Een zilveren uierprikker, twee Delftsblauwe tegeltjes, drie mottige knuffelberen. Na het overlijden van hun moeder moeten Gerbrand Bakker en zijn broers en zus het ouderlijk huis leegruimen en de boedel verdelen. Hoe maak je zo’n verdeling? Welke verhalen schuilen er achter al die voorwerpen, en waarom staan die verhalen soms haaks op elkaar? Of moet je de ‘emotionele waarde’ wegdenken en de dingen gewoon ding laten zijn? Over sommige objecten wordt flink gedebatteerd. Niet alleen over de kostbare gevallen; ook een paar doosjes paracetamol kunnen plots tot hevige discussie leiden. Soms moet een loting het pleit beslechten. Maar uiteindelijk komen de zes nabestaanden er altijd uit in goede harmonie, misschien omdat de woorden van hun moeder nog altijd nagalmen: ‘Wie ruzie maakt, krijgt niks!’ Bakker classificeert de spullen die hij uitkiest en herinnert zich aan de hand van een stapeltje agenda’s de laatste jaren van moeders leven. En dan doemt onvermijdelijk de vraag op: wat moeten zíj nu met die spullen, met de Friese staartklok en oma’s ezeltje?
Gerbrand Bakker werd geboren op 28 april 1962 in Wieringerwaard, als derde zoon in een boerengezin van zeven kinderen. Heeft van 1967 tot 1992 'op school' gezeten: kleuterschool; lagere school; havo; vwo; agogische akademie in Leeuwarden en Nederlandse taal- en letterkunde aan de universiteit van Amsterdam.
Van 1995 tot 2002 was hij ondertitelvertaler, waarbij hij een voorkeur ontwikkelde voor natuurfilms die vrijwel allemaal in scène gezet worden: na een flink aantal documentaires zag hij regelmatig dezelfde beelden terugkomen.
Aangezien die kwarteeuw school blijkbaar nog niet voldoende was, begon hij in september 2003 een avondopleiding tot hovenier aan de Groene Campus in Alkmaar. In juli 2006 sloot hij die opleiding succesvol af en vanaf dat moment is hij - als 'vakbekwaam hovenier' - in te huren voor tuinontwerp en -onderhoud.
Omdat hij tijdens zijn studie Nederlands nogal wat aan etymologie had gedaan, en eerste pogingen tot het schrijven van kinderboeken faliekant mislukten, besloot hij een etymologisch woordenboek voor kinderen te gaan schrijven.
Een prachtig kleinood over de verdeling van de nalatenschap van twee 'gewone' mensen, met hun eigen karakters en verzamelingen. Wat bewaar je? Wat gaat er de container in? Allerlei snuisterijen waarvan je nooit had vermoed dat ze bestonden worden door middel van officiële kaders van historische context voorzien, maar tussen de regels door ook van grappig en ontroerend commentaar. Het huis raakt langzaam steeds leger, steeds meer ontdaan van de ziel van de twee mensen die erin woonden, maar tegelijkertijd 'wacht' het. De nachtlamp gaat nog aan, de koelkast zit nog in het stopcontact en de bladen van de verjaardagskalender worden nog omgeslagen. Totdat ook die een bestemming vindt en iemand anders nog heimelijk alle bladen fotografeert, om het mooie handschrift van moeder niet kwijt te raken.
In tegenstelling tot het onderwerp is dit boek optimistisch van aard, zeker voor Gerbrand Bakker, voor wie depressies ook niet vreemd zijn. Maar in dit boek voelt hij zich 'neutraal', zoals hij zelf ook zegt en dat heeft nog steeds alles te maken met zijn gezellige samenzijn met vriend M. en hondje Floris. Er komen kleine pesterijtjes in het boek voor, tussen M. en de schrijver en de schrijver en zijn broers en zus. Ook weet hij zichzelf soms komisch belachelijk te maken, vooral in vergelijking met zijn familieleden. In zekere zin is het boek gewoon een voortzetting van de Privédomeinserie (nu vier delen), net zoals 'Rotgrond bestaat niet', 'De 3 bestaat niet' en zelfs het dunne 'Krokodil in Drenthe' daar ook gewoon tussendoor laveerden. Een voortzetting daarvan dus, inclusief alle grappige overpeinzingen over mensen, zoals dat het altijd de 'sanguine' mensen lijken te zijn die heel lang leven en hun flegmatieke soortgenoten die eerder het loodje leggen.
