Enkele uren voordat hij stierf, vroeg de man van Annegreet van 'Doen we geen kusjes meer?' Het waren zijn laatste woorden. Ofschoon zijn dood allesbehalve onverwacht kwam, werd Annegreet overvallen door de onverbiddelijke rouw die op zijn overlijden volgde. Nuchter, openhartig en lichtvoetig vertelt zij over haar eigen ervaringen, vergelijkt die met die van andere nabestaanden en plaatst deze tegen het decor van recente maatschappelijke ontwikkelingen zoals toegenomen mondigheid en veranderde medische ethiek. Over liefde, is niet alleen herkenbaar en troostrijk voor lotgenoten, maar ook nuttig en leerzaam voor iedereen die zich wil voorbereiden op de dood en hoe verder te gaan wanneer je achterblijft na het overlijden van een dierbare.
Deze recensie werd eerder gepubliceerd op mijn blog GraagGelezen.
Een direct, openhartig en herkenbaar baken voor lotgenoten en een nuttige gids voor de rest van ons
Annegreet van Bergen kennen we natuurlijk van haar bestsellers over onze collectieve geschiedenis (zoals ‘Gouden Jaren’), maar in haar nieuwste boek, ‘Over liefde, de dood en verder leven na verlies’, richt ze de lens op een veel intiemer onderwerp: de rauwe werkelijkheid van het achterblijven. Het resultaat is een boek dat precies doet wat de titel belooft, zonder te vervallen in loodzware sentimentaliteit.
Maar in dit boek lees je ook een scène die je direct naar de keel grijpt: de laatste woorden van haar man Pieter. "Doen we geen kusjes meer?" vroeg hij, vlak voordat hij stierf. Het zet de toon voor de rest van het relaas: ontwapenend eerlijk en wars van clichés. Van Bergen beschrijft hoe ze, ondanks een lang ziekbed waarin ze dacht al veel "vooruit gerouwd" te hebben, toch volledig werd gevloerd door de definitieve klap.
“Ach, het leven hangt van ironie aan elkaar. Pakweg zes weken na Pieters overlijden sprak ik in de stad een vage bekende. Het was de eerste keer en dus stroomden er toen ook weer tranen over mijn wangen. Met lief bedoelde woorden monterde ze me op: ‘Je zult zien, binnenkort kun je weer lachen’. Dat zorgde voor een binnenpretje. Want ondanks al mijn verdriet en alle tranen heb ik na Pieters overlijden iedere dag wel gelachen.”
Een van de meest treffende onderdelen van het boek is de metafoor van de sisyfusarbeid. Van Bergen wijdt hier twee hoofdstukken aan en legt haarfijn uit dat rouw geen lineair proces is met een keurig 'eindstation'. Net als Sisyfus die zijn steen steeds weer de berg op rolt, word je als nabestaande steeds opnieuw overvallen door het besef: "Hij is er niet meer." Hoewel de steen soms weer naar beneden rolt, laat Van Bergen zien dat de impact van die val over de jaren heen verandert. Het verdriet wordt niet per se minder, maar de overvallen worden minder heftig.
“Ik mag dan van mijn schuldgevoel verlost zijn, ik verricht nog steeds sisyfusarbeid. Nog steeds word ik in allerlei situaties overvallen door het besef dat Pieter dood is. Nog steeds vervult mij dat met verdriet. Maar het verandert.”
Wat dit boek boven het gemiddelde rouwdagboek uittilt, is de blik van Van Bergen. Ze beperkt zich niet tot haar eigen huiskamer, maar trekt het onderwerp breder, je leest over de maatschappelijke context; ze analyseert hoe onze kijk op de dood is veranderd door toegenomen mondigheid en medische ethiek.
Het uitstapje naar de term 'weduwe' — met de iconische Veuve Clicquot als voorbeeld — geeft het boek een intellectuele lichtvoetigheid die de zwaarte van het onderwerp goed breekt. De auteur is verfrissend direct over wat je wel en vooral niet moet zeggen tegen iemand in rouw. Geen vage spirituele dooddoeners, maar nuchtere observaties.
