‘Indien het kwaad intrinsiek in de mens zit, dan ook het goede. En precies daarover gaat dit boek. Het is een aanklacht tegen het kwaad en een ode aan het goede waartoe de mens in staat is.’ Alicja Gescinska neemt de lezer mee op een woelige en filosofische reis door de vorige eeuw. In tien biografische portretten laat ze zien wat de mensheid kan leren van even moedige als intelligente vrouwen: Rosa Luxemburg, Anna Achmatova, Edith Stein, Hannah Arendt, Martha Gellhorn, Simone Weil, Jeanne Hersch, Etty Hillesum, Barbara Skarga en Judith Shklar. Met woord en daad bevochten zij de verdrukking, de ontmenselijking, de vernietigingsdrang uit hun tijd. Ze waren bakens van licht in de donkerste uren van de mensheid. Daar betaalden ze vaak een hoge prijs voor: van de dood in kampen tot een leven in ballingschap.
Alicja Gescinska (Warschau, 1981) is schrijver en filosoof. Haar filosofische debuut De verovering van de vrijheid (2011) oogstte alom lof. Met haar debuutroman Een soort van liefde (2016) won ze de Debuutprijs 2017 en werd ze genomineerd voor de Confituur Boekhandelsprijs. Haar essay Thuis in muziek. Een oefening in menselijkheid (2018) stond op de shortlist voor de Socratesbeker. Intussen komen mensen om (2019) werd bekroond met de Liberales-boekenprijs 2019. In 2020 schreef ze het essay voor de Maand van de Filosofie: Kinderen van Apate. Over leugens en waarachtigheid . In 2021 debuteerde ze als dichter met de bundel Trojaanse gedachten. Haar theatermonoloog Apate spreekt verscheen in het voorjaar van 2022, waarin zij spreekt over de leugen als deugd.