Jubileum editie - van bijna 200 pagina's, op ruim formaat, met de mooiste Pompelmoesverhalen van Hans Andreus - ter gelegenheid van de 50e verjaardag van Meester Pompelmoes.
Met meer dan 70 tekeningen in kleur van Charlotte Dematons en een voorwoord van de bekende schoolmeester, kinderboekenschrijver en kinderboekenambassadeur Jacques Vriens.
Ken je Meester Pompelmoes niet? Die meester met zijn oude fluwelen jasje en zijn dikke buik? Dan moet je hem gauw leren kennen, want hij is echt wel bijzonder. Een tikje ouderwets, echt zo iemand die alles wil weten en in zijn vrije tijd uitvinder is. Een aardige meester ook, al is hij wel streng. Hij woont in een groot oud huis, samen met zijn huisdieren Joachim de Geleerde Kater en de Fleurige hond. Maar het meest bijzonder aan Meester Pompelmoes is dat hij kan toveren - en welke meester kan dat tegenwoordig nog? Dit boek staat vol avonturen van Meester Pompelmoes. Hans Andreus schreef ze lang geleden op, maar ze zijn nog altijd even grappig en spannend. Een aantal verhalen is afkomstig uit het boek Meester Pompelmoes en de mompelpoes, dat in 1969 werd bekroond als 'Het beste kinderboek'.
'Een beetje sprookje, een snufje avontuur, een snippertje echtheid en een lepeltje dromen vormen tezamen het recept voor een heerlijk voorleesboek...' (De Tijd, 1968)
Hans Andreus (pseudoniem van Johan Wilhelm van der Zant) werd in 1926 in Amsterdam geboren. Na zijn HBS-opleiding ging hij naar de toneelschool. In de vijftiger jaren vertrok hij voor twee weken naar Parijs, om vijf jaar later terug te komen. Inmiddels waren zijn gedichtenbundels Muziek voor kijkdieren (debuut 1951) en Schilderkunst (1954) verschenen, waarmee hij tot zijn verbazing meteen naam maakte. Zijn leven lang zou Andreus blijven schrijven, tot hij in 1977 overleed. Op poëziegebied wordt Hans Andreus nogal eens tot de experimentele dichtersgroep de Vijftigers gerekend, maar met zijn onontkoombare eigen geluid en visie vormt hij eigenlijk een richting apart. Hoewel hij zichzelf 'dichter' noemde, beoefende Hans Andreus het schrijversvak op een zeer veelzijdige manier. Naast proza en poëzie voor volwassenen, schreef hij een groot aantal versjes- en verhalenbundels voor kinderen. Het laatste vormde zelfs het grootste deel van zijn oeuvre. Door zijn veelzijdigheid kon Andreus leven van de pen. Zijn kinderverhalen zijn erg fantasierijk, zijn taalgebruik is speels, lichtvoetig, met veel gevoel voor klank en ritme. Terecht is zijn werk meerdere malen bekroond. Zo behaalde de versjesbundel De Rommeltuin in 1971 een zilveren griffel en werd Meester Pompelmoes en de mompelpoes in 1969 door de CPNB onderscheiden als 'Kinderboek van het jaar'. Het bekendst zijn de Pompelmoes-boeken geworden, waarin Meester Pompelmoes en zijn huisgenoten Joachim de Geleerde Kater en De Fleurige Hond de hoofdrol spelen.
Een klassieker of een oud kinderboek? Inmiddels heb ik al heel wat gelezen, maar dit valt me tegen. De verhalen mochten wat mij betreft wel wat gemoderniseerd worden waardoor woorden als ‘weemoed’ en ‘achten’ en begrippen als ‘gulden’ en ‘Danny Kaye’ wat begrijpelijker worden. De verhalen zijn an sich best grappig. Zeker als je het boek eind jaren 60 hebt gelezen.
Oogde veelbelovend in de bib als voorleesboek voor bij bedtijd. Vooral ook gezien de illustraties van Charlotte Dematons. Maar het is veel tekst voor beperkte kleine illustraties, die meester Pompelmoes is nogal een brompot, en het leest redelijk verouderd en Hollands. Wel leuk: er zit een vleugje magie in deze verhalen.