In de reisverhalen en essays van Een man die in de toekomst springt zoekt Oek de Jong de confrontatie met beelden en ideeën van het verleden - om zijn positie in het heden te bepalen. Hij schrijft over de Byzantijnse mozaïeken van Monreale, de tegenpolen Vermeer en Caravaggio, de romantische landschappen van Caspar David Friedrich, het nihilisme van Paul van Ostaijen, het wereldbeeld van W.F. Hermans, de religieuze denkbeelden van Frans Kellendonk en het belangeloze dat door mystici wordt nagestreefd. Hierbij toont De Jong zich als een schilder van beeldspraak. Zo bouwt hij aan zijn eigen wereldbeeld. Het resultaat is een op 'muzikale wijze gecompineerd boek' (Robert Anker). Een man die in de toekomst springt is de intellectuele autobiografie die aan Hokwerda's kind voorafging. Bekroond met de Busken Huetprijs 1998. De tweede druk is aangevuld met 'Zijn muze was een harpij', het geruchtmakende essay over het wereldbeeld van W.F. Hermans. '
Oek de Jong (born in 1952) is the author of a relatively small, but highly esteemed literary oeuvre of novels, short stories and essays. He is best known for his novels: Opwaaiende zomerjurken (Billowing Summerskirts, 1979), Cirkel in het gras (Circle in the Grass, 1985) and Hokwerda's kind (Hokwerda's Child, 2002). His books have sold more than half a million copies. His work has been translated into nine languages. He was awarded the Reina Prinsen Geerligs Prize, the Bordewijk Prize and the Busken Huet Prize, and he was shortlisted for the Libris Prize in Holland and the Golden Owl Award in Belgium. As an essayist (trained as an art historian) he has written extensively on the arts. In Octobre 2012 he published the novel Pier and Ocean, his magnum opus.