Vlaanderen anno 1850: armoede, honger en cholera woekeren. Wij huiveren bij zoveel ellende uit een ver verleden. Toch staat deze tijd dichter bij ons dan we denken. Hier wordt onze moderne, geglobaliseerde wereld geboren. De geschiedenis van Arm Vlaanderen is niet louter een lokale tragedie van mislukte oogsten en zieltogende ambachten. Het is ook een wereldomspannend relaas van een aardappelplaag uit Amerika, van Peruviaanse vogelpoep en Senegalese gom, van een ongeziene import uit het Wilde Westen en het Verre Oosten. Kortom, dit verhaal is bij uitstek wereldgeschiedenis.
Heel boeiend geschiedenisboek dat het globale karakter schetst van een gemiddelde boerenfamilie in Vlaanderen tussen 1840 en 1860. Die periode kende Vlaanderen (in de zin van Oost- en West-Vlaanderen) een polycrisis met een aardappelplaag die de voedselzekerheid decimeerde, een choleraplaag die de gezondheid bedreigde en de ondergang van de bloeiende huisnijverheid die vlas omzette naar linnen door Engelse industrialisering. De centrale these van het boek is dat het gemiddelde leven in Vlaanderen zich misschien wel tot de lokale kerktoren beperkte, maar dat door de ontluikende globalisering hun leven werd beïnvloed door wat gebeurde op alle andere continenten. Het boek leest als een trein. Vlot geschreven en daarom heel toegankelijk en meeslepend! Zo een boek waar je elk mogelijk moment voor vrijmaakt om het uit te lezen.
Enkele fun facts die ik onthield hieronder. Het boek bevat nota bene een uitstekende samenvatting in het besluit.
1) Mensen aten een absurde hoeveelheid aardappels. Een gemiddelde Vlaamse keuterboer at 1 tot 1,5 kg aardappelen. Enkel in Ierland lag dit hoger op tot wel 3kg ... 2) De schuld van de aardappelplaag werd door conservatieven gestoken op de bloei van de polkadans. Bij deze dans hadden mensen veel meer fysiek contact met elkaar, goddeloos natuurlijk. Dat er dan ook nog eens 'pokken' op aardappelen verschenen een jaar later kon geen toeval zijn. Volgens progressieven was het een gevolg van de verspreiding van elektromagnetisme. Uiteindelijk was het een doodgewone plaag uit de Nieuwe Wereld die binnenkwam via de haven van Oostende. 2.2) Deze polycrisis leidde in Vlaanderen tot relatief weinig migratie (naar bv. de VS) en sterfte in vergelijking met de rest van Europa (en vooral Ierland) omdat (i) er veel kleinschalig grondbezit was, (ii) er redelijke solidariteit was van lokale middenstanders en grootgrondbezitters en (iii) armensteun veel minder gunstig was als je was gemigreerd. Mede door deze sterke lokale verankering zijn we volgens de auteurs internationaal gezien zo’n honkvaste cultuur. 3) Vlaanderen had een rijke en hilarische 'stronteconomie' om aardappels te kunnen telen. De relatief arme Vlaamse zandgrond en kleine percelen (door bevolkingsgroei) hadden nood aan intensieve bemesting. Die werd natuurlijk door boeren zelf verzameld van zichzelf en hun dieren uit de stal (of schapenkeutels die werden opgeraapt bij het rondgrazen), maar ook in de steden werd stront verzameld. Om overlast te voorkomen, leegden enkele zielepoten 's nachts de beerputten van mensen in de stad. Eerst laat je een kaars zakken om te zien of er niet te veel sulfur in de lucht hangt. Dan daal een arme sakker af via een ladder met een touw rond zich gebonden mocht hij flauwvallen van de geur of vastzitten in de drek. Het ergste is dat hier ook in decennia honderden foetussen of vermoordde baby's werden gevonden, vaak van wanhopige dienstmeiden verkracht door hun baas. De verzamelde stront werd dan via boten verscheept over Vlaanderen. En dan was het iemand zijn job om kwaliteit van de verzamelde stront te bepalen door ze onder andere te ... proeven ?!?!?! 