‘Over liefde, de dood en verder leven na verlies’ is een dapper boek. Van Bergen slaagt erin om het allergrootste verdriet klein en hanteerbaar te maken. Het is een aanrader voor iedereen die midden in de storm van verlies staat, maar misschien nog wel meer voor degenen die er (nog) buiten staan.
‘Over liefde, de dood en verder leven na verlies’ is een troostrijk baken voor lotgenoten en een leerzame gids voor de rest van ons. Openhartig, herkenbaar en – ondanks het onderwerp – bewonderenswaardig vitaal.
Een mooi verhaal over de relatie van de schrijver met haar man, over het leven en de dood en het verder leven zonder haar geliefde. Ze heeft heel openhartig geschreven over alles wat erbij komt kijken wanneer je verder moet leven nadat je geliefde echtgenoot gestorven is. Daarbij heeft ze ook de wisselende opinies van andere weduwen en weduwnaren in ogenschouw genomen.
Haar kijk op euthanasie is echter anders dan die van mij, evenals haar kijk op het lijden en de dood zelf. In haar boek laat ze er geen twijfel over bestaan dat ze het niet hoog op heeft met de Katholieke kerk, en dat is haar goed recht. Helaas merk ik vaker dat de geschiedenis van de laatste eeuw vooral gekleurd werd door een anti-kerkelijke bril, waarbij de Katholieke kerk als een soort boeman dicteerde wat men dacht en deed. De kerk heeft inderdaad een duidelijke mening, maar deze wordt helaas maar al te vaak verkeerd uitgelegd. Tegenwoordig zijn mensen analytischer en denken meer zelf na over wat goed is en wat ze liever niet willen. Dat was voorheen veel minder het geval omdat analytisch denken vooral iets is dat je met studeren leert en lang niet iedereen naar school ging. Dat iemand je vertelt wat je moet denken en doen is echter niet anders dan toen, denk maar aan de sociale media, aan Hollywood films, aan reclame, je wordt constant verteld wat je echt 'wilt'. Dat is niet de 'schuld' van de media, maar de tijdsgeest.
Over euthanasie gaan we het echter niet eens zijn, omdat we vanuit verschillende perspectieven redeneren. Als je de dood niet ziet als het verlossende oplossen in het niets, maar als een poort naar het geestelijk leven bij God of zonder God (hel), dan is een snelle dood door dokters hand helemaal niet een verlossing, maar wellicht een ontnemen van de tijd om te bezinnen en jezelf voor te bereiden. Het lijden kan daarbij een vorm van verzoening of boetedoening zijn. Als er na de dood niets dan rust is zou de dood verspoedigen inderdaad menselijk kunnen zijn, maar ik geloof niet in een niets na de dood.
Een mooi persoonlijk verhaal over een grote liefde, zijn dood en het verdriet en gemis van een nabestaande. Hoe ga je verder als je partner wegvalt? Hoe ziet rouw eruit?
Het verhaal wordt verder ingekleurd met ervaringen van andere nabestaanden, en maatschappelijke ontwikkelingen door de jaren heen. Doodgaan, afscheid en rouw zijn niet statisch. Het is aan verandering onderhevig. Zo hebben mensen nu meer mogelijkheden om in te grijpen in hun lijden en het vormgeven van hun eigen afscheid. Het enige constante is dat we er allemaal een keer mee te maken krijgen.
Een boek dat veel troost en herkenning biedt als je net iemand bent kwijt geraakt. Ook al is rouw voor iedereen anders.
Was eerst bang dat het te confronterend zou zijn. Natuurlijk kwamen er herinneringen "boven" maar het was gewoon een fijn boek om te lezen ondanks het verdriet. Veel dingen komen aan de orde waar je normaal (nog) niet bij stilstaat.
Een persoonlijk verslag van de rouwende schrijfster verweven met interviews met anderen. Geen grote nieuwe inzichten; wel mooie verwoording, citaten en troost van herkenning.