In januari 1945 lopen twee broers door besneeuwde polders van Amsterdam terug naar hun ouderlijk huis in ontsnapt aan de Arbeitseinsatz. Na de bevrijding kiezen zij elk een ander levenspad. Broers is Carolijn Vissers eigen familiegeschiedenis, waarin haar vader Ar en zijn twee broers Martin en Carel centraal staan. Ar studeerde Indisch recht en geschiedenis en was een idealist die geloofde in educatie; hij werd eschiedenisleraar in Zeeland. Martin Visser koos voor de kunst en bracht samen met zijn vrouw Mia een uitgebreide collectie bijeen met werk van Karel Appel, Constant, Manzoni, Sol LeWitt, Christo, Kiefer en andere naoorlogse kunstenaars. Daarnaast ontwikkelde hij zich tot een van Nederlands bekendste meubelontwerpers. Carel Visser werd beeldhouwer van internationale faam. Broers leest als een kleine naoorlogse sociale en culturele geschiedenis van Nederland. Aan de hand van het verhaal van haar familie schetst Carolijn Visser in treffende details hoe kunstenaars en progressieve bewegingen, zoals Provo en het feminisme, het behoudende Nederland na de oorlog opschudden en in beweging brachten.
Carolijn Visser (Leiden, 5 september 1956) is een Nederlandse schrijfster van reisverhalen. Ze bracht een groot deel van haar jeugd door in Middelburg, waar ze de hbs bezocht. Ze reist al jarenlang over de wereld; haar belangstelling gaat vooral uit naar communistische en postcommunistische samenlevingen als Vietnam, Nicaragua, Estland, China en Tibet. Ze schrijft over mensen die zich onder moeilijke omstandigheden staande weten te houden. In 2019 werd haar een eredoctoraat van de Open Universiteit toegekend.
Broers gaat over de eigen familiegeschiedenis van Carolijn Visser. Ze zet haar vader Ar en diens broers Martin en Carel neer als drie mannen die ieder hun eigen weg gingen, maar onmiskenbaar door dezelfde tijd en achtergrond zijn gevormd. Een leraar, een meubelontwerper en kunstverzamelaar, en een beeldhouwer – en niet de minsten. De meubels en sculpturen vonden hun weg tot ver over de landsgrenzen.
Wat mij trof is hoe vanzelfsprekend kunst door hun leven heen liep. De één voelde zich meer aangetrokken tot beeldhouwkunst, de ander tot architectuur, terwijl Martin en Mia zich vol overtuiging op de moderne kunst stortten. Werken van de Cobra-groep werden zonder aarzeling ingeruild voor conceptuele kunst. Het tekent hun vooruitstrevende blik en hun bereidheid om mee te bewegen met nieuwe ideeën.
Carolijn Visser schrijft soepel en helder. Dat is prettig, want het verhaal begint overzichtelijk met twee broers die uit een trein op transport voor de werkverschaffing ontsnappen, maar al snel dijt de familiegeschiedenis uit. Er komen meer familieleden bij, partners, kinderen, kunstenaars en tijdgenoten. Soms duizelde het me van de namen, maar door haar rustige, toegankelijke stijl bleef ik toch goed bij de kern.
De familie was uitgesproken progressief en probeerde via kunst en ideeën vorm te geven aan een nieuwe wereld. In rake details laat Carolijn Visser zien hoe kunstenaars en bewegingen als Provo en het feminisme het naoorlogse, behoudende Nederland opschudden. Zo is Broers niet alleen een persoonlijk familieportret, maar ook een kleine sociale en culturele geschiedenis van Nederland na de oorlog.