Het raadsel van de anderen is een dagboek vol verhalen, dat begint met de Russische inval in Oekraïne en uitmondt in gedichten over Anna, de 'onaanraakbare dochter'. Ze was achttien toen ze omkwam bij een autoongeluk, en sindsdien probeert de schrijver met zijn dode kind te leven. Een gevolg van zijn doorleefwil is dat hij steeds verliefder wordt op zijn eigen vrouw. Er zijn nog heel wat meer 'anderen': een ongewone zoon en zijn Vogeltje, de mensen in het Engelse dorp waar de verteller woont, talloze bezoekers en vrienden. Maar ook lezen we over boeken, reizen, steden en de hele weemoed van de Donaumonarchie, die zich tot diep in Oekraïne uitstrekte; en tussendoor spoken de herinneringen aan een kindertijd in de jaren zestig en aan een nog ouder Europa, dat van ouders en grootouders. En dan is er de brandende wereld…
Waarom ik ‘Het raadsel van de anderen’ van Benno Barnard een goed boek vind? Hierom:
[…] stijl is ons belangrijkste wapen tegen de domheid. Benno Barnard, Het raadsel van de anderen, p. 69
Ongeluk in de liefde is geluk in de literatuur. Idem, p. 69
[…] ik ben nu eenmaal een liefhebber van het gedateerde. Idem, p. 85
De Nobelprijs is zowaar aan Annie Ernaux toegekend. Lees De jaren. Ze drukt haar nobele gedachtegoed - waarmee ik sympathiseer - in magere zinnetjes uit. Die kroon was toch bestemd om op de schedel van de schrijfkunst te worden geplant? Het is alsof iemand een wind laat en de Nobelprijs voor scheikunde ontvangt. Idem, p. 120
Ik vind het geklaag van mensen over hun gemoedstoestand onuitstaanbaar; ja, zelfs het ter sprake brengen van gevoelens irriteert me al. Talentloze narcisten, zwijg! Vlees zonder ruggegraat, bekommer je om je medemens. En voorts ben ik van mening dat de faculteiten psychologie, genderstudies etc. voor onbepaalde tijd gesloten moeten worden. Idem, p. 202
Onder Mussolini reden de treinen op tijd, maar dat maakt een functionerende dienstregeling nog niet fascistisch. Idem, p. 215
Geef mij proza als de elementen, als zon, wind en regen! Dat van Annie Ernaux is even krachteloos als de ventilator in onze slaapkamer. Idem, p. 219