Rijke bundel over verlies, terugkeer en waar je thuis bent. In navolging van haar verrassende debuut Vruchtwatervuurlinie, waarmee Roberta Petzoldt de C. Buddingh’-prijs won, is Zeebeving opnieuw een verrassend werk dat zowel grote diepte als eenvoud heeft, zowel verrassing als berusting.
“Ik zal niet het leven / in mijn buik voelen dat het beuken van de oceaan in me stoot, of denken / aan hoe ik zocht naar een vergelijking voor het wit van het schuim / — kalk te droog, room te vet, gepoederde poedels te gezocht — / en Pablo Neruda heeft het vast allemaal al gezegd / maar hij is dood / en ik leef en de oceaan leeft nog steeds / en laat me kijken — doodstil kijken — naar hoe ze steeds iets anders doet / hakt en schaaft met wind, met tijd, haarspeldbochten in mijn hart / en hoe ik naar het hoogste punt geklommen, me vasthield aan een brok / stijfgeslagen steen, mijn lichaam voelde wiebelen en opeens / niet zo zeker was van het woord ‘rotsvast’ / maar toen begreep dat het niet de beukende branding was / die in de rotsen trilde / maar de wind die me plaagstootjes gaf.”