Joost Zwagerman liet bij zijn te vroege dood in september 2015 een groot oeuvre na, maar ook veel vragen over zijn leven en zijn alom verbijstering wekkende zelfgekozen dood. Wie was hij als man, zoon, vader, minnaar, vriend, collega? Wie was de schrijver Joost Zwagerman? Waar haalde hij zijn ogenschijnlijk tomeloze energie vandaan? Voor alles was hij een schrijver van zijn (postmoderne) tijd, een man met een dionysisch karakter en een versplinterde identiteit, die de complexiteit van zijn persoonlijkheid maar al te goed besefte.
Een topprestatie van de biografe Maria Vlaar, die uit duizenden met engelengeduld gereconstrueerde en geanalyseerde details met pijnlijke onontkoombaarheid de ontluisterende waarheid onthult over het streven en het karakter van de man wiens leven haar onderwerp was.
Dit boek zou verplichte lectuur moeten zijn voor alle schrijvers, omdat het precies laat zien hoe het niet moet. Deze biografie van Zwagerman voert en detail het afschrikwekkende voorbeeld voor ogen van een schrijver die meer bezig is met schrijver zijn dan met schrijven, die zich volledig laat leiden door wat anderen van hem vinden, die goedkeuring zoekt van hen die hij bewondert en zich omwille van zijn carrière distantieert van vrienden die hij niet bij zijn status vindt passen, die onhebbelijkheden van genieën imiteert om zich een genie te wanen, die zich verliest in eindeloze polemieken omdat hij zijn eigen belang niet kan relativeren, die liegend en bedriegend door het leven gaat, die vrienden en geliefden opoffert aan zijn geldingsdrang en die zodoende zijn talent volledig verkwanselt aan bijzaken, buitenkant en de behoefte aan erkenning.
“Ik, ikke wil de beste kunnen zijn.” (p. 296)
“Joost schrijft dit als hij op schrijversreis is in Indonesië. In plaats van om zich heen te kijken, verliest hij zich in bespiegelingen hoe hij andere schrijvers kan passeren, op weg naar de top. Zowel Brouwers als Van der Heijden waarschuwen Joost in hun brieven dat hij zich op zijn eigen werk moet richten en niet zo bezig moet zijn met wat anderen vinden of doen. Maar hij kan het niet laten.” (p. 299)
“Hij wil beroemd zijn én de beste zijn, en daarbij ook nog eens niet op andermans tenen trappen. Een onmogelijke opgave, die zich manifesteert in een levenslange faalangst.” (p. 309)
“Joost spelt nacht na nacht al die haatberichten die binnenstromen, met angstremmers, een fles wijn en een pakje sigaretten naast het beeldscherm. Hij scrollt Facebook en Twitter af en leest alle bagger die over hem wordt uitgestort. Relativeren is nooit zijn sterkste punt geweest: juist niet.” (p. 589)
“Hij durft het masker van de successchrijver niet af te zetten om zijn echte gezicht te laten zien.” (p. 590)
Wat mij betreft: dit is een van de beste biografieën die ik las. De opzet is passend bij de levensloop van Joost Zwagerman - het blijkt een goede keuze te zijn het boek niet strikt chronologisch op te zetten. Nadat ze de dramatische laatste maanden van Zwagerman heeft beschreven, verhaalt Maria Vlaar van het ambassadeurschap van haar hoofdpersoon waar het de kunst betreft. Wat zocht en vond Zwagerman eigenlijk in de kunst waar hij velen voor enthousiasmeerde? Net op het moment dat je denkt, die Joost is in zijn nadagen toch goed bezig met het propageren van beeldende kunst, legt Vlaar een onthutsend verband tussen wat Zwagerman in de door hem gepropageerde kunst zag: stilte, dood, God. Zijn optredens als geestdriftige kunstliefhebber lijken de opmaat te zijn tot zijn zelfgekozen einde.
Als de lezer in de laatste twee hoofdstukken bezig is, heeft hij al een ongelofelijke achtbaan achter zich van affaires, infernale ruzies, hele harems aan vriendinnen en minnaressen, stuitende ontrouw, drank- en drugsmisbruik, ordners vol verkeersboetes, een scheiding waarvoor het woord ‘vechtscheiding’ nog een eufemisme is. Vlaar is compleet, zonder vervelend te worden, gedetailleerd, zonder dat de lezer de draad kwijt raakt. En, hoewel Zwagerman misschien geen topschrijver was, ik ga dezer dagen eens een roman van hem herlezen.