Vaak was ik geroerd door de rake beschrijvingen van de objecten die voor vader en moeder belangrijk waren, zoals een velletje postzegels (in drievoud) van allerlei bijzondere koeienrassen, verzameld door vader de koeboer, en door de stoffen etuitjes en lavendelzakjes die moeder maakte. Wat maakt een mens tot een mens? Onder andere dat wat men zoal om zich heen verzamelt.
6 Nu is het zover. De dingen zijn onbeduidende dingen geworden, dingen die nu van ons zijn of willen worden. Met ‘emotionele waarde’ zoals dat dan heet. Maar je moet inderdaad uitkijken, oudste broer heeft gelijk: je moet niet te hebberig worden. En zo’n ding kan ineens een twistpunt worden. Nooit heeft iemand ernaar omgekeken, maar nu zijn er twee of drie die het willen hebben.
Wat een origineel idee om, na het overlijden van zijn 89-jarige moeder, over het verdelen van de boedel een boek te schrijven. Voor liefhebbers van de reeks Privé-domein van Gerbrand Bakker. Je kunt dit boekje lezen als een toetje na zijn laatste Aan mij heb je niks.
Maar zeker ook leuk voor iedereen die wel eens met het verdelen van een boedel te maken heeft gehad.
30 Misschien horen we allemaal de stem van moeder, die, als er voortijdig al eens over de erfenis gesproken werd, steevast zei: ‘Wie ruzie maakt, krijgt niks!’
Precies de stijl waar ik van houd: kraakhelder en direct, soms nostalgisch maar zonder sentimenteel te worden. Gerbrand Bakker lijkt me ook een erg leuke man: een nieuwsgierige observator met een zachte blik en een liefdevol gevoel voor humor. Ik heb meteen zin gekregen om zijn andere boeken te lezen.
‘Het is even stil. Dat is uitzonderlijk. Oudste broer kijkt mij aan. Hij is weer wat rustiger geworden. Misschien vond hij het aantrekken van vaders oude zwembroek en het poseren daarin voor foto’s toch ook wel een beetje apart. Hij zegt dat zijn vrouw het opvallend vindt dat ik zo weinig zeg als we bij elkaar zijn, en dat ik altijd een beetje nukkig ben, ‘En dan schrijf je later de dingen op en dan rollen de zinnen er achter elkaar uit.’ Ja, dat zal, en ik heb daar verder niets op te zeggen. Nou ja, één ding: ‘Nukkig?’’
I loved to read it, so much recognition. So subtle about the connections between siblings, the pat and how things lose their soul when users have passed away.
Ik geniet altijd volop van Gerbrand Bakkers boeken en dit boek is geen uitzondering.
Na de dood van beide ouders moeten zijn broers, zus en hij de boedel verdelen, opruimen. Er komen heel veel herinneringen bij hem boven. Daar dit voor velen een bekend fenomeen is, is het niet verwonderlijk dat bij mij vergelijkbare herinneringen opkomen. Soms melancholiek, soms grappig.
After the death of both his parents, he, and his brothers and sister had to divide and clear out the inventory of the house. A wealth of memories came flooding back to him. Since this is a familiar phenomenon for many, it's not surprising that similar memories resurface for me. Sometimes melancholic, sometimes humorous.
Mooi klein boekje over het verdelen van de boedel na het overlijden van moeder. Soms worden niet alleen de spullen maar ook het verdriet en de herinneringen verdeeld. Met kleine woorden zoekt Gerbrand Bakker naar grote gevoelens. Sterft ieder op zijn eigen manier? Door welke toevalligheden is mijn bestaan gestuurd en hoe moet dat nu met mijzelf, als ik sterf? Ik heb geen kinderen. Dan maar afsluiten met moeders constatering: 'Zolang je eet, ga je niet dood.'
Lief boekje over het verdelen van de spullen als de laatste ouder is overleden. De spullen dragen herinneringen en verhalen die Gerbrand mooi verwoordt. De kinderen (die zelf ook al niet zo jong meer zijn) gaan heel rationeel om met de verdeling: men gunt een ander wat en anders wordt er eerlijk geloot. Afsluiting van een tijdperk met een kleine blik op de onvermijdelijke toekomst...
Het relaas van een familie met zes kinderen, waarbij de boedel wordt verdeeld na het overlijden van hun moeder( vader is drie jaar eerder overleden)en wordt beschreven hoe dat verloopt met in het achterhoofd: " Wie ruzie maakt, krijgt niks!"