4) Vlaanderen had een heel welvarende linnen- en vlaseconomie. Vlas werd uitvoerig geteeld in Vlaamse velden, waar het wordt verzameld in typische kegelvormige stapels (vlasschoven). Van de zaden (lijnzaad) kon je o.a. olie maken. Van de vezels werd linnen gemaakt, zowel laagwaardig (aardappelzakken, zeilen, ...) als hoogwaardig (kant aan het Spaanse hof). Dit was nodig als bijverdienste wegens de kleine landbouwpercelen. In onze taal vind je verscheidene verwijzingen naar het hele productieproces, bv. in Vlaamse plaatsnamen (Vlasmarkt in Gent/Antwerpen, steden met de naam Brakel) en eigennamen (De Wever, De Bleeker). Door deze stronteconomie lagen onze steden er wel blijkbaar relatief proper bij! 5) Vlaamse boeren gebruikte guano als meststof. Guano is vogelstront die cumuleerde tot bergen van wel 20 meter hoog in bepaalde woestijnachtige Zuid-Amerikaanse eilanden van Peru en Chili. Deze werd gedolven door Chinese dwangarbeiders die misleid werden door Britten in een China verzwakt na de twee Opiumoorlogen. Deze geconcentreerde meststof had Europa net zoals veel basisproducten nodig omdat het zelf relatief overbevolkt was. De Vlaamse keuterboeren, in hoeveel armoede ze soms ook leefden, genoten mee van dit ‘ecologisch imperialisme’. 6) Ook voor andere consumptiegoederen konden Vlaamse keuterboeren genieten van koloniale handel. Denk aan katoen en tabak uit Amerikaanse slavenplantages, Nederlands-Indonesische en Brits-Indische dwangarbeid die peper, koffie, indigo, opium (als ‘laudanum’ beschouwd als een soort geneesmiddel) en rijst leverden. 7) Een gemiddelde Vlaming gebruikte al in midden 19e eeuw gemiddeld 9 lucifers per dag. Vuur was immers levensnoodzakelijk maar arbeidsintenstief. Deze lucifers werden oa gemaakt met gom verzameld uit bomen in het Arabisch schiereiland en West-Afrikaanse senegal. Daarnaast bevatte het id 19e eeuw ook witte fosfor wat extreem ontvlambaar was (en dus tot vele onnodige branden en doden leidde) en enorm schadelijk voor de Geraardbergse fabrieksarbeiders wiens kaak hierdoor letterlijk desintegreerde (denk Union Match pakjes) … Een veiligere vorm van lucifer nam het pas heel langzaam over omdat het ietsje duurder was.
Het is niet vaak dat ik over een boek over vaderlandse geschiedenis schrijf dat het een ware revelatie is... Ik kende het begrip "arm Vlaanderen", maar ik had geen idee dat er hier ooit in sommige streken hongersnood is opgetreden. met mensen die letterlijk op straat doodvielen. Van Ginderachter slaagt er uitstekend in om de band met bredere mondiale evoluties te leggen, zoals de cholera epidemieën en de industriëlerevolutie. Bijzonder interessant is ook hoe het beleid heeft verhinderd dat de mislukte aardappeloogst hier tot Ierse toestanden heeft geleid (ik moest hierbij onvermijdelijk denken aan het werk van Amartya Sen en Jean Drèze, die in hun standaardwerk over hongersnoden precies het soort maatregelen aanbevelen die de nochtans zeer liberale Belgische overheid toen heeft genomen). Het boek is niet zonder tekortkomingen (van sommige uitweidingen is niet duidelijk hoe relevant ze zijn), maar dat zijn spijkers op laag water.