768 bladzijden nog even laten bezinken. Een eerste indruk is dat hoewel deze biografie veel is, hij stukken beter in elkaar zit dan die over Anil Ramdas.
Niet helemaal overtuigd dat de thematische in plaats van strak chronologische opzet de beste keuze was: er was nu veel overlap binnen de thema's qua gebeurtenissen waardoor ik af en toe snakte naar het einde van deze erg uitvoerige biografie van de complete mens Joost Zwagerman.
Ben het niet eens met de critici die schrijven dat Vlaar een hekel aan Zwagerman heeft gekregen. Het is een empathische biografie. Dat ze niet meegaat in zijn eigen mythevorming lijkt me juist te prijzen. Wel vind ik het merkwaardig dat ik geen enkele zin heb om nu werk van Zwagerman te gaan lezen. Hij komt eerder naar voren als iemand die een heel goede schrijver wilde zijn, dan als iemand die een heel goede schrijver was.
Hij houdt niet van polemiek, behalve als hij het zelf bedrijft, hij houdt niet van overspel, behalve als hij het zelf pleegt, hij verwerpt zelfmoord, behalve die van hemzelf. (575)
Op 8 september 2015 zette Joost Zwagerman een punt achter zijn leven. Biograaf Maria Vlaar werkte 7 jaar aan een 1000 pagina's tellende biografie over zijn werk en leven.
Zwagerman (1963-2015) publiceerde sinds zijn romandebuut De houdgreep in 1986 talrijke gedichten, essays, verhalen, een boekenweekgeschenk (Duel) en 5 andere romans waarvan Gimmick, Vals Licht en De buitenvrouw de bekendste zijn.
Voor deze biografie dook Maria Vlaar (1964) in de 42 dozen die Zwagerman - tijdens zijn leven - bij het Literatuurmuseum in Den Haag achterliet, werkte ze zich door de 40 (!) boeken die JZ (in 30 jaar) publiceerde, las ze nog eens ruim 60 boeken, sprak ze 30 mensen die Joost goed kenden en correspondeerde ze er met 45.
Verder dook ze in de archieven van Beeld & Geluid in Hilversum en keek ze naar Zwagermans optredens in onder meer De Wereld Draait Door (27 optredens) en Barend & Van Dorp (circa 50 optredens).
Vlaar schreef een onderhoudend, grappig, hartverscheurend en soms iets te gedetailleerd boek dat ik toch met veel belangstelling heb gelezen. Qua leeservaring ****.
Zwagerman had talloze vijanden, waaronder zichzelf.
Een ongekende prestatie dit boek. Ik merk dat ik mij een beetje erger aan alle negatieve reacties: het hoort kennelijk bij de lancering van een grote biografie, maar mensen die beweren dat "de lezer" dit niet zou moeten lezen ofzoiets minacht die lezer denk ik. Als één van hen zou ik zeggen dat ik dit boek als een prachtige inkijk in het leven van Joost Zwagerman en de mensen om hem heen zie. Je ziet dat Vlaar er ontzettend hard en precies aan gewerkt heeft, waardoor je ziet dat het acht jaar van haar leven in beslag nam. En ik vind het juist prettig dat haar stem als biograaf soms doorklinkt in dit werk. Ik las ook dat sommigen mensen om hem heen zich niet herkennen in de Zwagerman in dit boek, maar dat is het punt van Vlaar nou precies: hij had velen levens tegelijk en lang niet iedereen zag ze allemaal.
Mijn enige punt van kritiek is dat het gedeelte met de affaires en vechtscheiding naar mijn smaak te lang is. Ik denk dat Vlaar terecht ruimte maakt voor dit onderwerp, want zijn liefdesavonturen konden hem kennelijk ook volledig in beslag nemen, maar toch was het mij op een gegeven moment wat te veel.
Met vlagen een ijzingwekkend verhaal, waarbij je steeds denkt: Waarom maakte je het (ook) jezelf zo verdomde moeilijk, Zwagerman?
De biografe is niet bepaald een fan van Zwaag en laat dat op elke pagina merken. Daar ergerde ik me in eerste instantie wel een beetje aan, maar het went gaandeweg en wordt best hilarisch. Elk klein dingetje wordt zo geformuleerd alsof Joost ook de spreekwoordelijke Joost is. Iedereen in die kringen waar Joost zich in begaf liegt en bedriegt, zuipt en snuift, flirt en neukt er op los met partners van anderen, fantaseert positieve verhalen, is jaloers, en kibbelt over knullige voorvallen en onbenulligheden, maar het lijkt alsof het alleen aan duivel Joost blijft kleven. Ik denk dat iedereen die een keer op een willekeurige avond in café de Pels (of vergelijkbaar alternatief) is geweest al veel smeuïge verhalen kan vertellen.
