Aan het begin van de zomer wordt hoofdinspecteur Cyriel De Cruynaere op weg naar kantoor geconfronteerd met een gewelddadige overval op een diamantkoerier. Die vormt het begin van een reeks overvallen op juweliers en banken waaraan de speurders van het Brusselse parket kop noch staart krijgen.
Twee dagen later komt in dezelfde buurt de weinig geliefde notaris Bontemps op mysterieuze wijze om het leven. Opnieuw tasten de speurders in het duister, waarbij zich algauw een prangende vraag opdringt: staan beide zaken met elkaar in verband, of berust hun coïncidentie op een ongelukkige samenloop van omstandigheden?
Het is juli, 1927 wanneer een diamantkoerier wordt overvallen in aanwezigheid van hoofdinspecteur De Cruynaere. Dit betekent de start van een reeks gewapende overvallen op juweliers in Brussel. Twee dagen later wordt notaris Bontemps in koelen bloede vermoord. Hebben de zaken iets te maken met elkaar? Of is het toeval dat ze zo kort na elkaar plaatsvinden?
Het begin van het verhaal leest zeer moeizaam. Er vinden veel officiële gesprekken plaats, er worden verschillende, onbekende namen naar je hoofd geslingerd en vele stukken worden herhaald. In het begin leren we geleidelijk aan het hoofdpersonage Cyriel De Cruynaere kennen, maar al snel vindt de overval op de diamantkoerier plaats. Het gebeurt snel, zonder al te veel details. Het wordt meteen extreem officieel en volgens de regels aangepakt. Belangrijke mensen worden ingelicht, processen verbaal worden opgesteld en er wordt realistisch gehandeld. In mijn ogen soms iets té realistisch. Vanaf dat moment bestaat het verhaal voornamelijk uit dialogen. In deze dialogen wordt veel over het werk gesproken in verband met de overval en hierin vinden helaas veel herhalingen plaats. Dingen die tijdens een telefoongesprek werden besproken, werden bijvoorbeeld later nogmaals in een gesprek met een inspecteur herhaald. Op deze manier kreeg je het gevoel dat het verhaal maar niet op gang kwam. Daarnaast werden de personages afwisselend met voornaam of achternaam benoemd o f besproken. Dit was verwarrend, zeker voor iemand die de vorige delen niet heeft gelezen van de serie (dit boek is deel 9 van een reeks).
Vanaf de helft van het boek lijkt het verhaal eindelijk op gang te komen. De verhoren worden interessant en het onderzoek begint eindelijk te vorderen. Eindelijk is er sprake van lichte spanning . Eens je in het verhaal zit, wil je wel echt verder lezen en leest het erg vlot. Daarnaast worden bepaalde situaties kort, maar wel heel beeldend beschreven. De auteur is zeker goed in bepaalde situaties te beschrijven alsof ze levensecht zijn, alsof ze zich recht voor je neus afspelen.
Het Antwerpse dialect of het verouderde taalgebruik is wel opvallend. Ik vond het persoonlijk een leuke toevoeging, want het taalgebruik droeg bij aan de tijdsgeest en aan de plaats. Het was leuk om woorden te lezen, zoals kattenbelletje of kattenwasje, die op de dag van vandaag steeds minder worden gebruikt.
Kortom, het is een verhaal met zijn goede kantjes, maar je moet er de tijd voor nemen. Het begin is even worstelen, maar naarmate het verhaal vordert, leest het steeds vlotter. Helaas miste er diepgang en spanning.
Toch bedankt @Hebban voor het recensie-exemplaar. Ik denk dat het verrijkend is als je de eerste delen van de serie hebt gelezen vooraleer je dit boek leest. Zo hoef je niet lang bij de personages stil te staan (aangezien ze al gekend zijn) en leest het begin misschien vlotter.
Goed verhaal, zoals gewoonlijk gedegen geschreven, maar ik stoor me aan de vele herhalingen. Cruyenaere doet het onderzoek en brengt dan verslag uit aan Pynaert wat maakt dat je bijna twee keer hetzelfde moet lezen.