1946, Nederlands-Indië. Sybolt en Eddy, twee bevriende soldaten, zijn gelegerd in Soerabaja. Als in hun legerkamp een brief met pasfoto wordt bezorgd van een Hollandse vrouw die met een Indiëganger wil corresponderen, komt hun vriendschap op scherp te staan. Het om deze Lien opgeworpen muntje drijft hun levens voorgoed uiteen. Na de dood van Sybolt, een halve eeuw later, meldt Eddy zich bij Lien. Al snel blijkt dat Sybolt veel voor haar heeft verzwegen. Lien wordt meer en meer hoofdrolspeler in een voor haar tot dan toe onbekend verhaal. Kop is een roman over ogenschijnlijk kleine keuzes en hun soms verwoestende gevolgen, waarvoor Martin Hendriksma inspiratie vond in het familieverhaal van zijn ouders.