Samen zorgen, omzien naar elkaar, zorgzame gemeenschappen – je kunt geen beleidsnota, visiedocument of meerjarenplan in de langdurige zorg openslaan of het staat erin. Zorg voor elkaar wordt breed bejubeld. Onder druk van de aanhoudende zorgcrisis richten gemeenten en zorginstellingen hun blik nadrukkelijk op familieleden, buren en vrienden van mensen met een verstandelijke beperking, psychiatrische achtergrond of ouderen die langdurige zorg ontvangen. Maar hoe is het zo gekomen dat het delen van zorg in beleid zo'n prominente plek heeft verworven? Vinden vooral beleidsmakers dit een goed idee, of zien mensen die zorg nodig hebben, hun naasten en professionale zorgverleners dit ook als waardevol? Wat gebeurt er als hun verwachtingen en belangen botsen – wie bepaalt dan wat 'goede zorg' is? En welke gevolgen heeft het delen van zorg voor het dagelijks leven van mensen die afhankelijk zijn van zorg en voor hun naasten?
In deze oratie verkent prof. dr. Femmianne Bredewold, bijzonder hoogleraar Samenleven met Verschil, de geschiedenis en verschuivingen van ideeën over zorg. Ze laat zien hoe opvattingen over wat 'goed' is veranderen, hoe macht en verantwoordelijkheid zich verschuiven, en hoe dit ruimte geeft om ook vandaag de dag onze ideeën over 'goed' samenleven en zorg voor elkaar in te vullen. Waarbij ze, met een blik op de geschiedenis, nadrukkelijk pleit voor meer ruimte van de stem van mensen die afhankelijk zijn van langdurige zorg en hun naasten in het nadenken en vormgeven van 'goed' samenleven.
IJzersterke oratie over de (geschiedenis van) langdurige zorg in Nederland en hoe de aard van die zorg is verschoven van religieus – geboren uit noodzaak, maar gedaan uit naastenliefde – en dus de verantwoordelijkheid van de kerk, naar een geïnstitutionaliseerde verantwoordelijkheid van de staat, waarbij professionaliteit en efficiëntie de boventoon voeren, maar waar het menselijke contact soms te wensen overlaat. Bredewold laat zien dat er op beide manieren van opereren een hoop valt af te dingen, maar laat – zoals ik inmiddels gewend ben van mijn collega’s van de Universiteit voor Humanistiek – óók zien dat ‘goed’ samenleven er voor iedereen anders uitziet en er hoop aan de horizon gloort, maar dat er een robuuste combinatie van beide polen nodig zal zijn om de zorgcrisis het hoofd te bieden.