Een haveloze handelaar arriveert in de winter van 1766 bij een afgelegen buitenpost van de Hudson's Bay Company met een zak gouderts in zijn handen. Hij beweert dat er hoog in het Noorden nog veel meer goud te vinden is. De leider van de buitenpost, Magnus Norton, droomt van onmiddellijke rijkdom en organiseert een geheime en gevaarlijke expeditie om de schat te vinden en mee terug te brengen. Gidsen worden ingehuurd om de expeditie te begeleiden. Norton stuurt zijn tirannieke adjunct John Shaw mee, samen met Thomas Hearn, de enige in het kamp die de taal van de Inuit in het Hoge Noorden spreekt. Tijdens hun lange en gevaarlijke tocht hebben Shaws botheid en arrogantie desastreuze gevolgen die pas volledig duidelijk worden als ze hun eindbestemming bereiken. Daar, te midden van de sombere schoonheid van de barre poolwinter die begint in te vallen, wordt Hearn gedwongen een keuze te maken die zijn toekomst voor altijd zal bepalen.
De spectaculaire opvolger van de wereldwijde bestseller Het Noordwater.
Ian McGuire is the author of White River Crossing which will be published in February 2026. His previous novels are The Abstainer published in September 2020 by Random House (USA) and Simon & Schuster (UK), The North Water published by in 2016 by Henry Holt (USA) and Simon & Schuster (UK), and Incredible Bodies published in 2007 by Bloomsbury. Ian lives in Manchester, England and teaches at The University of Manchester's Centre for New Writing. He is a winner of the Royal Society of Literature’s Encore Award and Historical Writers' Association Gold Crown Award.
Sterke roman die zich afspeelt aan het einde van de 18de eeuw, tijdens de goudkoorts in Canada . De halsbrekende levens van de trappers, avonturiers en pelshandelaars van de Hudson Bay Company kruisten hier met die van de Cree- en de Shippewa-indianen enerzijds en de Inuït (die toen nog Esquimaux werden genoemd) anderzijds. De op vooruitgang gerichte maar door hebzucht gekenmerkte blanke ziel botst op de tradities, mythes en de op sjamanisme gebaseerde overtuigingen van de oorspronkelijke bewoners. Hoewel uitstekend gedocumenteerd blijft het een verzonnen verhaal dat een spoor van geweld slaat door de toendra en de boreale wouden van Noord-Canada .Onbehouwen rauwe figuren in een meedogenloze omgeving leveren strijd met de demonen die ze voornamelijk in anderen zien maar meestal in henzelf huizen. McGuire toont haarfijn aan hoe verschil in cultuur zonder empathische reflex in drama’s eindigt. McGuire is natuurlijk niet aan zijn proefstuk toe; sinds ‘Het Noordwater’ weten we dat hij een verhaal als geen ander kan opbouwen en voor genoeg verassingen zal zorgen om de spanningsboog strak gespannen te houden. Toch is in ‘Witte Rivier’ het tempo iets trager dan in ‘Het Noordwater’ wat te maken heeft met de inspanningen van de schrijver om zo uiteenlopende levens als bv die van een Cree woudloper, een Inuīt hoofdman en een Britse walvisjager historisch te duiden en soepel aan elkaar te klinken. Een niet geringe prestatie. Witte Rivier is een harde excursie in het land van de ongebreidelden en toont , ondanks wilskracht en taaiheid , waar die ongebreidelden genadeloos aan ten onder gaan . Het is wachten op de film.
In 'Witte rivier' voert Ian McGuire de lezer terug naar 1766 en naar een Britse koloniale handelspost in wat nu de Canadese provincie Manitoba is. Wanneer er een expeditie wordt opgestart naar een noordelijke goudader voel je als lezer al snel: There will be blood. McGuire serveert een historische avonturenroman vol goudkoorts en geweld. Jammer genoeg zijn de meeste personages biljartvlak en blijft ook het verhaal in zijn geheel steken in één dimensie.
De Engelse auteur Ian McGuire heeft van historische fictie met een donker randje zijn handelsmerk gemaakt. Een tiental jaar geleden brak McGuire door met zijn tweede roman 'Het noordwater', een verhaal over de nadagen van de walvisindustrie in het Engels Hull. Dat boek haalde de longlist van de Booker Prize en werd door de New York Times bij de tien beste boeken van 2016 gerekend.
Ook in 'Witte rivier' maakt McGuire een sprong in de tijd. Hij neemt de lezer mee naar 1766, meer bepaald naar het Prince of Wales Fort, een handelspost gericht op pelshandel van de Britse Hudson’s Bay Company, gelegen in het noordoosten van wat nu de Canadese provincie Manitoba is.