Het is vrij schools geschreven, en veel tekst is van het betere parafrasende knip-en-plakwerk van artikelen uit De Groene, de Volkskrant, NRC, en natuurlijk veel primaire bronnen. Als er iets wordt verteld, bijvoorbeeld over de relatie die Zwaag kreeg met Maaike Pereboom, die op dat moment een relatie had met Menno Wigman, dan wordt alleen benoemd dat er daarna een briefwisseling was tussen Zwaag en Wigman, en wordt er verder niet echt op ingegaan. Gebeurtenissen benoemen is niet zo interessant zonder het verhaal ook te vertellen. Het is een mooie uitgave, met foto’s en een leeslint. Dat dan weer wel. Ik had het leuker en sympathieker gevonden als het meer op een mythevormende (met een knipoog) manier geschreven zou zijn, en minder wijzend met het superieure maagdelijke vingertje. Zeker gezien de stijl zo droog en opsommerig is, waarbij er dan wél elke keer toch een knullig Hollands calvinistisch oordeeltje bij zit van de biografe. Een opmerkelijke keuze voor een irritante combinatie.
Het is verder nog steeds amusant en interessant om te lezen over een literaire scene die toch ook al weer snel vergeten is (oh ja, Michaël Zeeman en Anil Ramdas, daar heb ik al 15 jaar niet aan gedacht). Veel van de verhalen gaan over kleine onbenullige stekeligheden en grote ego’s. Arie vd Heijden zegt iets over die en die, en dat Joost dat dan niet leuk vindt, of andersom. De hoofdfiguren vinden het zelf allemaal heel belangrijk, maar het is niet helemaal duidelijk waarom. Het is tegelijk verdrietig en aandoenlijk, en toch blijft het onderhoudend. Natuurlijk zijn er ook passages over de zwaardere onderwerpen en het geheel is zeker de moeite waard. Het voelt alleen alsof de tekst een prima tweede of derde voorlopige versie is, die nog in een betere (op zijn minst ietsje literaire) stijl gegoten moet worden om er een echt goed boek van te maken.
Maria Vlaar heeft Zwagermans leven beschreven door per hoofdstuk thema's te bespreken. De scholier, de schrijver, de lezer, de ruziemaker, de seksverslaafde, de kunstbespreker, de jokkebrok, de hypocriet, de aandachttrekker en nog veel meer. Op het oog heeft Vlaar niks overgeslagen uit het grote archief dat Zwagerman nog bij leven aan het Literatuurmuseum heeft overgedaan. Dat had wel wat minder gekund, want Zwaag is daardoor een gerubriceerde archiefkast van 800 pagina's geworden en geen "verhaal".
De Zwagerman bijbel. Over de zevenlevens van zwager middels de zeven hoofdzonden. En dan ook nog encyclopedisch, honderdduizend miljoen feiten. Door al die feitjes zie je de man Zwagerman niet meer. Edoch fijn om te lezen al was t maar om de juice.
Wat een ontzettend intens boek! Ik lees normaliter geen non-fictie, dus dit was even heftig om doorheen te komen. Het boek bestaat uit drie delen, en vooral het eerste deel inspireerde mij ontzettend. Hoe een jongvolwassen Joost eigenlijk al vrij snel gaat voor datgene wat hij wilt doen; schrijven.
Daarna is het wel taaie kost; veel namen van auteurs, kunstenaars en meer uit die tijd waar ik helemaal niks van ken, en eigenlijk ook niet veel over hoef te kennen.
Ik moet bekennen dat ik een biografie maagd was. Maar dit boek heeft me 8 dagen en 750+ pagina's lang volledige opgezogen.
Dat is bijzonder, want eigenlijk wist ik vrij weinig van Joost Zwagerman. Toch trok dit boek me aan mede door het beeld dat ik van hem had: een schrijver die nooit helemaal serieus werd genomen door de literaire top en - zo vulde ik zelf in – een typische Generatie X-er: Iemand die worstelt met het verlangen naar succes maar ook vreest om als sell-out over te komen. Een tragische man.
