Peter erfde het oorlogsdagboek van zijn grootvader Cel, die van 1942 tot 1945 als dwangarbeider in nazi-Duitsland verbleef. Cel maakte bombardementen mee, ontsnapte enkele keren nipt aan de dood en nam de grote gebeurtenissen van de geschiedenis waar, van collaboratie en verzet tot de laatste dagen van de concentratiekampen. Tijdens de lockdown van 2020, toen iedereen gedwongen thuisbleef, las Peter voor het eerst het dagboek in het huis waar hij als kind met zijn ouders en grootouders woonde. Herinneringen komen als een caleidoscoop een voor een voor het voetlicht en nemen nieuwe vormen aan.
In zijn eerste roman duikt Peter Mangel Schots in de dagboeken van zijn grootvader, die als dwangarbeider in Duitsland moest werken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het boek legt een parallel met de coronaperiode in 2020, waarbij de “tijd van dwang” verschuift van gedwongen arbeid naar een hedendaagse vorm van opsluiting. Die vergelijking blijft subtiel en wordt nergens geforceerd, waardoor het geheel geloofwaardig en realistisch blijft.
Hoe verder je leest, hoe meer je naar het einde toegezogen wordt, zowel door het oorlogsverhaal als door het verhaal in het heden, waar het verleden telkens opnieuw opduikt. Voor mij een sterk debuut dat twee periodes op een overtuigende manier met elkaar verweeft.