Dat Bordewijk een Nederlandse vertegenwoordiger is van de stroming ‘nieuwe zakelijkheid’ is ook in deze uitgebreide bloemlezing van zijn verhalen, verschenen tussen 1935 en 1964, goed te merken. Daarbij hanteert hij een woordenschat die opmerkelijk rijk en gevarieerd is. De bondigheid zorgt bij mij echter voor het moeilijk kunnen ontkomen aan een gevoel van saaiheid. Dat vind ik te meer jammer, naarmate Bordewijk langer nodig heeft om aan een aldoor uitgesteld slotakkoord toe te komen. Hij legt veel aandacht aan de dag voor de architectuur en de stedebouwkundige aspecten van het door hem uitvoerig beschreven Den Haag. Verder zie ik in de inhoud van zijn verhalen wat gelatenheid en fatalisme opduiken, beter: opdoemen.
Al met al brengt mij dat tot drie sterretjes. JM