Hoewel dit deels waar bleek, schetst het boek een beeld van Zwagerman waarbij het bijna onmogelijk is om geen moreel oordeel te vellen over zijn gedrag. Hij wordt getypeerd door tegenstrijdigheden, maar wat mij vooral bijblijft, is de jarenlange roofbouw die hij pleegde op zijn lichaam en ziel. Je ziet een man die totaal niet in lijn leeft met zijn ware aard. Hij is een lopend paradox.
Dankzij het enorme persoonlijke archief (inclusief persoonlijke dagboeken) en de interviews met vriend en vijand voelt dit als een diepgaande studie. Toch wringt er iets.
Er ontstaat een wel heel eenzijdig beeld van Zwagerman als een mega ego zonder enige zelfreflectie: een ruziemaker, hypocriet, cocaïnegebruiker en hoerenloper. Maar waarom lezen we niets over de authentieke en charismatische man die hij ook was. De man die ook vrienden beschrijven na aanleiding van de publicatie van dit boek. Deze kant komt nauwelijks naar voren in dit boek. Positieve eigenschappen worden als bijzin geschreven of als een manier om zijn schaduwkant te camoufleren.
Dat doet af aan de neutraliteit van de bibiografie.
Een biografie en een intense ervaring rijker ben ik even 'Joost-moe'. Ik laat de mens voorlopig rusten en keer later terug naar Joost de Beschouwer; Americana en zijn verzamelde literatuuressays staan alvast bovenaan mijn lijst.
---
"In ‘The writer and his enemy’ gebruikt Joost alle woorden en paradoxen die hem zijn leven lang blijven definiëren: schaamte, (on)waarheid, (on)originaliteit, bewondering en de angst er (niet) te zijn."
"Joost heeft huizenhoge verwachtingen van het schrijverschap, maar wil tegelijk de instapdrempel laag houden, zodat hij veel lezers bereikt. Hij wil beroemd zijn én de beste zijn, en daarbij ook nog eens niet op andermans tenen trappen. Een onmogelijke opgave, die zich manifesteert in een levenslange faalangst."
"Joost heeft een mooi huis, een mooie, slimme vrouw met een interessante, goede baan, een prachtige zoon, hij heeft succes en kan ruim leven van de pen. Maar heimwee, melancholie, zelfzucht en drang naar overspel slaan hem altijd weer uit balans. Hij wil kalmte, een burgerlijk leven, genoeg centen op de bank, rust. Maar hij zoekt steeds weer drama, onrust, reuring en prangende gevoelens op. En altijd betrekt hij die negatieve gevoelens op zijn levensomstandigheden. Nu eens is zijn stad de schuldige, zijn vriendengroep en werkkring, of is zijn huis niet goed genoeg, dan weer ligt het aan zijn werkkamer, zijn uitgever, of zijn vrouw."
"Joost verlangt in zijn huwelijk met Arielle om elkaars geliefde te zijn, en tegelijk op een broer-zus manier innig verbonden te zijn, alles te delen, geen (fysieke) geheimen, geen ‘privé’ te hebben. Maar die intimiteit is in werkelijkheid halfslachtig: Joost eigent zich het recht toe om álles van zijn vrouw te kennen en te beheersen, tot in de kleinste details, maar houdt er zelf een schaduwleven op na, in zijn hoofd en in het echt. Hij verzwijgt veel. Heeft hij geen scrupules, de man met de priemende vinger die zo snel met morele oordelen klaarstaat? Schaamt hij zich voor zijn vreemdgaan? Jazeker – maar hij drukt die schaamte altijd weer weg."
Het leven van Joost Zwagerman leent zich niet voor een traditionele, chronologische biografie. Dat zou een te grote nadruk op de dood van joost tot gevolg hebben, omdat dan alles daar naartoe zou leiden. De manier waarop Vlaar het heeft aangepakt, doet recht aan de vele aspecten van Zwagerman. Ze schrijft helder in een verzorgde stijl, waardoor je Joost Zwagerman steeds beter leert kennen. Een aanrader voor iedere schrijver, maar ook voor ieder mens. Je leert toch het liefst van andermans fouten.
Uitstekende biografie. Een goede keuze om het boek niet chronologisch op te bouwen. Ondanks dat er dan wat overlapping is qua informatie, was dat niet storend. Het zorgde juist voor extra verdieping, niet alleen voor wat betreft de mens Zwagerman, maar ook voor de (literaire) wereld om hem heen.