Eufemistisch gesteld: niet het meest aansprekende boek voor mij. Al veel langer dan vandaag heb ik iets van Vreekamp willen lezen, maar gezien de moeite die het nu heeft gekost is dit boek, laatste deel van zijn Veluwe-trilogie, geen aanleiding om de andere delen te gaan lezen. Pas bij de ‘Verantwoording’ merkte ik dat de auteur ook een (veel) nuchterder toon beheerst die mij kennelijk veel beter ligt. Diezelfde verantwoording bood na geleden ‘leesleed’ verheldering met betrekking tot opzet en inhoud van het boek en werkte zodoende verzachtend.
Eigen verantwoording van de leeservaring: De interactie tussen Freyja en haar gesprekspartners, met de bijbehorende dialogen, maakt een gekunstelde indruk. De stijl is lichtelijk pompeus en langdradig; de aanhalingen uit de Naardense Bijbelvertaling (inclusief voorleesaccenten) dragen daaraan bij. Alles bij elkaar doet dit voor mij afbreuk aan wat Vreekamp lijkt te willen overbrengen – het voornaamste daarvan is de tegenstelling tussen enerzijds het Evangelie en de joodse wortels ervan, en anderzijds de ontvangst en verwerking van dat Evangelie door het noordelijke heidendom. Qua exegese van Schrift i.r.t. belijdenis wordt af en toe het speculatieve spoor gevolgd, wat botst met ander theologisch werk dat ik recentelijk las. De verbindingen tussen (kerk-)geschiedenis, mythologie, landschap en getijden vind ik wel een interessant aspect aan de gekozen opzet.