snelweg in de Pyreneese Aspevallei waartegen ze dertig jaar geleden zelf actie voerde. Maar globaal is er weinig reden tot optimisme. Voor de brulboeien die op sociale en andere media de redding van de mensheid (de lat ligt laag) verkondigen dankzij kernenergie en GGO's is Tine Hens de sfeerspons van dienst. Maar ze heeft wel een prachtig project afgeleverd, dat met de bijpassende houtsnedes, een soundscape en een expositie veel meer is dan louter een boek.
In twaalf hoofdstukken schrijft Tine Hens wat we dreigen te verliezen door onze niet-aflatende drang om als soort een steeds grotere en destructievere impact na te laten op onze omgeving.
Van het verdwijnen van de sterrenhemel door lichtpollutie over soorten zoals de leeuwerik en de kievit die enkele generaties geleden nog in massale hoeveelheden onze boerenvelden overspoelden. Waar deze soorten steeds stiller worden, maken we als mens steeds meer lawaai.
Het shifting baseline syndrome in actie. Wat vroeger gangbaar was, is dat nu niet meer, maar wordt als het nieuwe normaal ervaren. Zo dreigen we steeds meer soorten te verliezen, zonder dat we het zelf beseffen.
Een boek om stil en verdrietig van te worden, maar tegelijkertijd noodzakelijk om te beseffen dat het stilaan echt anders moet. Want er valt nog steeds heel veel moois te redden.
Zoals de spreeuwenzwermen op een mooie zomeravond of misschien nog een paar gletsjers als we onze beloftes nakomen om onze CO2-emissies te beperken.
Het is nog niet te laat, maar het besef dat we NU actie moeten ondernemen moet wel stilaan gaan komen.
Na het bijwonen van een interview met Tine Hens - wat kan die vrouw gepassioneerd vertellen! - eindelijk tijd gevonden om haar boek zelf te lezen. Mijn tweede klimaatboek op rij en alweer geen opbeurende literatuur. Hens schrijft over soorten die ooit gewoon waren: vuurvlieg, paling, olm, leeuwerik..., maar nu bedreigd zijn. Elk hoofdstuk heeft een ander genre, fictie, non-fictie, spoken word, en wordt ingeleid door prachtige houtsnedes van Jan De Kinder. Het boek eindigt met een QR-code naar een soundscape van componiste Ellen Jacobs: 23 minuten, van groeiende korenbloemwortels tot spreeuwen en een voetmeesterpad. Wat ik prachtig vind? De dieren en de natuur worden beschreven alsof het echte mensen zijn. En waarom ook niet? Het zijn levende wezens met evenveel recht op bestaan als wij. Meer zelfs: zonder hen zijn wij ten dode opgeschreven. Het hoofdstuk over de paling en diens mysterieuze leven is subliem. Alleen daarvoor al de moeite van het lezen waard. Lees het verslag van het interview op mijn blog: https://c-bon.org/tine-hens-archief-v...
De titel dekt de lading: Archief van mogelijk verlies. Hoewel ‘persoonlijk’ nog had mogen toegevoegd, want dat maakt de opsomming zo rakend… zo gevoelsmatig en oprecht. Zo pijnlijk ook, want historicus en journalist Tine Hens gaat de confrontatie niet uit de weg. De klimaat- en biodiversiteitscrisis in de lijf en ziel van een dier of natuurfenomeen dat aan het verdwijnen is: dat komt aan. Bovendien duikt Hens diep in elk verhaal, verweeft ze geschiedenis met cultuur en natuur, omringd door de experts ter zake. Ze giet daarbij het shifting baseline syndroom in proza (en soms ook poëzie) dat spreekt. Want opletten is essentieel: het dreigende verlies van onze oh zo vanzelfsprekende omringende schoonheid is nakend.
Ik heb dit boek aan mijn echtgenote cadeau gedaan op basis van een review op de radio. Zwaar thema: alles wat verloren gaat: gletsjers, leeuweriken etc.
Goed geschreven, bijwijlen zelfs grappig. Je leert ook veel bij over hoe het vroeger nog was bijvoorbeeld.
Ter hoogte van het hoofdstuk Vuurvliegjes werd een en ander mij toch te militant, en ben ik afgehaakt.
Heel fijn boek dat vlot wegleest. De snelle afwisseling tussen verschillende onderwerpen houdt de vaart er echt wel in. En ik dacht niet dat ik het ging zeggen, maar: de houtsneden die elk hoofdstuk illustreren zijn echt wel knap gemaakt. Aanrader!
Breekt je hart. :'( 'Het lijkt soms alsof we door stijfhoofdig, rechtlijnig en hardnekkig door te bomen, gedoemd zijn steeds weer in hetzelfde kringetje van probleem, remedie, verwacht resultaat, onverwacht gevolg, nog groter probleem, te lopen. '