Mijn eerste boek van 2025: een historische schets van Vlaanderen (in dit geval de provincies Oost- en West-) rond het midden van de negentiende eeuw, geschreven door een collega van het departement geschiedenis. Bijzonder is de aandacht voor de lagere klassen (keuterboeren op het platteland, arbeiders in de kleine en grotere steden) én de wijze waarop de lokale geschiedenis toen al verweven was met mondiale ontwikkelingen, de economische en (in mindere mate) culturele globalisering. Het boek leest heel prettig en staat vol verrassende weetjes, soms ook over de auteur en het ‘gemak’ waar hij het als kind mee moest doen. De tekst is opgedeeld in korte paragrafen die vaak worden verlevendigd doordat Van Ginderachter zich probeert in te leven in de historische personages (lees over zijn werkwijze zeker ook de paragraaf ‘mijn interne keuken’, p. 269 e.v., en wat de auteur er zegt over het gebruik van AI). Ook zijn oog voor detail is opmerkelijk, vooral als het er om gaat de smerigheden en gruwelijkheden van Arm Vlaanderen voor ogen te brengen. Gecombineerd met zijn wat donkere humor levert dat verrassende passages op, bijvoorbeeld naar aanleiding van de wijze waarop men in de negentiende eeuw omging met slachtoffers van fosforvergiftiging: ‘Geraardsbergen! Je komt voor zijn rijke kunstcollecties en blijft voor zijn medische ramptoerisme!’ (p. 245). En nu zou ook graag zo’n boek lezen over het negentiende-eeuwse leven in de regio’s en milieus die meer aansluiten bij de familiegeschiedenis van mij en mijn vrouw: de keuterboeren en thuiswevers van Twente, de arbeiders en industriëlen in Tienen en Huy (maar ook de Joden in Brody, de boeren en plantagehouders in South-Carolina…).
De voorbije week las ik “Arm Vlaanderen. Een wereldgeschiedenis. Honger, ziekte en globalisering in het midden van de 19de eeuw” van Maarten Van Ginderachter. Het boek is helaas niet erg goed geschreven, zodat het geregeld even doorbijten is om verder te lezen. De thematiek daarentegen is wel super boeiend en compenseert het eerste euvel.
Arm Vlaanderen is bijzonder relevant omdat het de Vlaamse armoede in de 19de eeuw niet bekijkt als een lokaal of geïsoleerd probleem, maar als onderdeel van wereldwijde processen. Het boek toont hoe honger (mislukte aardappeloogsten uit Amerika), ziekte (cholera uit India), migratie (naar Amerika) en economische kwetsbaarheid (teloorgang huisnijverheid door industrialisering uit Engeland) rechtstreeks verbonden waren met globalisering, internationale handel en koloniale machtsstructuren. Daardoor wordt armoede niet gereduceerd tot “Vlaamse achterlijkheid”, maar begrepen als een gevolg van mondiale ongelijkheden. Van Ginderachter doorbreekt zo het klassieke nationale verhaal en plaatst Vlaanderen in een bredere wereldgeschiedenis.
Het boek maakt zichtbaar hoe internationale graanmarkten, industriële ontwikkelingen en politieke beslissingen elders directe gevolgen hadden voor het dagelijkse leven van gewone mensen. Tegelijk legt het bloot hoe structurele ongelijkheid zich vertaalt in gezondheid, voeding en levensverwachting.
Die analyse maakt het boek ook vandaag relevant, omdat het parallellen oproept met hedendaagse mondiale crisissen rond voedselzekerheid, migratie en armoede. Het confronteert de lezer met de lange historische wortels van sociale ongelijkheid. Zo wordt geschiedenis geen afgesloten verleden, maar een lens om het heden beter te begrijpen.
In dit boek ben je overal; in een blokhot in Milwaukee, op een stronteiland in de Stille Oceaan en dobberend op een pakketboot. Maar natuurlijk ook in Wortegem, Gent, Brugge, Tielt, Kortrijk en Bissegem. Dankzij goed geschreven, verhalende anekdotes blijft de boodschap van Van Ginderachter hangen.
"De wereld werd een dorp, maar de Vlaming bleef ter plekke." Deze Vlaming niet, maar het is altijd fijn thuiskomen.