Wanneer een sjofele pelshandelaar meldt dat er aan een noordelijk gelegen meer een goudader te vinden is, is de interesse van Magnus Norton, de ‘factoor’, zeg maar de baas van de handelspost, geprikkeld en hij richt een geheime goudexpeditie op. Zijn tirannieke adjunct John Shaw moet die missie leiden, geflankeerd door Abel Walker, het neefje van de baas, en door de stille, ietwat raadelachtige Thomas Hearn. Zij nemen ter ondersteuning vier noordelijke indianen mee. De expiditie leidt naar een onherbergzaam toendragebied waar enkel nog de zogenaamde ‘esquimaux’ (Inuit) leven.
De zoektocht naar goud wordt een missie vol spanningen, bruut geweld, wantrouwen en ook bloedwraak. Het verhaal moet het hebben van de avontuurlijke hindernissen en van de stuwende suspsense, want zowel thematisch als wat de diepgang van de personages betreft, stelt de roman van McGuire teleur. Ja, je kan wel zeggen dat de brute, gewelddadige aanpak van expeditieleider John Shaw te lezen valt als een kritiek op de westerse koloniaal-imperialistische aanpak. Ook de moreel corrumperende macht van goud is een duidelijk thema. De hebzucht van de mens en de moreel-symbolische rol van goud/geld daarin is een vrij klassiek thema, denk maar aan 'Silas Marner' van George Eliot.
McGuire kiest voor een wisselend vertelperspectief. Die variatie houdt op zich wel het tempo in de vertelling. Maar toch krijgen die personages zelf weinig diepte. Zo is John Shaw de nogal ééndimensionale ‘slechterik’ en blijft Abel Walker – nochtans een van de hoofdpersonages en het neefje van de baas – vrij grijs en onzichtbaar. Dan zwijgen we nog over de vrouwelijke personages. Die blijven al helemaal op de achtergrond. Hun handelen wordt grotendeels bepaald door het handelen van de mannelijke personages.
Enkel in het personage van Thomas Hearn zit wat reliëf. Bij hem kan je nog spreken van een morele boog of ontwikkeling. Maar zelfs bij hem blijft de gedachtengang soms steken in pseudofilosofische wijsheden of in clichés, zoals: "… als dit het einde is, waar is het dan allemaal goed voor geweest? Had ik iets kunnen doen wat ik heb nagelaten, is er een hogere plicht die ik in mijn dwaasheid heb veronachtzaamd of verzaakt, of is dit leven werkelijk niets méér dan wat vluchtige momenten van plezier of pijn?"
Ian McGuire is die Britse schrijver en docent aan de Universiteit van Manchester die je meteen herkent aan zijn rauwe, meedogenloze historische verhalen.
In de winter van 1766 strompelt een haveloze pelshandelaar het afgelegen fort van de Hudson’s Bay Company binnen. Hij heeft een zak vol gouderts bij zich en een wild verhaal over een rijke ader ver in het noorden, bij Ox Lake. Magnus Norton, de ambitieuze baas van de post, ruikt meteen fortuin en stuurt stiekem een kleine expeditie op pad. Zijn norse rechterhand John Shaw leidt de tocht, samen met de jonge Abel Walker (Nortons neef) en Tom Hearn, de enige die de taal van de Inuit spreekt. Met een groep inheemse gidsen trekken ze door het bevroren landschap, op jacht naar goud en rijkdom. Wat begint als een spannende goudkoorts-avontuur, verandert al snel in een barre tocht vol spanning, geweld en morele chaos.
McGuire schrijft met een rauwe, filmische pen die je meteen het ijs op sleurt. De natuur is hier geen decor, maar een overweldigende, meedogenloze kracht. Wat ik vooral te gek vond, was hoe McGuire de kou en stilte bijna voelbaar maakt, en hoe hij de koloniale hebzucht blootlegt zonder prekerig te doen. De plot dendert vooruit als een slee door de sneeuw, met plotwendingen die je niet zag aankomen. Minder fan was ik van sommige wat langere beschrijvende stukken halverwege – soms wilde ik dat het tempo iets sneller bleef.
Een intense, sfeervolle historische avonturenroman die je meesleept in de witte wildernis en je nadien nog even laat nadenken over menselijke hebzucht.
Behind the review in Dutch, a review in English follows.
Deze historische roman is vertelt het verhaal van goudzoekers in de 2E helft van 18e eeuw in Zuid Canada/Noord-Amerika. De roman sluit de gebruiken in van 3 indiaanse stammen en van de Engelsen die een handelspost uitbaten. Wat er juist gebeurt is van de hand van Ian McGuire. Wat ik zeker kon smaken zijn de ethische overwegingen die de personage maken van het goed en het kwade van hun daden en plannen.
This historical novel tells the story of gold prospectors in the second half of the 18th century in Southern Canada/North America. The novel incorporates the customs of three Indigenous tribes and of the English operating a trading post. The exact events are the work of Ian McGuire. What I certainly enjoyed were the ethical considerations the characters make regarding the good and evil of their actions and plans.