De familiegeschiedenis speelt zich af tegen de achtergrond van de geschiedenis van Suriname waarin de slavernij en de hiërarchische samenleving een grote rol spelen. In de negentiende eeuw is de meerderheid van de witte mensen in Paramaribo Joods en in tegenstelling tot de niet-Joodse witte bevolking zijn de Joden generaties lang in Suriname geboren en getogen. Het verhaal van de familie De Vries is exemplarisch voor de geschiedenis van de (Hoogduitse) Joden in Paramaribo.
René de Vries (1946) werkte na zijn studie geneeskunde in Leiden drie jaar als arts in Suriname. Daarna keerde hij terug naar Leiden om te promoveren en zich tot internist te specialiseren. Daar is hij verder altijd blijven wonen en werken.
Tot zijn emeritaat in 2011 was hij bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) werkzaam, sinds 1990 als hoogleraar in de Immunogenetica. Daarnaast was hij van 1998 tot 2011 hoofd van de Bloedtransfusiedienst van het LUMC. Hij verrichtte ruim dertig jaar onderzoek naar erfelijke en immunologische aspecten van infectieziekten en auto-immunziekten. Hij is (co-)auteur van ongeveer driehonderd publicaties en ontving voor zijn onderzoek onder andere de Koninklijke/Shellprijs.
Zijn belangrijkste hobby is de muziek. Vanaf zijn elfde jaar speelt hij cello.
Na zijn emeritaat is hij gestart met het onderzoek naar en het schrijven van een boek over Lise Cristiani, de eerste vrouwelijke cellist, en haar stradivariuscello, de Cristiani-stradivarius.