Je zou denken dat een stad waar elk jaar meer dan dertig miljoen toeristen passeren geen geheimen meer heeft. Maar toch: Venetië blijft verbazen. Er zijn nog steegjes die niet platgelopen zijn, terrassen waar u nog tussen de Venetianen luncht, en adresjes die nooit in een reisgids belanden – tenzij u deze in handen hebt.
In tegenstelling tot de copy-paste lijstjes van would-be influencers die Venetië nooit zelf bezochten, bevat deze gids louter persoonlijke aanbevelingen van iemand die meer dan zestig keer in La Serenissima was. Iemand die uit ervaring weet waar u goed dineert, en waar vooral niet. Waar u echte souvenirs vindt, in plaats van kitsch. Waar u zélf glas kunt blazen. Waar de mooiste kamers schuilgaan in de meest authentieke hotels. Welke Venetiaanse topevenementen u niet mag missen en hoe u ze best boekt. Wat er schuilt achter de gevels van mythische palazzo's. En hoe u, op het juiste moment, via de juiste ingang, het verborgen deel van het Dogepaleis ontdekt.
Dit boek werd gemaakt onder het motto dat een reisgids geen droge opsomming mag zijn, maar de ziel van een stad moet vatten, en haar eer bewijzen. Voor estheten en hedonisten, voor wie wil dwalen en zich laten overspoelen, voor reizigers die de stad niet willen controleren, maar haar willen ondergaan.
Welkom in de stad der zuchten – van verwondering en bewondering. Met dit boek bént u er al.
Ik beschouw mezelf eigenlijk totaal niet als een hedonist - eerder als een vrek - maar als er een boek is waarvan de kaft in het groot en vet 'VENETIË' schreeuwt, ja, dan kan ik er ook niet omheen en geef ik mezelf maar over aan dat kleine stukje van me dat dan toch hedonistisch blijkt te zijn.
Het is inderdaad een soortement reisgids, zoals de titel belooft, maar niet van het gewone soort. Simonart besteedt aandacht aan hoop toeristische plekken, evenementen, hotels, restaurants en winkels, maar doet dat op een heel andere manier dan gewone reisgidsen. Hij heeft veel meer aandacht voor de geschiedenis van de stad en de specifieke plaatsen en hij schrijft erover in een onnavolgbare stijl, die bij tijd en wijle ronduit hilarisch is. Verder spat zijn liefde voor La Serenissima van de pagina's, al is hij ook niet blind voor de gebreken van de stad en durft hij zich zeker kritisch te uiten waar dat mag. (Maar vooral uit hij zich kritisch tegenover de dingen waarvan ik dat ook zou doen...) Daarnaast bevat dit boek ook een reusachtige hoeveelheid foto's, vaak op tamelijk groot formaat, wat je in gewone reisgidsen ook niet tegenkomt. (En wat ervoor zorgde dat dit boek, dat eigenlijk bijna 400 bladzijdes telt, toch heel vlotjes te lezen is.)
Jammer dat er een aantal irritante typfouten zijn blijven staan, het waren er iets meer dan ik zou willen.
Ik heb alles gelezen, van A tot Z, dus van de gewone bezienswaardigheden tot de praktische 'Hoe overleef ik Venetië (en hoe overleeft Venetië mij)?'-tips, gewoon omdat ik de schrijfstijl geweldig vond. Niet dat ik ooit van plan ben om nog maar een teen binnen te zetten in de meeste van die twintig-of-hoeveel-zijn-het-er peperdure hotels, maar hé, met dit boek heb ik er dan toch een beetje een idee van gekregen van hoe het er daar uitziet en wat ik mis.