Erg mooi boek. Via internationale verbanden legt de auteur de impact op “arm Vlaanderen “. Erg interessant en zeer vlot geschreven. Voor een ruim publiek. Aanrader
'Arm Vlaanderen' by Maarten van Ginderachter is a book that genuinely appealed to me. Encouraged by positive reviews and discussions on social media, I decided to engage with this first world history of a poor Flanders ('Vlaanders') in the mid-nineteenth century. Why write a world history of the ecological, economic, and social misery of impoverished Flanders, one might ask. Well, Van Ginderachter argues that the crisis in Flanders around the middle of the nineteenth century was not an echo of the ancien régime, but rather one of the first symptoms of a globalising process. Flanders helped shape world history, and the world (-connections) in turn shaped Flanders. He demonstrates this through a range of products - potatoes, guano, potash, matches, and others - whose production and transport affected the everyday lives, practices, and migration patterns of ordinary Flemish families and 'paupers'.
In this way, the author concludes that the misery that struck Flanders between 1845 and 1850 was the result of a modern globalisation crisis stemming from three transnational catastrophes: the potato blight (Flemish people really did consume astonishing amounts of potatoes), a deadly wave of cholera, and the destabilisation of Flemish agriculture and cottage industry.
It goes without saying, then, that this is a highly interesting and strongly recommended book. What I also particularly appreciated was the discussion of methodology and the use of sources and literature. In a few short paragraphs, Van Ginderachter explains the choices he made during the writing of the book and the reasons behind them. As a work of public history, this transparency enhances the book's credibility and lends it a degree of academic rigour.
Terwijl ik Arm Vlaanderen aan het lezen was, bezocht ik met vrienden het Hortahuis in Brussel. Een ervaring van ultieme rijkdom van enkelen t.o.v. de armoede van 'het gepeupel', van mensen die honger leden, werkloos waren, massaal stierven aan ziektes, werkten in miserabele en uiterst ongezonde omstandigheden... enz. Van contrast gesproken. Het boek maakt me bewust hoe een rijke regio kan vervallen in de grootste armoede en ja, daarna opnieuw tot de rijkste regio kan evolueren. Her besef dat onverwachtse en onvoorziene omstandigheden en gebeurtenissen het leven in een samenleving drastisch kan wijzigen. Het besef dat je nooit met zekerheid kan zeggen wat globalisering kan teweeg brengen indien de mensheid er niet bewust en wereld-omvattend mee omgaat, rekening houdend met alle betrokken volkeren (dus met de wereldbevolking) zodat globalisering iedereen ten goede komt en niet ten voordelen av enkelen en ten nadele van velen. Het besef dat wij in het Westen én in Vlaanderen de ogen sluiten, net als toen, voor wat we consumeren, voor wat we in ons bord krijgen, voor de kledij die we dragen... Hoe en door wie dit wordt geproduceerd, wie er beter van wordt en wie het in de miserie stort. Globalisering zou goed zijn als iedereen er duurzaam 'wel' bij vaart. Maar niet als we onze ogen sluiten dat er nog steeds immense armoede is, oorlog om grondstoffen en we onze planeet blijven uitputten. Hopelijk zal de geschiedenis bewijzen dat een gezonde democratie de beste buffer is om de negatieve gevolgen te vermijden. Maar op dit moment is dit maar een klein deeltje van de geglobaliseerde wereld. Straks neem ik een warm en comfortabel bad en lunch ik aan een rijke en verfijnde tafel terwijl ik een goed gesprek mag voeren. Wat hebben we het goed.
Een must read voor iedereen die in de marge van zijn of haar hobby's met geschiedenis te maken heeft. Ik denk aan stadsgidsen, heemkundigen, genealogen, familiekundigen. Hoofdstelling is dat de armoede in Vlaanderen van de 19de eeuw geen uitloper was v/h ancien regime maar het gevolg v/d inzettende globalisering. Armoede als verschijnsel v/d modernisering en dat proces maken ook vandaag nog mee. Alleen is Vlaanderen intussen rijk geworden en daardoor robuuster om de 'veranderingen' aan te kunnen.
Schitterende sociale geschiedenis van het Arm Vlaanderen van het midden van de 19de eeuw in een internationale context van globalisering. Heel bevattelijk geschreven, voor niet-ingewijden.
Interessant boek, vooral door linking van arm Vlaanderen’s geschiedenis met de globalisering in de 19e eeuw. Iets te repetitief bij momenten, anders 5*