Johan Op de Beeck portreteert de mens achter keizer Napoleon, een mens dat met de jaren steeds dieper gebukt ging onder zijn rol, en de eenzaamheid en vervreemding dat het teweegbracht. Een groots, maar tragisch levensverhaal dat zijn gelijke in de wereldgeschiedenis niet kent.
Op de Beeck beoordeelt Napoleon's persoonlijkheid en handelen correct in de ruimere geopolitieke en maatschappelijk context en tijdsgeest. Zoals het feit dat de andere Europese mogendheden als de dood waren voor de verspreiding van de ideeën van de Verlichting (waarvan Napoleon de belichaming is) en alles in het werk stelden om Napoleon te bestrijden. De klok werd na zijn ondergang even teruggedraaid naar het ancien regime, maar verworvenheden waarvan een volk even proeft, zijn niet meer te vernietigen.
Een rake opmerking van Op de Beeck is dat (een deel van) Europa pas vrede en stabiliteit kende na de Tweede Wereldoorlog (na vele oorlogen dus) en Napoleon moeilijk verweten kan worden dit niet verwezenlijkt te hebben. In mijn ogen ligt hier wel de grootste teleurstelling in zijn bewind. Maar Napoleon's maatschappelijke vernieuwingen zoals de code civiel, de scheiding van kerk en staat, en belangrijker de verspreiding ervan doorheen Europa worden wel terecht meermaals onderstreept als zijn grootse verwezenlijkingen.
Napoleon wordt niet goedgepraat op enkele betreurenswaardige gebeurtenissen, maar Op de Beeck zet dus wel alles in perspectief. Het boek eindigt met een genuanceerd repliek op verwijten en vooroordelen op de persoon van Napoleon (maar doorheen het boek wordt dit ook besproken). Je kan stellen dat hij Napoleon soms romantiseert, maar met zo een levensverhaal is dit onvermijdelijk en terecht.
Een uitstekend vervolg op het eerste boekdeel. Aangevuld met kritische beschouwingen, anekdotes en aangrijpende persoonlijke verhalen van hen die erbij waren. Het is een boek over Napoleon, maar evengoed dat van een belangrijk deel van de geschiedenis van Europa.